Een vertrouwenslijn voor de burgemeester in nood

Tweederde van ’s lands burgemeesters en wethouders had vorig jaar te maken met geweld. Mensen zijn sneller aangebrand, en de bestuurder woont dichtbij.

Zomaar een greep uit het groeiende dossier over geweld tegen lokaal bestuurders. Een gegijzelde wethouder, een met de dood bedreigde burgemeester, een met kogels beschoten wethouder en afgelopen zaterdag het laatst bekende incident: bij de burgemeester van Meerssen werd een paal door de ruit van zijn woning gegooid.

Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) sprak al voor dit voorval over „een wildwestsituatie die ondersteuning voor het lokaal bestuur noodzakelijk maakt”. Een van haar maatregelen is de vertrouwenslijn. Bestuurders die zich bedreigd voelen, kunnen sinds 1 oktober anoniem een nummer bellen van de Stichting M. – tevens beheerder van de tiplijn Meld Misdaad Anoniem.

„Het loopt nog niet storm, maar we krijgen dagelijks telefoontjes”, zegt manager Ruud Smulders over de vertrouwenslijn. Hij verwacht vooral meldingen uit kleine gemeenten. „Daar zijn bestuurders banger hun verhaal te vertellen aan collega’s. Wie kunnen ze in vertrouwen nemen en wie niet?”

Binnenlandse Zaken kwam deze maand met alarmerende cijfers. In 2008 had 69 procent van de burgemeesters en wethouders te maken met verbaal of fysiek geweld, intimidaties of bedreigingen. Bij raadsleden lag het percentage op 49 – stijgingen van circa 10 procentpunt ten opzichte van 2007.

De mensen hebben een steeds korter lontje, zo verklaren ondervraagde psychologen, sociologen en bestuurskundigen de oplopende geweldspiraal. Het lokaal bestuur – makkelijk te traceren, want woonachtig in de werkomgeving – wordt belaagd door een heetgebakerde bevolking die haar onvrede niet alleen verbaal maar ook fysiek uit. Burgemeesters, wethouders en raadsleden zijn goed benaderbaar en dat maakt hen kwetsbaar, zeggen de wetenschappers in koor.

Burgemeester Koos Schouwenaar van Middelburg – „niet bang aangelegd” – heeft in dertig jaar weinig zien veranderen. Hij ziet dan ook „helemaal niks” in de vertrouwenslijn. „Als het echt uit de hand dreigt te lopen, kunnen wij als burgemeester politie of justitie inschakelen, net als alle andere burgers. Waarom zouden wij een uitzonderingspositie verdienen?”

Schouwenaar is in al die tijd „tweemaal serieus lastig gevallen”. De laatste keer, een paar jaar geleden, dreigde een boze coffeeshophouder een kind van de burgemeester op het schoolplein op te zoeken. Schouwenaar: „Ik heb aangifte gedaan. De man heeft een werkstraf gekregen. Klaar.”

Bij het andere incident, in de jaren tachtig, liep er een boze man in de tuin van zijn burgemeesterswoning in Venhuizen. „Niet zo leuk voor mijn vrouw en toen nog jonge kinderen. Hij is opgepakt, ik heb hem nooit meer teruggezien.”

Minister Ter Horst bleek onlangs bij het Nederlands Genootschap van Burgemeesters in Wassenaar een andere mening toegedaan dan Schouwenaar. „Blijf er niet mee rondlopen”, sprak ze tot zo’n 150 burgemeesters. Ze verwacht niet dat lokale bestuurders minder kwetsbaar worden „in onze complexe en bij tijd en wijle zeer conflictueuze samenleving”.

Ter Horst, oud-wethouder van Amsterdam en oud-burgemeester van Nijmegen, voerde al de dubbele strafeis in voor verdachten van agressief gedrag tegen mensen in openbare functies. Naast de vertrouwenslijn gooide ze deze maand ook het geweldsprotocol in de strijd. Dit beschrijft een waslijst aan maatregelen die gemeenten kunnen nemen om agressie en geweld te voorkomen en af te handelen. Zoals: professioneel – lees: rustig – reageren, anti-agressietrainingen en betere communicatie met de burgers.

De vertrouwenslijn van de Stichting M. telt 14.000 potentiële kandidaten – inclusief bestuurders van waterschappen en provincies – om anoniem hun zorgen te uiten. Manager Smulders werkt „wegens de vertrouwensrelatie” bewust met een klein team, van negen medewerkers. Drie van hen, plus een reserve, vormen de eerste lijn. Zij hebben een algemene opleiding en waren al in dienst bij M. Voor de vertrouwenslijn volgden ze nog een extra training. „Het eerste klankbord”, aldus Smulders.

Een beller die wordt doorverwezen belandt bij de tweede lijn: vier specialisten. Met een vijfde is M. in gesprek. Onder hen zijn (oud-)bestuurders met vergelijkbare ervaringen als de bellers, en gerenommeerde coaches met een psychologische achtergrond. Smulders: „De coaches hebben geleerd goede vragen te stellen én de gesprekspartner een spiegel voor te houden.”

De manager van Stichting M. houdt het telefoonnummer van de vertrouwenslijn liever voor zich, maar over de openingstijden doet hij niet geheimzinnig. Zes dagen in de week – behalve op zondag – kunnen bedreigde burgemeesters en andere bestuurders tijdens kantooruren hun verhaal kwijt.

Vanuit Middelburg zal er geen telefoontje komen. „Ik ben mans genoeg om mijn problemen zelf op te lossen”, zegt burgemeester Schouwenaar.