Van boerenakker tot natuur

Om in 2018 genoeg natuur te hebben, is het nodig dat boeren hun grond omzetten of natuurvriendelijk boeren.

Minister Verburg hoopt op slimme plannen voor natuur.

Natuur en landbouw hebben elkaar nodig, zegt Jan Ubels. Samen met zijn vrouw Rita bestiert hij in het Drentse Anderen een natuurboerderij. Op vierhonderd hectare natuur van voornamelijk Staatsbosbeheer lopen negenhonderd koeien, gekruist uit de rassen Belgisch Blauw, Blonde d’Aquitaine en Charolais. „Luxe dieren met kwaliteitsvlees”, zegt Ubels.

De aanwezigheid van de koeien maakt het beheer van de natuur minder duur. „Zonder vee in een eigen bedrijf kun je de natuur niet goedkoop beheren”. En de natuur profiteert er ook van, volgens Ubels. „We hebben hier de grauwe klauwier. Die vogel eet de torretjes die in de mest van de runderen zitten.”

Veel meer boeren moeten aan natuur doen, vindt Minister Gerda Verburg (Landbouw en Natuur, CDA). Samen met landbouworganisatie LTO Nederland heeft ze deze week in Groenekan bij Utrecht een manifest gepresenteerd. De dringende boodschap: boeren moeten natuur serieus nemen als bron van inkomsten, én plannenmakers moeten boeren meer betrekken bij het inrichten van nieuwe natuur.

Verburg heeft er zelfs een slogan voor verzonnen: „Zonder boeren gaat het niet, zonder natuur bestaat het niet.”

De tijd dringt. In 2018 moet de Ecologische Hoofdstructuur, het netwerk van aaneengesloten natuurgebieden in Nederland, geheel zijn aangelegd. Doorgaans koopt het Rijk landbouwgronden om die over te dragen aan grote terreinbeheerders zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en provinciale Landschappen. Maar aankoop en beheer zijn duur en onderhandelingen met boeren over het afstaan van grond verlopen vaak uiterst moeizaam. Onteigenen is er meestal niet bij.

Uiteindelijk moet de Ecologische Hoofdsstructuur 728.500 hectare omvatten. Eerdere kabinetten-Balkenende hebben geprobeerd sneller en goedkoper natuur aan te leggen, vooral door boeren en andere particulieren in te schakelen. Veel hebben die pogingen niet opgeleverd. „Op 1 januari 2009 hadden particulieren met elkaar nog maar 7.000 hectare van de beoogde 43.000 hectare aangepakt”, meldt het manifest. Het gaat hierbij om het omzetten van gronden naar natuurgrond. Een andere methode is om de functie van landbouw te behouden, maar op de grond natuurvriendelijk te boeren: slechts 37.000 hectare van de beoogde 98.000 hectare is nu zo gerealiseerd.

Het manifest moet meer boeren over de streep trekken. Twijfelaars kunnen zich spiegelen aan enkele pioniers, boeren die de natuur als investering zijn gaan zien. Boeren ook „die vaak veel weerstanden, vooral bij de overheden en gevestigde instituties, hebben moeten overwinnen”, zegt Tammo Beishuizen, een van de voormannen van LTO.

Ook beoogt het manifest de terreinbeheerders te enthousiasmeren, om hun weerstand tegen boeren te overwinnen. „En graag in een snel tempo”, zei minister Verburg.

De inzet van boeren voor natuur is traditioneel omstreden. Onderzoek toont zo nu en dan aan dat natuurvriendelijke landbouwgrond zich ecologisch niet kan meten met ‘echt’ natuurgebied – niet iedere boer trekt de grauwe klauwier.

Ook is er vaak strijd over de locatie van de nieuwe natuur. Provincies trekken binnen hun grenzen de lijnen van de Ecologische Hoofdstructuur, en daar valt moeilijk van af te wijken. En er is regelmatig wrijving tussen boeren en terreinbeheerders die de nieuwe natuurgebieden naast het boerenland beheren.

Het manifest ziet de uitweg in lokale samenwerking. Het kabinet wil aansluiten bij de „passie” van boeren en natuurbeheerders te velde. Verburg ziet smart societies voor zich, „gisse gemeenschappen” van boeren, burgers en natuurmensen die plannen voor nieuwe natuur maken. Natuur die niet is bedacht op de tekentafels van ministeries maar op het platteland. Verburg: „Het gaat meestal goed totdat de stropdassen zich ermee gaan bemoeien.”

De voorstellen voor nieuwe vormen van samenwerking druppelen binnen. Staatsbosbeheer suggereert om burgers, boeren en terreinbeheerders samen te brengen in een soort Vereniging van Eigenaren. Ambtenaren van Verburg zien er wel iets in. De minister was onlangs op bezoek bij boeren in het Groene Hart. „Die hadden met elkaar gezegd: die Ecologische Hoofdstructuur moet niet op deze plaats komen, maar hier. Zo kan het dus ook.”

Betekent dit dat boeren zelf bepalen waar de nog ontbrekende delen van Ecologische Hoofdstructuur komen te liggen? Directeur Jan Jaap de Graeff van Natuurmonumenten hoopt van niet. „De bestaande begrenzing moet blijven en de natuuropgave moet vooral worden uitgevoerd.”

En als boeren de economische waarde van biodiversiteit straks massaal ontdekken, halen zij dan ook de Europese ecologische doelstellingen? Krijgen we er ‘echte’ natuur voor terug? Verburg: „Ook dan staan de natuurdoelen recht overeind.”