Dolend cultuurgoed

Frankrijk geeft Egypte vijf fragmenten van antieke muurschilderingen terug. De Franse regering, die daarmee een unaniem advies volgt van de Commission scientifique nationale des musées de France, stelt dat Musée du Louvre de schilderingen weliswaar „te goeder trouw” heeft gekocht, maar dat Egypte afdoende heeft aangetoond dat het om geplunderd goed uit de Vallei der Koningen bij Luxor gaat. Eerder kregen Italië en Griekenland geroofd cultuurgoed geretourneerd van verschillende Amerikaanse musea. En Italië bracht de obelisk terug die Mussolini’s leger in 1937 uit Ethiopië had meegenomen.

Die teruggaven verliepen zelden zonder slag of stoot. Het is voor landen en musea moeilijk om te scheiden van cultuurschatten, zelfs als ze evident gestolen goed betreffen. Nog veel ingewikkelder is het om te denken over cultuurgoed dat eeuwen terug werd meegenomen, in een tijd dat zoiets niet werd beschouwd als plundering, maar als activiteit ter bevordering van studie of artistiek belang.

Zulke kunst- en cultuurschatten dragen bij aan het prestige van musea en zijn blijvend populair bij het publiek.

Zoals de Steen van Rosetta (196 v. Chr.), de sleutel tot de hiërogliefen. Die werd in 1799 door soldaten van Napoleon in Egypte herkend als iets bijzonders en meegenomen. Na de capitulatie van de Fransen werd de Steen geclaimd voor de Engelse Kroon. Sinds 1802 maakt hij daarom deel uit van de permanente collectie van het British Museum.

Egypte eist nu die Steen van Rosetta op, maar het Britisch Museum is niet van zins om hem af te staan. Net zomin is het genegen om de Elgin Marbles, de marmeren sculpturen die Lord Elgin tussen 1801 en 1812 met toestemming van de Ottomaanse autoriteiten van het Parthenon af liet beitelen, over te dragen aan Athene ten behoeve van het nieuwe Akropolismuseum in Griekenland.

Wie in het Amsterdamse Tropenmuseum of in het Leidse Volkenkundig museum de uitheemse kunst en rituele voorwerpen bewondert, hoeft zich geen illusies te maken. Soms werden ze eerlijk gekocht, vaak niet.

Uit alle mogelijke overzeese gebiedsdelen raakte in de koloniale tijd cultuurgoed verspreid over de westerse wereld, legaal volgens de normen van toen. Vraagt een land van herkomst nu om teruggave dan voelt dat als een onheuse eis. Het land dat ze bewaart, deed immers niets verkeerds. Het schatte in een lang vervolgen tijd spullen op waarde die ter plekke wellicht verloren gegaan zouden zijn, en het bood ze een goed tehuis, kosten noch moeiten sparend voor restauratie en conservering.

Maar op den duur kan zo’n verzoek niet geweigerd blijven worden. Zo redelijk als het in vroeger eeuwen was dat het cultuurgoed werd meegenomen, zo redelijk is het nu dat het oorspronkelijke land het terughaalt ter herdenking van de eigen geschiedenis. In dank voor de gastvrijheid en de goede zorgen. Eén voorwaarde mag gesteld worden: de garantie van blijvende toegang voor wetenschap en publiek.