Genocide

‘Wie spreekt er nog over de verdelging van de Armeniërs?’ Deze retorische vraag stelde Adolf Hitler aan zijn generaals, een week voor de Duitse aanval op Polen in september 1939. Hij verleende hiermee een extra argument voor het plegen van wandaden ter verkrijging van Lebensraum voor het Germaanse volk. Het vervolg is bekend: tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen bijna zes miljoen Polen om, onder wie ruim 3 miljoen Joden.

Eén van de weinige Poolse Joden die erin slaagden op tijd naar het buitenland te vluchten, was de jurist Raphael Lemkin (1901-1959). Hij was rechten gaan studeren uit belangstelling voor juridische implicaties voor de massamoorden in het Ottomaanse Rijk, waarbij in 1915 ongeveer één miljoen Armeniërs de dood vonden. Door het verlies van niet minder dan 49 familieleden tijdens de Holocaust maakte hij ook persoonlijk mee welke ellende volkerenmoord kon aanrichten.

Lemkins belangstelling en ervaring klonken door in zijn beroemde studie Axis Rule in Occupied Europe (1944), waarin hij de moord op de Europese Joden betitelde als „het systematisch en planmatig vernietigen van een bevolkingsgroep”. Hij noemde deze misdaad ‘genocide’ – een koppeling van de Latijnse woorden ‘gens’ (ras/stam) en ‘caedes’ (moord) – en vond dat zij strafbaar moest worden gesteld volgens internationaal recht. Lemkins genocidetheorie stond aan de basis van de Neurenberg-processen tegen de kopstukken van het naziregime. In 1948 werd zijn doctrine bovendien in het internationale recht opgenomen, toen de Verenigde Naties een Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide tekenden. Lemkins doel leek bereikt.

Maar juist over de kwestie waarmee het voor hem ooit was begonnen, de Armeense slachtingen van 1915, blijft onenigheid bestaan. Hoewel het volgens de meeste historici vaststaat dat hiervoor de term ‘genocide’ op zijn plaats is, blijft de Turkse regering hardnekkig volhouden dat de dood van massa’s Armeniërs slechts het gevolg was van ingewikkelde oorlogsomstandigheden.

Toch kwamen Turkije en Armenië afgelopen weekeinde met moeite overeen om een historische commissie met vertegenwoordigers van beide zijden in te stellen. Maar een gezamenlijke persconferentie kon er niet af. Over de verdelging van de Armeniërs is het laatste woord nog lang niet gezegd.