Een staatsgeheim is niet altijd geheim

Afluisteren van Telegraaf-redacteuren om een lek binnen de geheime dienst te vinden, ging veel te ver, vindt de rechter. De AIVD had geen „zwaarwegend belang”.

Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) heeft de geheime dienst AIVD op foute gronden toestemming gegeven om twee journalisten van De Telegraaf en hun hoofdredacteur dit voorjaar af te luisteren. Het gerechtshof Amsterdam bevestigde gisteren in hoger beroep de nederlaag die de dienst al bij de rechtbank leed. De rechter toonde geen begrip voor de argumenten van de Staat. De uitspraak zorgde in de Tweede Kamer voor onrust.

Het hof oordeelde dat de geheime dienst veel te zware middelen heeft gebruikt tegen journalisten tegen wie hij onvoldoende ernstige verdenkingen had. Ook de artikelen die de journalisten op basis van de geheime informatie publiceerden, vormden geen bedreiging voor de nationale veiligheid. Van het juridisch vereiste „zeer zwaarwegende belang” voor de Staat om de informatievrijheid te mogen beperken door afluisteren van journalisten was geen sprake.

Om de redacteuren af te mogen afluisteren vroeg de AIVD toestemming van minister Ter Horst. Zij stemde in omdat de inlichtingendienst haar vertelde dat de dienst alleen met afluisteren een lek in de eigen organisatie kon opsporen. Krantenartikelen op basis van gelekte informatie vond de dienst een aantasting van de eigen integriteit en daarmee een kwestie van nationale veiligheid. Het hof wijst deze redenering af.

Waarom hebben journalisten verschoningsrecht?

Dat baseert het hof op het grondrecht van de informatievrijheid uit artikel tien van het Europees verdrag voor de rechten van de mens. Dat biedt journalisten binnen grenzen de mogelijkheid een wettelijke geheimhoudingsplicht te overtreden. Soms mag de plicht het publiek te informeren zwaarder wegen dan de plicht de wet te gehoorzamen. De journalist moet dat zorgvuldig afwegen.

Is een journalist die met staatsgeheimen in de weer is altijd een bedreiging, zoals de AIVD betoogde?

Nee, zegt het hof, niet per definitie. Journalisten behartigen het belang van voorlichting van het publiek en moeten de kans krijgen dat zorgvuldig af te wegen tegen de veiligheidsbelangen die met geheime stukken worden gediend. Pas als zij daarbij de „vereiste zorg” niet betrachten, wordt dat anders. Ook als journalisten vervolgens besluiten staatsgeheimen te publiceren, zijn ze daarmee nog niet meteen een gevaar „voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde”, aldus de rechter. Dat hangt weer af van de inhoud.

Pas als „een zorgvuldig handelend journalist” met een geheim in handen had kunnen begrijpen dat publicatie personen of goederen in zeer groot gevaar brengt, of zelfs gevaar voor de „continuïteit van de samenleving” oplevert, wordt publicatie onrechtmatig of strafbaar. Maar het enkele vermoeden dat een AIVD-medewerker informatie lekt, is niet voldoende om journalisten af te luisteren. Daarvoor moet juridisch nog een zeer zwaarwegend belang worden aangetoond. Dat was er niet.

Wogen de geheimen van de Telegraaf-journalisten zwaar genoeg om in te mogen grijpen?

Nee, het hof begrijpt daar weinig van. In het arrest vallen termen als „niet valt in te zien”, „nog minder valt in te zien” en „kan de Staat niet volgen”. Eén artikel ging over het ‘falen’ van de AIVD in 2003 bij de inval in Irak. De dienst zou toen vooral foutieve informatie van buitenlandse diensten hebben nagepraat. Het hof vindt dat niet een voldoende ernstige aantasting van de integriteit van de dienst, laat staan een bedreiging van de nationale veiligheid. Het tweede artikel, over bedreigingen van de dalai lama bij zijn bezoek aan Nederland, „bevat net zo min aanknopingspunten voor de stelling dat het functioneren van de AIVD of de veiligheid van personen in gevaar is gebracht”.

Het verwijt van de Staat dat de journalisten zich verdacht en „conspiratief” gedroegen door met anonieme prepaidtelefoons te bellen en verhullende woorden te gebruiken, wijst het hof ook af. Van journalisten die met geheime bronnen omgaan „vallen dergelijke voorzorgsmaatregelen in algemene zin te verwachten”.

Lees het arrest van het gerechtshof Amsterdam op nrc.nl/binnenland