Wel of geen waterijs?

Twee ruimtevaartuigen van NASA zijn in de krater Cabeus aan de zuidpool van de maan te pletter gevallen.

De missie is geslaagd, zeggen de onderzoekers.

Wat de wetenschappelijke instrumenten allemaal geregistreerd hebben – en óók: wat niet –, dat zullen we pas over een paar weken weten. Maar de LCROSS-missie is geslaagd, vonden vrijdag de onderzoekers van het Ames-instituut van ruimtevaartorganisatie NASA.

Met een welgemikte zwiep hadden zij twee projectielen, zo groot als een bus en een auto, regelrecht de Cabeuskrater op de zuidpool van de maan in laten duiken. Op meer dan 370.000 kilometer van de aarde sloegen de twee met een vaart van ruim 9.000 kilometer per uur te pletter in de krap honderd kilometer brede krater. Eerst de een en vier minuten later de ander.

Maar de verwachte pluim van opstuivend stof en misschien zelfs waterijs, bleef uit. Toch zijn er volgens de onderzoekers van het LCROSS-project (53 miljoen euro) honderden tonnen maanmateriaal omhoog gewerkt. Een mogelijke verklaring voor het uitblijven van een stofwolk is, zeggen zij, dat de projectielen een rotsachtige helling of een glooiend gebied in de krater hebben getroffen waardoor het stof niet hoog genoeg oprees om het zonlicht te bereiken.

Het LCROSS-vaartuig was de reisgenoot van de Lunar Reconaissance Orbiter, een satelliet die het maanoppervlak nauwkeurig in kaart brengt. Beide gingen op 18 juni dit jaar omhoog met dezelfde ATLAS-raket. Maar de twee ton zware tweede rakettrap die normaal gesproken zou zijn geëindigd als ruimtepuin, werd in het LCROSS-project gebruikt als projectiel.

Daarvoor werd hij eerst in een wijde baan om de aarde gebracht, op sleeptouw genomen door het LCROSS-ruimtevaartuig. Vier maanden later kruiste die baan het pad van de maan en werden de twee boven het maanoppervlak ontkoppeld en de krater in geslingerd. In de vier minuten tussen de twee inslagen legden de instrumenten aan boord van het LCROSS-vaartuig de inslag van de rakettrap vast en stuurden ze hun gegevens op de valreep nog naar aarde.

De analyse van die gegevens moet nu uitwijzen wat er zoal in de kraterbodem zit. En vooral: of zich daar ook waterijs bevindt. De diepe ijskoude kraters zouden mogelijk een reservoir zijn waarin water zich, als ijs, heeft opgehoopt. En zulke reservoirs zouden volgens NASA weer belangrijk zijn voor eventuele toekomstige bemande maanmissies.

De maan zelf heeft volgens de onderzoekers weinig schade ondervonden van de menselijke agressie. De inslagkrater was ongeveer twintig meter in diameter en vier meter diep, en volgens hen was het effect van de klap op de maan een miljoen keer kleiner dan dat van een wimper die tijdens de vlucht op de vloer van een Boeing 747 valt.

Eerdere inslagen op de maan – in totaal zijn er een stuk of twintig geweest – hebben overigens nooit ijs kunnen aantonen.