Oranje bal geeft kleur aan debat vol rust en reflectie in de senaat

De Eerste Kamer hield gisteren de Politieke Beschouwingen en probeerde de crisis ‘in samenhang’ te bekijken. Maar er waren ook felle woordenwisselingen.

De parlementaire mores veranderen, zelfs in de Eerste Kamer, zo bleek gisteren. De senaat voerde eigen Algemene Beschouwingen; naar aanleiding van de rijksbegroting debatteerde ze over de staat van het land.

Weinig karakteristiek voor een senator, vervloekte Han Noten (PvdA) in enkele krachttermen het in zijn ogen ongepaste optreden van de oppositie in de Tweede Kamer. En na een debatbijdrage vol voetbalmetaforen, probeerde Tiny Cox (SP) de premier een fel oranjegekleurde, plastic bal te overhandigen. Balkenende zou daarmee, zo raadde Cox aan, in de eerstkomende schorsing „even kunnen intrappen”. Dit om herhaling te voorkomen van de Beschouwingen in de Tweede Kamer, waarin Balkenende naar eigen zeggen nooit „in vorm” was geweest.

De geste van Cox was een openingsschot waar de premier niet blij mee was. Hij weigerde het ding in ontvangst te nemen. Daarop legde de SP’er de bal pontificaal op de tafel waarachter Balkenende zat, met de rest van het voltallige kabinet.

In het vervolg van de dag bleken de acties van Cox en Noten rimpelingen in de oase van rust en reflectie waar de senatoren hun eigen Kamer om prijzen. Getrouw de gewoonte probeerde de senaat zaken vooral „in hun samenhang” te bekijken. Enkele maanden eerder had een motie van hen, in verband met de crisis, dat ook gevraagd van het kabinet. Nu vroeg CDA-fractievoorzitter Jos Werner om „het bewustzijn van die samenhang nog meer in het beleid te laten doorklinken”.

De senaat wilde het kabinet daar wel mee op weg helpen en gaf opnieuw een analyse van de oorzaken van de crisis. Op de VVD na, kwamen ze tot een eensluidend oordeel. De hebzucht van de mens heeft te ongebreideld zijn verwoestende werk mogen doen. Het omvallen van de DSB Bank is daarvan, volgens een meerderheid in de senaat, slechts één illustratie.

Het besef van zondigheid klonk het meest expliciet in de tekst van Gerrit Holdijk (SGP). „Er is veel geruzie en getouwtrek over geld en voorzieningen, maar de wortel van het kwaad moet uiteindelijk in de mens zelf worden gezocht”. Er is „een fundamentele waardencrisis in de westerse cultuur gaande”, aldus Egbert Schuurman (ChristenUnie). En weg met het materialistische wereldbeeld, beaamde de linkse oppositie. Noten (PvdA) waarschuwde om „na een beetje beursherstel” niet door te gaan „te doen waardoor deze crisis is ontstaan”.

Balkenende stelde de senaat gerust: „De soort economische groei van voor de crisis, behoort voorgoed tot het verleden.” Er zijn lessen geleerd, zei hij. Bovendien realiseerde hij zich dat Nederland „meer is dan wetsvoorstellen en beurskoersen. Nederland is een wij.” De senatoren dankten hem voor dat inzicht. Cox sprak nadien zelfs van „een gezamenlijke ambitie” van regering en oppositie. Werner was blij dat het werk van de ambtelijke werkgroepen, die in opdracht van het kabinet grote hervormingen voorbereiden, meer is dan een „louter technische excercitie”.

Toch klonk natuurlijk ook de bekende kritiek op het kabinetsbeleid. Waar is de daadkracht? Uri Rosenthal (VVD): „Ik vraag de regering te regeren.” Cox: „Kabinet, treed op of treed af.” De VVD wil tussenstanden, de SP wil mogen meedenken tijdens de ambtelijke heroverweging.

Zelfs de coalitiepartijen drongen aan op actie. Zo wil de PvdA politieke criteria om de voorstellen van de werkgroepen mee te toetsen, zoals duurzaamheid, of solidariteit met toekomstige generaties. Ook het CDA wil richting aan het denken geven: liever geen generieke belastingverhogingen, maar wel flexibilisering van de arbeidsmarkt en hervorming van de AWBZ. Balkenende wilde er niet aan. Het is verstandig voorlopig geen enkele kleur te bekennen. „Dat is niet vooruitschuiven, maar vooruitzien.”

Was hij beter in vorm dan in de Tweede Kamer? Dat is moeilijk te zeggen, omdat bekende politieke gevoeligheden gisteren vaak oplosten in de abstracties waarin senatoren graag spreken. Wel was duidelijk dat Balkenende het anders aanpakte. Hij complimenteerde iedereen voortdurend voor zijn vraag, hoe kritisch die ook was. „Het is stimulerend u zo te horen praten.” En als iemand vroeg om visie, dan gaf hij die, of zijn woorden zich nu laten vertalen in praktisch beleid of niet.

Eén senator, Tof Thissen (GroenLinks) was daar zo blij om, dat hij de premier dankte met een interruptie van slechts één woord: „Hulde”. Thissen bewees daar tegelijk mee dat een verandering van de mores in de senaat meer vergt dan een enkele voetbal. Of een paar onwelgevoegelijke woorden in een opgewonden betoog. Inmiddels had een bode de knaloranje bal met zijn voet achter de zware, zwarte kachel in de metershoge schouw geschopt.