'Ons beroep blijft altijd bestaan'

De containeroverslag in de Rotterdamse haven is hard teruggelopen, en het werk voor sjorders dus ook. Maar de branche blijft wel mensen opleiden, want die zijn straks hard nodig.

Hij is 46 en werkt al ruim een kwart eeuw in haven- en maritieme kringen. Ed van den Hoek heeft zijn vak in de praktijk geleerd. Eerst in de zeevaart, later op een scheepswerf en daarna als sjorder in de Rotterdamse haven. Sinds vijf jaar is hij actief als praktijkbegeleider bij het sjorbedrijf Matrans.

Op de website van Matrans prijkt al maandenlang: geen vacatures. Ook bij concurrent ILS is de recessie voelbaar. Desondanks schreven 24 jongeren zich afgelopen maand in voor een opleiding tot sjorder. Deze leerlingen werken nu een jaar lang vier dagen per week in de haven – sommigen met behoud van hun uitkering – en volgen ook één dag per week theorie en praktijklessen aan het Scheepvaart en Transport College (STC) aan de Waalhaven.

Sjorbedrijven zoals Matrans en ILS willen hun arbeidskrachten zoveel mogelijk binnenboord houden, om klaar te staan als de economie weer aantrekt. Werknemers die aan het eind van hun contract waren, worden na drie maanden en een dag in de WW opnieuw aangenomen. Tegelijk krijgen ze in die periode van het UVW twee havenopleidingen. „Je moet tegenwoordig een sjordiploma hebben om de scheepslading los of vast te maken”, zegt Van den Hoek. Vroeger was daar geen sprake van. Sjorren is een vak voor stoere binken. „Je krijgt er gespierde armen van”, grijnst Van den Hoek. „Onze vingers zijn te dik voor een toetsenbord.”

Af en toe springt hij zijn vroegere collega’s nog eens bij, tijdens piekmomenten, om een lading Aziatische containers torenhoog te sjorren of een kanjer van een Duitse scheepsmotor zeevast te zetten met stangen. Maar die momenten zijn schaars geworden. Vóór de zomer van 2008, toen de mondiale handel nog floreerde en de terminals in Rotterdam tjokvol zaten, waren er ruim 500 sjorders in de Rotterdamse haven actief. Ze werkten in vijf ploegen van 80 tot 90 man, de klok rond. Nu zijn er daar nog zo’n 300 van over.

De recessie sloeg hard toe in de haven, maar Van den Hoek, geboren en getogen in Rotterdam-Zuid, laat zich er niet door van de wijs brengen. „Ons beroep zal altijd blijven bestaan.” De reden is simpel: schepen bewegen en slingeren, sjorders zorgen ervoor dat de lading geen kant meer opkan.

„Het dieptepunt is wel bereikt”, denkt Van den Hoek. Er komen minder schepen de haven binnengevaren, maar ze zijn vaker geladen met grotere volumes. „We maken er een punt van dat die mastodonten binnen 24 uur geladen en gelost zijn.” Als er bij stuwadoors zoals ECT of APM Terminals een lading van 14.500 containers de haven binnen komt, dan is er even stress. „We gaan dan met vier of vijf kranen en een achttal sjorders dag en nacht aan de slag.” En daarna is het weer duimen draaien. Het leven van een sjorder in tijden van recessie is een opeenstapeling van pieken en dalen. „Vaak is er te weinig of amper iets te doen en dan moet plots alles in één keer verladen worden.”

Een sjorder moet niet alleen stevig in elkaar zitten, hij moet ook over hersens beschikken. „Veiligheid is een prioriteit”, aldus Van den Hoek. Tijdens de theoretische opleiding krijgt elke student-sjorder een veiligheidscertificaat. Er wordt meer dan vroeger gelet op ergonomisch verantwoord tillen. Sjorders zien er tegenwoordig uit als bouwvakkers: ze dragen een helm, veiligheidsschoenen, een jasje in reflecterende kleuren en handschoenen.

Het traditionele Rotterdamse gezin met sjorders van vader op zoon sterft uit. Ook bij Ed van den Hoek is dat het geval. „Ik heb twee dochters”, zegt hij. „Maar de kans dat ze later in de haven zullen werken, is klein. De sfeer van de haven hebben ze echter wel geproefd.” Ze hebben tijdens hun studententijd bijgeklust als ‘radioman’: een functie waarbij je in een hokje onder de kraan, met de computer op schoot, de geloste of te laden vracht bijhoudt. „Een prima manier voor jongeren om iets bij te verdienen.” En een middel, zo hoopt hij, om jongeren straks de gaten die op de arbeidsmarkt vallen te laten vullen. Ondanks de recessie, want de haven vergrijst.