Het krediet is op

Nederland is alweer een bank armer. Na het faillissement van Van der Hoop in 2005 en de perikelen vorig jaar rond ABN Amro, die waarschijnlijk zullen leiden tot een samensmelting met Fortis Bank Nederland, is sinds gisteren DSB onder curatele gesteld. Kon Van der Hoop los gezien worden van de kredietcrisis, bij DSB is dat niet het geval.

Dat minister Bos (Financiën, PvdA) gisteren zei geen verband te zien, is begrijpelijk. De gemoederen in en rond bankwereld waren net enigszins tot bedaren gekomen. En een nieuwe calamiteit kon ook in dit opzicht worden gemist als kiespijn. Maar DSB is geen geïsoleerd geval, dat zich onder andere omstandigheden net zo goed had kunnen voordoen.

Allereerst viel de oproep tot een run de bank in vruchtbare aarde omdat het vertrouwen van het publiek in de bancaire sector door de gebeurtenissen van de afgelopen twee jaar al fors was beschadigd.

Daarnaast was er de omstandigheid dat DSB het weggehaalde spaargeld zeer moeilijk kon compenseren met financiering uit de geldmarkt. Die is wel iets ontdooid sinds de ijstijd vorig jaar, maar is nog altijd moeilijk toegankelijk voor banken met een vlekje, laat staan kleine banken die kampen met een acute leegloop. Er was dus sprake van een bedreiging van de liquiditeit bij de bank.

Die liquiditeit was, ook door de kredietcrisis, al wankel zoals dat bij de meeste banken het geval was en nog steeds is. Ook DSB maakte gebruik van de speciale faciliteiten die de Europese Centrale Bank en de aangesloten nationale centrale banken sinds het uitbreken van de kredietcrisis beschikbaar hebben gesteld. De mislukte reddingspoging door de andere, grote, banken mag met name worden teruggevoerd op hun angst voor reputatieverlies. Niet alleen bij het publiek, maar ook op de financiële markten zelf.

Het klimaat waarin de val van DSB zich afspeelde heeft dus in plaats van niets, juist alles met de bankencrisis te maken. En dat geldt eveneens voor de oorzaak van de problemen bij de bank. Het zoeken, en soms overschrijden, van wat ooit de grenzen van de betamelijkheid waren in de banksector lijkt door DSB tot bedrijfsmodel te zijn verheven. Het verkopen aan klanten van peperdure producten die ze niet begrijpen heeft, van klein tot groot, in de gehele banksector bijgedragen aan de crisis. Als beleggingen vermomde leningen in de aandelenlease-affaire of onhaalbare beleggingsdoelen bij de woekerpolis-affaire: ze zijn in wezen van dezelfde categorie als de complexe financiële derivaten waarmee banken elkaar en hun beleggers jarenlang een rad voor ogen draaiden. Dolgedraaide innovatie, onverantwoordelijk winstbejag en een daar achteraanhollend toezicht: DSB is de microkosmos van wat er fout was in de sector.

Het moet aanlokkelijk zijn om de deconfiture van deze kleine bank te bestempelen als een incident, of hooguit een laatste onwelkome stuiptrekking van de kredietcrisis. Maar de gebeurtenissen van de afgelopen weken geven juist aan dat de crisis in de sector nog lang niet ten einde is.