'Stop de wereld te verbeteren, ga liever borduren'

Ooit won Jane Campion in Cannes de Gouden Palm met ‘The Piano’, dit jaar kwam ze met het ingetogen liefdesdrama ‘Bright Star’.

Coen van Zwol

„Een verliefde man is de treurigste figuur ter wereld. Zelfs als ik weet dat zo’n arme idioot er vreselijk onder lijdt, moet ik me inhouden hem niet in zijn gezicht uit te lachen.”

Aldus schreef de jonge dichter John Keats in september 1819 aan zijn broer George, vlak voordat hij viel voor de 18-jarige Fanny Brawne. Nog geen maand later schrijft Keats haar: „Ik zou martelaar kunnen zijn voor mijn religie – Liefde! Liefde is mijn religie – daarvoor kan ik sterven – voor jou.”

Prachtig hoe snel de anti-romanticus omsloeg, vindt regisseur Jane Campion. „Keats vond liefde onzin. Mensen verloren decorum, aanbaden saaie vrouwen als buitengewone karakters. Tot hij zelf viel en zijn beste poëzie schreef.”

Jane Campion (The Piano, Holy Smoke) ging in Cannes met haar kuis-sensuele kostuumdrama over het onvervulde verlangen van Fanny Brawne en John Keats in première; twee jaar na hun kennismaking stierf de 25-jarige dichter in Rome aan tbc. Campion praat over hoe ze zoals Robert Bresson een „geduldige, serene film” wilde maken, over het hierboven besproken ‘droomshot’ met wapperend gordijn: „Puur toeval dat ik het zag. Maar toen was het meteen: hier met de windmachine!”

Voor Campion begon Bright Star met de ontdekking van Keats’ liefdesbrieven. Zo’n drie dozijn, vaak lyrisch, soms onzeker of jaloers. Ruim 44 jaar na Keats dood lieten de kinderen van Fanny Brawne ze publiceren.

Postuum verklaarden de victorianen haar tot de ‘Belle Dame sans Merci’ in Keats’ leven: modieus, opvliegend, koket, een wrede verleidster die de frêle dichter in een koortsachtig delirium had gebracht. Die reputatie had zij ook aan een jaloerse dichtersvriend van Keats te danken. En omdat haar eigen dagboek slechts één zinnetje aan hem wijdde.

Wilde u Fanny Brawne verdedigen?

„Niet zozeer, het begon met Keats’ brieven. Ze zijn zo excessief, op het gênante af. Hij verborg weinig voor haar, ze vertelden elkaar de harde waarheid. De victorianen vonden dat ontluisterend; ze vergaten dat ze uitsluitend bedoeld waren voor Fanny en Keats. En niemand zag dat Fanny hem ook beminde, ze bleef haar hele leven zijn ring dragen.”

Ze had die brieven moeten verbranden, vond men.

„Fanny zag Keats’ reputatie als dichter postuum groeien, de brieven vond ze te dierbaar en belangrijk. Verder: doden hebben geen privacy. Toen mijn moeder stierf, voelden wij ons meteen gerechtigd door haar spullen te snuffelen. Zij was nog warm en we rommelden al in haar lades. De dood maakt je tot eigendom van de mensheid.”

U baseerde Fanny Brawne deels op uw dochter Alice. Hoezo?

„Keats beschrijft haar als opvliegend, ze tiert en brult. Mijn dochter is ook zo: soms heel teder, dan weer furieus of pruilerig. Bij Fanny dacht ik steeds: wat zou Alice doen? Tieners zijn steeds bezig met: houdt hij wel van me, hij ziet me niet, hij ziet me wel, hoera! Mijn god, blij dat ik ouder ben.”

In ‘Bright Star’ worden mensen diep geroerd door woorden. Is die sensibiliteit niet verdwenen?

„Jongeren chatten, twitteren. Dat is even veilig en geritualiseerd als een briefwisseling, alleen sneller. Mensen tasten elkaar nog steeds af met woorden, dansen nog steeds om elkaar heen met taal. Kijk mij eens gevat zijn. En dan wordt het serieus.”

Het leven van Fanny bestond uit wachten op Keats. Is dat treurig?

„Wachten en naaiwerk, het lot van vrouwen. Ik verzamel antiek gestikt tafellinnen, werkelijk. De gedachte aan vrouwen die daar uren aan priegelden, dat ontroert me. Die vogeltjes, die patroontjes, zoveel werk zonder enig doel. En de mannen de wereld maar verbeteren. Ik denk soms: stop! Ga liever een stukje borduren.”