Schaterhater

Een paar tafeltjes verder zat een groepje vrouwen, van wie er één de hele tijd heel hard zat te lachen. Zo’n geluid waardoor je denkt: inderdaad, lachen moet wel verwant zijn aan de alarmkreet bij de apen, evolutionair gezien. Of gewoon: mag die vrouw wat zachter? Sommige mannen weten trouwens ook feilloos die golflengte te bereiken waarop je je afvraagt hoelang je trommelvlies het nog houdt.

Waarom kan het zo irritant zijn om iemand heel hard te horen lachen? Bij de mens is het toch een teken geworden dat er iets goed is? Toch kun je er van alles aan psychologie bij bedenken. Je kunt je buitengesloten voelen, misschien zelfs wel ‘onbewust’. Net als wanneer je maar de helft van een mobiel telefoongesprek hoort – op een gegeven moment leefde de theorie dat dat zo irritant is, omdat je hersenen eigenlijk ook de andere kant van het gesprek willen horen.

Met lachen is het nog erger: je zou weleens uitgelachen kunnen worden, en dat is natuurlijk iets waar je onbewuste groepsdiergevoel enorm op aanslaat. Dus is zo’n schelle lacher vaak automatisch irritant, nog voor je erover nadenkt. Als je erover nadenkt, wordt het trouwens alleen maar erger. Ofwel diegene heeft gewoon plezier en waarom zou je je dan ergeren, dan zit je zelf fout; of hij/zij valt in de categorie ‘mensen met verongelijkte overspannen aanwezigheidsdrang’. In beide gevallen wil je er niets van vinden. Of over zeggen.

Gelukkig sprak een vrouw aan het tafeltje naast ons ineens: „Nou ja zeg, die denkt zeker dat ze hier alleen is.” Instemming van haar tafelgenoten.

En dat is dan weer fijn aan het groepsdier-zijn: ineens was de krijslach niet erg meer. Ineens deelden we onze smart met een tafel vol anderen. En dat niet alleen: die waren waarschijnlijk geïrriteerder dan wij, want zij hadden er al iets over gezégd, wij nog niet. Dus konden we rustig verder eten en tegenover onszelf doen alsof we ons helemaal niet hadden geërgerd. En af en toe klonk dan die lach waar anderen zich zo aan stoorden, maar die niet voor ons bedoeld was.

In de serie Gek genoeg beschrijft Ellen de Bruin wekelijks opvallend gedrag.