Bos deed te stoer in het DSB-debat

De Tweede Kamer zal nog deze week debatteren over de dreigende liquidatie van DSB.

Heeft Bos zich versproken? En had DNB niet eerst een curator moeten aanstellen?

Hoe heeft het allemaal zo snel zo ver kunnen komen? Die vraag overheerst bij leden van de Tweede Kamer over de dreigende liquidatie van de DSB Bank. Het parlement zal er nog deze week over debatteren, dat is zeker. Of, zoals reeds gepland, in een klein zaaltje van de Tweede Kamer met de vaste Kamercommissie van Financiën, of met een spoeddebat in de plenaire zaal.

Ook onvermijdelijk is dat de uitspraak van minister Bos (Financiën, PvdA) over koopsompolissen aan de orde zal komen. Hij noemde bij de Algemene Financiële Beschouwingen winstmarges van 80 tot 90 procent in relatie tot DSB „totaal idioot”. Fatma Koser Kaya (D66): „Bos heeft in dat debat stoer zitten doen in plaats van de onrust over de bank te bezweren.” Dat geldt volgens haar ook voor PvdA-Kamerlid Ton Heerts. Die moedigde klanten aan om producten niet meer af te nemen als zij ontevreden zijn, want daar zijn „bedrijven gevoelig voor”. Dat „geeft geen pas”, volgens Koser Kaya.

Ewout Irrgang van de SP meent dat de minister praktijken moet verbieden als hij ze idioot vindt. De problemen bij DSB zijn voor hem geen verrassing: hij krijgt al jarenlang klachten van klanten en stelde er de afgelopen jaren vele Kamervragen over. Ook bij de schuldhulpverlening is de bank volgens Irrgang al langere tijd een bekende. „De DSB steekt samen met Afab al jaren boven andere financiële instellingen uit als het gaat om ontevreden klanten.” Hij herinnert zich hoe hij regelmatig met toenmalig minister Zalm debatteerde over de praktijken in Wognum, zoals agressieve reclames voor kredieten.

Irrgang vindt dat ook minister Bos te laks is met nieuw beleid. „Sinds het bankroet van Icesave heeft de minister uitbreiding van bevoegdheden voor overheid en toezichthouders aangekondigd. Maar dat is gewoon blijven liggen.” Irrgang doelt onder meer op de aangekondigde voorstellen om harder te kunnen ingrijpen bij banken, bijvoorbeeld gedwongen nationalisatie, of het verplicht omzetten van schuld in eigen vermogen bij banken in problemen.

Irrgang: „Ik begreep dat Scheringa zijn bank nog voor 250 miljoen euro heeft geprobeerd te verkopen en dat de opstelling van de grootaandeelhouder noodhulp compliceerde. Bij een beter instrumentarium had dat makkelijker opgelost kunnen worden.”

VVD’er Frans Weekers vraagt zich af of De Nederlandsche Bank niet eerst een stille curator heeft aangesteld. „Dat behoort tot de bevoegdheden van de toezichthouder. Als dat niet is gebeurd, waarom dan niet?” Hij maakt zich daarnaast zorgen over de strop voor andere banken. Die zullen de verliezen op de spaardeposito’s die tot 100.000 euro zijn gegarandeerd moeten opvangen. „Ik sluit niet uit dat de banken zich hier tegen zullen gaan verzetten.” Weekers spreekt van „veel, heel veel vragen” over de snelle ondergang van de bank en het optreden van De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Harald Benink, hoogleraar Bank en Financiering in Tilburg, begrijpt dat er onder parlementariërs veel vragen leven over het gevoerde toezicht. Daar worden straks twee onderzoeken naar gedaan. De AFM houdt vooral toezicht op het gedrag van financiële partijen. Daarom wordt vooral naar de AFM gekeken als er gediscussieerd wordt over de vermeende hoge winstmarges op koopsompolissen. Maar volgens Benink gaat dit ook De Nederlandsche Bank (DNB) aan.

Benink: „In hoeverre heeft zij hiervan kennis gehad? Als die marges te hoog waren, ontstaat het risico op claims. En dat heeft gevolgen voor de solvabiliteitspositie van een bank. Wat op het eerste gezicht om gedrag gaat – en dus het toezicht van AFM betreft – zou daardoor toch ook een zaak van DNB kunnen zijn.”

Ewout Irrgang meent dat de politiek ook de hand in eigen boezem mag steken. „Er wordt nu pas wat gedaan aan de verstrekking van tophypotheken. De Kamer heeft dat tegen de zin van de SP in altijd tegengehouden.”

Hij wijst er daarnaast op dat de hoge winstmarges op koopsompolissen mogelijk zijn gemaakt door voormalig minister Wijers (Economische Zaken, D66). Die schafte begin jaren negentig de maximering van provisies af. Dat gebeurde door de vrijstelling voor verzekeraars te schrappen om prijsafspraken te maken over de maximale hoogte van provisies op hun producten. De branche waarschuwde destijds al voor hogere provisies en dat de klant de dupe zou gaan worden.