Aan zelfverzekerdheid en flair geen gebrek

Met Bart Deurloo meldde zich gisteren een talent bij de WK turnen. Het werd een leerzaam debuut met net geen finaleplaats. Wat de turner betreft gaat dat snel veranderen.

Of hij genoten had van zijn debuut bij de wereldkampioenschappen? Daarop gaf Bart Deurloo gistermiddag een snedig antwoord: „Het is toch nog niet afgelopen.” Aan zelfverzekerdheid en flair ontbreekt het de achttienjarige turner niet. Maar tien uur later moest het jonge Nederlandse talent een andere toon aanslaan, omdat zijn score (83.000 punten) ontoereikend bleek voor een plaats in de meerkampfinale van morgen.

Deurloos optimisme was ingegeven door zijn achtste plaats na de eerste van de drie kwalificatieronden waarin hij aantrad. Hij moet zoiets hebben gedacht als: driemaal acht is vierentwintig, precies het aantal dat tot de finale wordt toegelaten. Getalsmatig geen speld tussen te krijgen, maar de werkelijkheid was gisteren in Londen weerbarstiger. Want daarna presteerden niet de maximaal gewenste zestien, maar negentien turners beter dan Deurloo, waarmee hij derde reserve werd. Het was de wiskunde van een beginner, die nog moet leren dat de juryleden ruimhartiger worden naarmate de dag vordert.

Dat was de eerste les van zijn opwindende debuutdag – „ik heb erg genoten, want een WK turnen is nog groter en mooier dan ik verwacht had”. De andere les was dat internationaal scherper wordt gejureerd dan tijdens Nederlandse wedstrijden. Elk foutje wordt onverbiddelijk bestraft. Bij wereldkampioenschappen worden geen oogjes toegeknepen, zoals onlangs bij het kwalificatietoernooi in Vught, waar Deurloo ruimschoots werd beloond met 87.500 punten, een score waarmee hij zich gisteren in Londen bij de beste tien zou hebben geschaard. Maar dat wist Deurloo ook wel. „Op dat moment had ik weliswaar de hoogste score, maar als je ziet wat Epke en Herre Zonderland en Jeffrey Wammes allemaal hebben bereikt, voelde ik me zeker niet de beste.”

Deurloos wat tegenvallende resultaat in Londen laat onverlet dat zich gisteren een belofte heeft aangediend. Iemand met een openhartig geluid in een sport van conservatieve snit. Na de wedstrijd nu eens geen voorspelbare reactie van een teleurgestelde sporter, zelfs niet nadat zijn trainer Bram Bokhoven hem had ingefluisterd in zijn commentaar een positieve toon aan te slaan. Nee, Deurloo riep in microfoons dat het k** was, omdat hij zich aan de ringen minimaal een half punt tekort gedaan voelde en bij het voltigeren zijn oefening had moeten onderbreken, waarmee hij een punt verspeelde. En die anderhalve punt, bleek achteraf, kwam de turner uit Ridderkerk tekort voor een finaleplaats.

Niet dat hij zich vooraf illusies had gemaakt, want Deurloo is een reëel mens die naar Londen was gekomen „om zijn stinkende best te doen”. Maar een finaleplaats zou volgens hem super zijn geweest en bovendien een leerzame ervaring. De turner was er dichtbij, maar ervoer dat op internationaal vlak iets extra’s wordt gevraagd. En belangrijker: weinig fouten gemaakt mogen worden. Zijn leerschool wordt morgen vervolgd vanaf de tribune.

Als het aan Deurloo ligt voor het laatst, want op de meerkamp heeft hij grote ambities. En daar komt hij rond voor uit. „Bij de laatste WK in Stuttgart keek ik televisie met de gedachte: wacht maar, over een paar jaar ben ik ook in beeld. Ja, de wereldtop is haalbaar, daar ben ik van overtuigd. Ik draai nu al goed mee en als ik ouder word en me meer heb ontwikkeld, moet dat geen probleem meer zijn.”

Deurloo voelt zich op en top allrounder. Hij waardeert specialisten, maar het echte turnen is volgens hem de meerkamp. Hij is er goed in, zij het dat de ringen nooit zijn favoriete onderdeel zullen worden, vooral niet sinds hij vorig jaar aan zijn schouder is geopereerd. „Sindsdien mis ik de kracht om extra elementen in mijn oefening op te nemen. En ik heb nog steeds pijn tijdens mijn ringenoefening.”

Maar Deurloo is niet het type dat zich door een pijntje laat afremmen. Er is eerder sprake van het tegenovergestelde. „Ik ga nog te vaak door terwijl het onverantwoord is. En als ik dan klaar ben denk ik: oei, ik had beter kunnen stoppen.”

Maar zijn ambitie is ook zo groot. Deurloo wil slagen als turner, hoe dan ook. Natuurlijk, hij heeft ook zijn dipjes gekend, maar in tijden van twijfel overheerste uiteindelijk de drang om te turnen. „Ach, het waren de bekende vragen. Waar doe ik het allemaal voor? Wat heb ik eraan? Zijn alle inspanningen het waard? En als vrienden dan leuke dingen doen en jij moet turnen, komt de onzekerheid. Maar uiteindelijk bleek steeds weer dat ik turnen miste. Ik kwam tot de conclusie dat het mijn leven is. Ik ga ermee door tot ik niet meer kan. Nee, niet eens om beloond te worden. Als je goed bent, komt dat vanzelf.”

In Londen heeft Deurloo de kans kennis te maken met het internationale niveau. En de gelegenheid zijn favorieten te ontmoeten. Zijn belangstelling gaat in het bijzonder uit naar Kohei Uchimura, de Japanner die gisteren met de hoogste score (90.925 punten) de finale bereikte. Deurloo houdt van de Japanse stijl. Vooral omdat Japanners op alle onderdelen goed zijn. Bewonderend: „Wat ze doen is niet eens zo moeilijk, maar ze voeren de oefeningen ongelooflijk zorgvuldig uit. Niet om hem te imiteren, maar ik let bij de WK speciaal op Uchimura.”