Te vroeg, wel terecht

Zou president Obama, toen hij vernam dat hij de Nobelprijs voor de Vrede had gewonnen, naast ‘What?!’ en ‘Wow!’ ook niet een beetje ‘Fuck! Shit! Hell!’ hebben gedacht?

Het was voorbarig hem de prijs te schenken, zo oordeelt de meerderheid van de commentatoren. De president heeft zijn intenties immers nog niet verwezenlijkt. Obama zelf sloot zich nederig bij die mening aan.

Zelf vind ik dat de staatsleider met het gewaagde kleurtje, de stalen zenuwen en de briljante speechschrijver, de prijs verdient, al was het maar voor de geestelijke ademruimte die hij de wereld tot dusver heeft geschonken.

Men kan argumenteren dat hij op het punt staat nieuwe troepen naar Afghanistan te sturen en de dalai lama niet wil ontvangen voor hij de Chinese staatsleiders heeft ontmoet, maar dan verwart men de president met een idealist.

Obama is eerder een pragmaticus met een visie die aansluit bij een onderdrukte behoefte aan hoop en positiviteit waartoe velen de wereld te cynisch achtten, de jeugd te verdorven en zichzelf te moe.

Dat hij in de eerste plaats aan het belang van de Verenigde Staten denkt, is zijn plicht.

Dat hij inziet dat het nodig is zijn land daartoe weer minder gehaat te maken, en geneigd is de buitenwereld als potentiële partners in plaats van vijanden te beschouwen, is een verandering die hoop behelst.

Hoop is kwetsbaar en leidt vaak tot teleurstellingen, maar het alternatief draait meestal op vernietiging uit.

Hoewel die bekroning dus verdiend is, lijkt zij me geen verstandige zet. Voor zijn vijanden zal de prijs vermoedelijk werken als een rode lap op een stier.

Na Obama’s speech in Kairo leek een aantal afgekeerde gezichten in het Midden-Oosten zich weer aarzelend in de gespreksrichting te draaien. Misschien zullen zij zich nu met een geïrriteerde zucht weer afwenden.

Voor een deel van de wereld is het te vroeg om de noties ‘vrede’ en ‘Amerikaan’ weer met elkaar te verbinden.

En dan zijn er de talrijke tegenstanders in de VS, die enkele weken geleden nog de straat opkwamen om racisme, persoonlijke frustraties en aangeprate angst met kritiek op Obama’s zorgstelsel te vermengen. De Nobelprijs voor de Vrede kan Obama’s kansen om te worden herverkozen beknotten, terwijl het risico dat hij wordt vermoord, stijgt.

De verdediging om de prijs nu te geven – omdat het anders misschien te laat is – klinkt in die optiek wel erg sarcastisch.