Melodramatisch in de meest letterlijke zin

Muziektheater Das Buch der Unruhe van M. van der Aa. Gezien: 10/10 A’dam. Radio 4: 13/10, 20u. *****

Dor en fel is het in zomers Portugal. Eén blik op de stuivende aarde onder de poten van een os en je bent in de wereld van Pessoa. Hé, daar duiken opeens damesbenen op achter de ossenpoten; ze lopen mooi synchroon. In de Oostenrijkse stad Linz ging dat sterke beeld in januari, bij de wereldpremière van Michel van der Aa’s muziektheaterwerk Das Buch der Unruhe, ongemerkt voorbij. Bij de première in Amsterdam lachte zaterdag een vol Concertgebouw er luid om. Er waren meer verschillen.

Het internationale succes van componist Van der Aa (39) ligt niet alleen besloten in de kwaliteit van zijn noten (hoewel uitgever Boosey and Hawkes daar natuurlijk óók voor viel), maar ook in zijn missie in muziek en muziektheater nieuwe wegen te zoeken met hulp van verschillende media.

Een festivalletje met Van der Aa’s werken was er dezer dagen een dwarsdoorsnee van: zijn opera After Life (radio 4, 17/10, 19.30u) was opnieuw te zien bij De Nederlandse Opera en de ook voor film, ensemble en acteur geconcipieerde ‘kameropera’ Das Buch der Unruhe beleefde de Nederlandse première in de ZaterdagMatinee.

Van der Aa haalde zich nogal wat op de hals. Allereerst de teksten van Pessoa: een literaire spekkoek van associatielaagjes. Daarbij: de samenwerking met Oostenrijkse steracteur Brandauer. In het kort: boekhouder Bernardo Soares (Brandauer) draagt een groep personages in zich mee, met eigen levens, eigen gedachten. We zien ze op de filmbeelden die Van der Aa schoot in en om sfeervol Lissabon. De jonge ober, de oude ambtenaar – allen zijn Soares’ imaginaire alter ego’s.

Acteur Brandauer leek nu vertrouwder met de tekst; hij sprong er losser, meeslepender mee om. Nederlandse boventitels hielpen om naast de tragiek ook de humor van Soares’ manische isolement te proeven. Zijn monoloog over de bedrieglijkheid van gevoelens was indrukwekkend, zoals steeds de wijze waarop zijn bespiegelingen opgingen in de klankgolven van het ensemble. Melodramatisch – in letterlijke zin. Het ensemble MusikFabrik onder Martyn Brabbins speelde Van der Aa’s lastige partituur met de onrustige figuren en ijle strijkersvragen sowieso kleurrijker dan bij de première.

Wat bleef was de botsing van de aardse Duitse spraak met het oogverblindende Portugal van de filmbeelden. Noodzakelijk voor het Linzer publiek destijds, zonde voor het werk an sich. Als de voorstelling door een Portugese acteur wordt gedragen, werken ook de door Van der Aa gecomponeerde fadoliedjes (door Ana Moura) minder als Fremdkörper. Waarschijnlijk.

Das Buch der Unruhe prikkelt hersens én emoties door de mix van tekst, muziek en film. Van der Aa’s volgende stuk is een celloconcert, maar hopelijk gaat hij ook snel verder in muziektheater. Zijn paden brengen ons waar we nog niet waren, maar graag vaker zouden zijn. Net als Soares, dus.