Ook geseling in kloosters hier

In Nederlandse kloosters is tot in de jaren 60 aan zelfgeseling gedaan. Duizenden monniken, nonnen en andere religieuzen kastijdden zichzelf, vastten streng en moesten bij misstappen straffen ondergaan. Dat blijkt uit onderzoek waarop theoloog Emke Bosgraaf deze maand promoveert. Niet eerder werd dit verschijnsel, waarvoor Bosgraaf achttien bejaarde religieuzen uit ordes en congregaties interviewde, in Nederland in kaart gebracht. Religieuzen kregen straffen opgelegd voor misstappen, zoals verslapen en het per ongeluk kapotmaken van spullen. Straffen konden uiteenlopen van vaker afwassen tot streng vasten of een extra portie zelfgeseling. Nieuw toegetreden religieuzen waren daarvan niet altijd op de hoogte. Bosgraaf: „Het was een taboeonderwerp. Novicen dachten dat zelfgeseling iets middeleeuws was”. Sommige religieuzen ontweken de praktijken door bijvoorbeeld in hun eigen kamer hard op het kussen te slaan en te kermen van pijn. Later verdween het gebruik. Nederigheid tegenover God werd voor velen een minder belangrijk ingrediënt voor geloof. „Vroeger werd het lichaam vergeleken met een ezel, een koppig dier dat steeds in dezelfde fout verviel: lust. Later zag men in dat die ezel ook een broeder was, waarmee men op een harmonieuze manier moest omgaan.” (NRC)