De eenzaamste man op de maan

Moon.Regie: Duncan Jones. Met: Sam Rockwell. In: 5 bioscopen****

Dat de debuutfilm van regisseur Duncan Jones, die op de wereld kwam als Zowie Bowie, enige verwantschap vertoont met de geliefde thema’s van zijn beroemde vader, kan niemand ontgaan. Moon is uiterst charmante, existentiële sciencefiction en ook vader David heeft menig klassieke popsong geschreven over ruimtevaart: Space Oddity, Starman, Moonage Daydream. Veel van de songs van senior ontlenen hun pathos aan de ongelofelijke eenzaamheid van de nietige mens in de onmetelijke ruimte. Daar gaat Moon ook over.

Bowie was de eerste popster die zichzelf steeds opnieuw uitvond met buitenissige creaties als Ziggy Stardust. Dat hele spel met persoonlijke identiteit vertoont enige verwantschap met de kwesties die Moon aansnijdt: wie ben ik? Ben ik vandaag nog dezelfde persoon als ik gisteren was? Wat is er eigenlijk origineel aan mij? Het is ook niet vreemd dat een zoon van een zo beroemde vader zich weleens afvraagt wie hij eigenlijk zelf is.

Daarmee is niet gezegd dat Moon niet op zichzelf kan staan, want dat kan deze film zonder meer. Maar wél dat Jones heeft gekozen voor thema’s die hem na aan aan het hart gaan. Dat geeft aan Moon een persoonlijke, intieme sfeer.

Astronaut Sam Bell (de voortreffelijke acteur Sam Rockwell) is een astronaut die in zijn eentje een maanstation bemant voor een bedrijf dat maansteen opdelft als energiebron. Hij is een working class hero, een monteur die toevallig in de ruimte zijn brood verdient. Zijn dienst van drie jaar zit er bijna op, en de eenzaamheid drijft hem steeds meer tot wanhoop, ondanks het gezelschap van een sprekende computer (met de gekmakend kalme stem van Kevin Spacey). Als hij buiten het station een zwaar ongeluk krijgt, blijkt hij toch niet zo alleen te zijn op de maan als hij had gedacht.

Moon is gemaakt voor een schamel budget (zeker voor sciencefiction) van zes miljoen dollar, maar Jones weet de beperkingen compleet in zijn voordeel te laten werken. De film speelt zich vrijwel volledig af in het uitgewoonde ruimtestation, waar de verf van de muren bladdert en de apparatuur zijn langste tijd heeft gehad.

Eén of twee sentimentele scènes doen afbreuk aan de serieuze inzet van de overrompelende, verwarrende confrontatie met zichzelf waarin de astronaut terechtkomt. Maar over het geheel genomen blijkt één man in één ruimte genoeg te zijn voor een film, als elk detail zo liefdevol is uitgewerkt. De hele film lang zit er bijvoorbeeld een oud, vies, gekreukt post it-briefje op de robot die Sam gezelschap houdt. Prachtig.