'De Haagse sound is rechttoe-rechtaan'

Den Haag heeft een naam te verliezen als de stad waar veel succesvolle rockbands vandaag komen. Daarom subsidieert de gemeente ‘bandcoaching’ en talloze poppodia.

Den Haag, 12 oktober 2009. In Musicon worden bandjes gecoacht door ervaren muzikanten. Op de foto krijgen scholieren les. Foto: Willem Sluyterman van Loo Sluyterman van Loo, Willem

De Haagse rockscene is deze avond in het Haagse poppodium SuperMarkt, het nieuwste kloppend hart van popminnend Den Haag, weer goed vertegenwoordigd. Ongeveer een op de vijf bezoekers bij de EP-presentatie van de Haagse indierockband Noblesse speelt zelf ook in een (Haagse) band.

„De Haagse popscene is een dorp”, zegt Mink Pinster, maker van Ja, dat is Den Haag, een documentaire over de hedendaagse Haagse popwereld die zaterdag in première gaat tijdens het PopDox Filmfestival. Hij merkt dat Haagse bands vaak in de stad blijven hangen, in de „vertrouwde en veilige scene”. Dat ziet ook Janneke Nijhuijs, muzikant in de bands ReBelle en The Deaf. „Terwijl het helemaal niet zo ingewikkeld is om buiten de stad te spelen.”

Met om en nabij de duizend bands op ruim 480.000 inwoners speelt popmuziek nog altijd een voorname rol in Den Haag, de stad waar grote namen als Golden Earring, Q65, Anouk, Kane en Di-rect vandaan komen. Den Haag is ook de stad van Parkpop en North Sea Jazz, dat tot verdriet van vele Hagenaars in 2006 naar Rotterdam verhuisde. Nog altijd aanwezig is de trots op het popverleden en -heden. Ook de gemeente profileert zich graag als popstad nummer één, en investeert jaarlijks vele tonnen in de popscene.

Maar is die borstklopperij nog wel gepast? Di-rect was immers de laatste Haagse band die nationaal doorbrak. De meeste Haagse muzikanten vinden dat echter geen goede graadmeter. Zij wijzen op bands die het dan misschien niet tot de hitlijsten schoppen, maar wel worden gedraaid op 3FM en op podia in het hele land spelen.

Ook vertellen de muzikanten over de vele Haagse poppodia en festivals – door evenementenorganisator en Den Haag FM-presentator Gerard van den IJssel geschat op zo’n tachtig in de Haagse regio. Vrijwel elke band krijgt zo de kans om op te treden. Van den IJssel: „Je moet wel heel slecht zijn als je niet op een festival kunt spelen.”

In zijn kantoor van de R.G. Ruijs Stichting staan drie dozen vol cd’s van Haagse bands. „Het is de oogst van een jaar”, zegt Van den IJssel, die de bands er speciaal om verzoekt. Uit een onderzoek dat de stichting een paar jaar geleden liet uitvoeren onder enkele honderden muzikanten bleek dat de promotie van de bands te wensen overliet. „Dan vraag ik me af: willen ze nou gedraaid worden op de radio of niet?” Van den IJssel vindt de Haagse muzikanten over het algemeen gemakzuchtig.

Dat valt mede te verklaren door de vele faciliteiten die de stad Den Haag biedt, zegt hij. Naast de (gesubsidieerde) podia en festivals is er volop gelegenheid om muziekles of bandbegeleiding te krijgen. Beginnende muzikanten worden „gepamperd”, vindt Van den IJssel. „Na tien keer oefenen kun je hier meteen overal optreden. En je vriendjes en vriendinnetjes vinden je helemaal geweldig. Dat maakt lui.”

Di-rect-bassist Bas van Wageningen is het daar mee eens. Hij runt met zijn vader een studio in Den Haag. Daar heeft hij de afgelopen tien jaar vele (beginnende) Haagse bands voorbij zien komen. Die hebben één ding gemeen, zegt Van Wageningen. „Ze hebben geen geld. Het runnen van een studio is vaak liefdewerk, oud papier.” Bands waarin Van Wageningen iets ziet, mogen op zijn kosten in de studio komen spelen. „Sommigen zeggen dan soms dat ze niet kunnen. Mensen mogen over Di-rect zeggen wat ze willen, maar we zijn altijd enorm gemotiveerd.”

Toch heeft Den Haag nog altijd een grote aantrekkingskracht, op vooral rockbands. Zo wil een band uit Amsterdam graag in Den Haag opnemen, vertelt Van Wageningen. „Omdat ze de Haagse sound aantrekkelijk vinden. Maar eerlijk gezegd, die bestaat dus helemaal niet”, lacht hij.

Van den IJssel is het daar niet helemaal mee eens. „De Haagse sound is altijd ongecompliceerde rechttoe-rechtaan rock geweest, zonder poeha. Rock naar voorbeeld van Golden Earring.” Al is die band niet meer zo’n sprekend voorbeeld. De meeste leden wonen niet meer in Den Haag. Bovendien onthulden ze laatst een maquette in Madurodam. Van den IJssel: „Dat is wel leuk natuurlijk, maar niet echt rock ’n’ roll.”

Toch blijft Den Haag een echte „bandjesstad”, daar is iedereen het over eens. Volgens de kenners komt er een interessante lichting bands aan met jonge muzikanten die van begin af aan hun eigen muziek schrijven. Zo heeft de garagerockband All Missing Pieces van drie Haagse tienerbroers de afgelopen jaren naam gemaakt.

Toch denkt documentairemaker Pinster dat de bekende bands als Kane of Di-rect een inspiratiebron zullen blijven. „In Den Haag zijn veel voorbeelden van muzikanten die de top hebben bereikt. Dat is toch anders dan in, pakweg, Zutphen.”

Ja, dat is Den Haag gaat 17/10 in première tijdens het PopDox Filmfestival in het Nutshuis.