We zijn hier weggepest

Zes Rotterdamse studenten besloten na een conflict met hun huisbaas te verhuizen.

„Een kapotte cv-ketel werd niet gemaakt en er werden nieuwe sloten geplaatst.”

De voormalige woning van studentenhuis ’t Hertenkamp. Het huis werd geteisterd door schimmel, had een kapotte cv-ketel, open riolering en tochtgaten. Foto’s Bas Czerwinski 18-09-2009, Rotterdam. Studentenhuis aan de Oudedijk 179 te Rotterdam. Foto Bas Czerwinski studenten huisvesting studentenhuizen studentenwoningen muren buizen symboliek Czerwinski, Bas

Het begon zo veelbelovend. Met een nieuwe huisbaas met wie je „keihard” kon lachen en die ook hun studentenhuis, een statig, maar bouwvalling pand in het Rotterdamse Kralingen, wilde verbouwen. Nu twee jaar later, zijn de zes studentes van verenigingshuis ’t Hertenkamp, verhuisd. Gevlucht eigenlijk, uit hun eigen huis.

’t Hertenkamp is niet het enige verenigingshuis in Kralingen, een chique wijk met van oudsher veel studenten, dat de laatste jaren problemen met zijn huisbaas had. Jolien Brouwer (19) slaat het jaarboek van haar vereniging open. „Beestenboel, De Babbelbox, Consul, ’t Parasolletje, allemaal huizen die de laatste jaren door problemen met hun huisbaas bijna dood waren.” Op de pagina van verenigingshuis Pindakaas staat in rode letters ‘In Memoriam’. Brouwer: „Dat is het ergste wat je als verenigingshuis kan overkomen.”

Wat ging er mis? Het begon met een brief, in oktober 2007, waarin stond dat hun studentenhuis, eigendom van een vastgoedbedrijf, was overgekocht. De zes studentes van ’t Hertenkamp nodigden de nieuwe eigenaar uit voor een kennismaking. Brouwer: „We hebben gelachen, het leek een innemende man. Beetje nouveau riche. Sneakers, jasje, roze blouse. Hij bleek ruim honderd panden in Nederland en Spanje te bezitten”.

Wel leek de huisbaas, die het pand nog niet eerder had gezien, te schrikken van het achterstallig onderhoud: open riolering in de kruipruimte, kapotte verwarming in het bovenhuis, een kapotte douche, schimmel, loshangende elektriciteitsdraden, tochtgaten in de muur. Brouwer: „Er was in de vijftien jaar dat studenten van onze vereniging op deze plek woonden, weinig aan het pand gedaan.”

„Hoelang willen jullie hier nog blijven?”, vroeg de nieuwe eigenaar. De studenten legden hem het principe van een verenigingshuis uit (een huis permanent bewoond door verenigingsleden die om de vijf jaar wisselen). Er werd afgesproken het pand in februari drie maanden te verbouwen. Daarna mochten ze terugkeren. Brouwer: „In de tussentijd zouden we beiden op zoek gaan naar tijdelijke, vervangende woonruimte. En hij beloofde een loodgieter om de verwarming te repareren. Ons huis werd opgeknapt!”

Toen werd het winter. De loodgieter was ondanks toezeggingen niet komen opdagen en de huisbaas bleek slecht bereikbaar. In dikke winterjassen zat het zestal in de woonkamer, hun adem zichtbaar in de lucht. Op zondag 22 februari begaf ook de tweede cv-ketel het. Een van de studenten stuurde de huisbaas een sms: ‘Heb u meerdere malen gebeld vandaag want onze ketel heeft het begeven, dusdanig dat de situatie vrijwel onleefbaar is. Daarom hebben wij zelf een loodgieter laten komen.’ Drie dagen later sms’te de huisbaas terug: ‘Het is niet de bedoeling dat jullie dat zelf regelen…kosten in overleg. Heb zelf een loodgieter.’

In de maanden erna veranderde er weinig: geen nieuwe cv-ketel, geen vervangende woonruimte. De studenten schreven – zonder veel succes – de huurcommissie aan.

Ondertussen dreigde de huiseigenaar zelf nieuwe huurders op twee leegstaande kamers in ’t Hertenkamp te plaatsen. Ook weigerde hij de huurovereenkomst met een nieuwe huisgenoot. Brouwer: „Want hij wilde ons verenigingshuis juist laten doodbloeden, zei hij letterlijk.” En ze kregen een brief van zijn advocaat: er zou een huurachterstand zijn van 12.000 euro. „Volkomen uit de lucht gegrepen”, zegt Brouwer.

Toen het zestal afgelopen augustus terugkeerde van een gezamenlijke vakantie, ging de voordeur niet open. Er bleek een nieuw slot op te zitten. Brouwer: „Eenmaal binnen wisten we niet wat we zagen. Overal lagen lege blikjes bier, zakken chips, as, peuken, slaappillen.” Ze belden de huisbaas. Die vertelde hun dat hij de lege kamers zelf had onderverhuurd en dat hij de sleutels in beheer had gegeven van ene Nizar. Brouwer: „Hij noemde me een bijdehante kut.”

Het zestal voelde zich er niet meer thuis. Op een van de kamers sliep een uitwisselingsstudent uit Pakistan. Ook kwam Nizar, de beheerder, regelmatig onaangekondigd langs. Brouwer: „Hij wilde ons wel in handdoekjes zien rondhuppelen, zei hij. En hij vroeg steeds of we ons nog moesten aankleden.”

Verhuizen was nog de enige optie. Eind augustus vonden de studenten een nieuw huis. Ze lichtten hun huisbaas in en vroegen 10.000 euro verhuiskosten. „Hij ging direct akkoord. Het geld kregen we contant in briefjes van 50”, zegt Brouwer. „Ik vermoed dat hij ons heeft weggepest om het pand te kunnen verbouwen, splitsen en verkopen.”