Aap is bang voor aap die net geen aap is

Weinig dingen zien er zo griezelig uit als een robot die heel erg op een mens lijkt, maar toch duidelijk geen mens is. Waarom dat zo eng is weet niemand. Maar wat we nu wel weten, is dat java-apen dat ook vinden. Naar filmpjes met echte apen of duidelijke nep-apen erin kijken ze best graag. Maar als ze een nep-aap te zien krijgen die heel erg op een echte aap lijkt, kijken ze liever de andere kant op, schrijven neurowetenschappers van Princeton deze week in PNAS.

Het verschijnsel dat we net-echte robots zo eng vinden, wordt de uncanny valley (het enge dal) genoemd. Over het algemeen vinden we robots juist schattiger naarmate ze meer op een levend wezen lijken: robothond Aibo is een aantrekkelijker wezentje dan de robot die aan de lopende band auto-onderdelen vastzet. Echte, levende wezens vinden we nog aantrekkelijker. Maar als je dat allemaal in een grafiek uitzet (echtheid op de horizontale as en aantrekkelijkheid op de verticale) zit er een diep dal bij de realistische robots. Die zijn niet schattig of aantrekkelijk, die zijn eng. Dat diepe dal in de grafiek is de uncanny valley.

Dat makaken ook in dat dal vallen, suggereert dat er een biologische basis aan ten grondslag ligt. In het onderzoek kregen vijf mannelijke java-apen filmpjes en foto’s te zien met echte soortgenoten erin, en met zwart-witte nepapen met rode ogen, en met bijna echte apen. Bij die laatste categorie keken ze vaker weg.

Waarom? Dat weten we nog niet. Misschien zien net echte nepapen en nepmensen er ziek uit, besmettelijk. Misschien doen ze onbewust aan de dood denken, aan bewegende lijken. In elk geval zijn mensen niet de enige dieren die daar last van hebben.