De nurse practitioner

U bent nurse practitioner. Wat houdt dat in?

„Nurse practitioners zijn een soort ‘verpleegkundigen-plus’. Ze zijn in staat om een aantal taken van de arts over te nemen. Daardoor worden artsen ontlast en kunnen die zich richten op patiënten die zwaardere klachten hebben.”

Hoe werkt dat in de praktijk bij u op het consultatiebureau?

„Normaal gesproken komen ouders met hun kind praktisch iedere maand op gesprek, afwisselend bij een verpleegkundige en een arts. Bij ons is dat anders: ouders en kind komen elke maand bij mij. Ik doe tijdens het spreekuur een aantal lichamelijke onderzoeken die normaal gesproken door de arts worden gedaan. Denk aan het controleren van de heupjes en het luisteren naar het hartje. Pas als ik vermoed dat er iets niet goed is, verwijs ik het kind door naar de arts. Maar dat is bijna nooit het geval, de meeste kinderen zijn immers gezond.Het is helemaal niet nodig dat zij regelmatig door een arts worden gezien.”

Is het voor jonge ouders niet geruststellend als ze af en toe een arts zien? Die is uiteindelijk medisch beter geschoold.

„Uiteraard kunnen er ouders zijn die ook graag een arts zien, ook als daar geen medische noodzaak voor is. Maar uit mijn ervaring blijkt dat de meeste ouders het juist prettig vinden om steeds bij dezelfde persoon terecht te komen. En niet de ene keer bij een arts en de andere keer bij een verpleegkundige. Als nurse practitioner bouw ik sneller een vertrouwensrelatie op met ouders, eenvoudigweg omdat ik ze vaker spreek en zie.”