Zonder hetze was er nu nog een DSB Bank

Politici en media hebben olie op het vuur gegooid toen bleek dat er problemen waren bij DSB, schrijft Hans van Kranenburg. Zo werd de val onvermijdelijk.

Ondernemen doe je niet in isolement. DSB Bank heeft zich te laat gerealiseerd dat zij niet alleen relaties had met voor de hand liggende betrokkenen als werknemers, klanten en instanties als De Nederlandsche Bank (DNB). Juist de aanwezigheid van politici, publieke instellingen, belangengroepen en de media heeft DSB Bank in ernstige problemen gebracht. Deze partijen in de zogenoemde niet-marktomgeving van een bedrijf kunnen vooral indirect veel invloed uitoefenen op de bedrijfsvoering. In het extreme geval, zoals bij DSB-bank, kan die invloed zelfs leiden tot de ondergang van de onderneming. Ook deze niet-marktpartijen hebben een bepaalde verantwoordelijkheid. Ook zij moeten zich realiseren wat de impact van hun acties kan zijn.

De moeilijke omstandigheden bij DSB Bank zijn in een stroomversnelling geraakt na een tv-interview met Pieter Lakeman, de voorzitter van Stichting Hypotheekleed. In dit interview deed Lakeman een zeer onverstandige en onverantwoorde oproep om DSB Bank failliet te laten gaan. Een faillissement was volgens Hypotheekleed de beste methode om ervoor te zorgen dat haar leden van hun verplichtingen met DSB Bank konden afkomen. De groep DSB-klanten die door Hypotheekleed wordt vertegenwoordigd, vindt het vanzelfsprekend dat anderen opdraaien voor de ontstane problemen: de andere cliënten van de DSB Bank, werknemers bij de bank en hun familie, de belastingbetaler, andere banken.

Daar valt een belangrijke kanttekening bij te plaatsen. DSB Bank heeft haar producten alleen kunnen verkopen omdat er een vraag naar was. De verantwoordelijkheid ligt daarom onomstotelijk ook bij degenen die de verplichtingen zijn aangegaan.

Toen het vuur was aangewakkerd waren er genoeg partijen die nog wat olie op het vuur gooiden. Actualiteitenprogramma’s zijn min of meer een onderlinge strijd aangegaan wie als eerste de primeur had van het aanbieden van de excuses door DSB Bank. Bij Nova moest dit bij voorkeur zelfs meerdere keren gebeuren en bovendien door Scheringa zelf. Waar bleef het tegengeluid over het gevolg van een mogelijk faillissement van DSB op de samenleving?

Ook de Tweede Kamer reageerde. Zij ontlokte de minister van Financiën de uitspaak dat de provisiepraktijken van DSB Bank „totaal idioot” waren. De Kamer en de minister hadden toch moeten weten dat zij op eieren zouden moeten lopen in deze situatie, omdat onverstandige uitspraken de twijfelende spaarder eenvoudig konden aanzetten om het spaargeld weg te halen bij DSB. En, zo blijkt, dat is ook massaal gedaan.

Door de ontstane hetze werd er extra onrust gecreëerd en heeft het vertrouwen in ons financiële systeem weer een nieuwe deuk opgelopen. De markt en economie bevinden zich door de kredietcrisis in een labiel evenwicht dat nu door het optreden van de niet-marktpartijen opnieuw ernstig is verstoord. De les die we hieruit moeten trekken is duidelijk. Willen wij onze economie helpen herstellen en laten groeien dan moeten alle partijen zich bewust worden van hun bijdrage daaraan. Indien alle partijen zich meer bewust waren geweest van de impact van hun acties dan had DSB Bank gewoon kunnen blijven voortbestaan en was er tijd geweest om tot een verstandige oplossing te komen voor gemaakte fouten. Of het de curatoren gaat lukken dit nu alsnog te realiseren is zeer de vraag. De samenleving krijgt een stevige rekening gepresenteerd.

Hans van Kranenburg is hoogleraar Corporate Strategy aan de Radboud Universiteit Nijmegen.