De laatste kans op een leven buiten vier muren

De Stichting Moria begeleidt (ex-)gedetineerden naar een zelfstandig leven.

In villa Het Heidehuis heerst een mild regime van naastenliefde en discipline.

Doorfeesten met de pinpas van zijn vader, dat was niet zo’n goed idee van Ruurd (28). In een roes dronk en snoof hij nog eens 280 euro weg. Zijn vader deed aangifte en de politie ving hem thuis op. „Mijn vader is doof en hoorde me toch niet zoeken naar die pas”, zegt Ruurd. „Dat ik daar een beetje misbruik van heb gemaakt, spijt me wel.”

Ruurd had nog een onafgemaakte taakstraf voor een ‘vechtpartijtje’ en zo’n 1.200 euro aan boetes uitstaan voor „verkeersovertredingen, wildplassen en een beetje baldadigheid”. Hij kreeg drie maanden cel in de ‘Blueband’, de gevangenis in Arnhem-Zuid met blauwe belijning.

Via de reclassering hoorde hij van Stichting Moria in Nijmegen. Moria begeleidt (ex-)gedetineerden naar zelfstandigheid in villa Het Heidehuis uit 1916. Er heerst een mild regime van discipline en naastenliefde. ‘De jongens’ in huis worden niet opgesloten, maar hebben een eigen kamersleutel. Ze krijgen schuldhulp en 35 euro per week om voor zichzelf te koken. Wie verslaafd is, wordt eerst doorverwezen. Het Heidehuis is een thuis, geen therapeutisch centrum.

Nu zit Ruurd met zijn sokken op de bank in een gelambriseerde herenkamer. Hij woont een jaar bij Moria, met een onderbreking van vier weken afkickkliniek. „Ik kon niet van het witte goud afblijven. Ze hebben me er bijna uitgegooid, maar in genade weer opgenomen.”

Ooit hoopt hij het contact met zijn vader te herstellen, vertelt hij. Ook wil hij basisschoolleraar worden. Voor een stage heeft hij alleen een verklaring van goed gedrag nodig. En die heeft Justitie net geweigerd. „Ze zijn bang dat ik de lunchtrommeltjes van de kinderen steel.”

Ruurd is een slimme jongen, zeggen ze. „Ik ben alleen dom in het gebruik van mijn hersenen.”

Vandaag viert Stichting Moria haar vijftienjarig bestaan. De oprichting was een initiatief van de Fraters Maristen, de Zusters van Julie Postel en de Fraters van Utrecht. De naam is afgeleid van de berg Moria uit Genesis 22 waarop Abraham van God zijn zoon Isaäk moest offeren. Abraham toonde zich godvrezend, waarop God een ram als offerdier zond. Moria betekent letterlijk ‘plaats waar wordt gezien’.

Maar als ‘religieus’ wil directeur André Stuart (42) de stichting anno 2009 niet afficheren. Zuster Agneta uit het bestuur heeft nog jarenlang ‘poetsles’ aan de bewoners gegeven. Vorig jaar fungeerde ze in het KRO-programma Sister Act als boegbeeld van Moria. Geloven is echter geen voorwaarde om in Het Heidehuis te wonen, noch om er te werken. Wie het heiligenbeeld op het bureau van trajectbegeleider Herman Smit (45) voorstelt, weet niemand. Ja, dat poppetje ernaast is natuurlijk „de heilige Kabouter Plop”.

„Waar je de religieuze grondslag in terugziet, is in een zekere barmhartigheid”, zegt directeur Stuart, van oorsprong theoloog. „Dat we bereid zijn om twijfelgevallen, de zwakste schakels, nog een kans te geven. Dat we ze niet direct op straat flikkeren, als ze een fout maken.”

Dat vertrouwen geven, heeft Stuart moeten leren toen hij tien jaar geleden begon. „Vroeger was het frater Henk Wienk die als hoofd naar gevangenissen ging. Dan praatte hij wat met een gedetineerde, rookte dikke sigaren en krabbelde wat achter op het doosje. Ja, die jongen lijkt me wel wat voor ons, zei hij dan. Terwijl ik dacht: néé.”

Sommige jongens zijn „enorme ratten” geweest, zegt trajectbegeleider Lilian Goessens (51). Er zitten jonge veelplegers tussen met een volwassen dossier, flinke jongens met agressieproblemen, of met schulden tot een half miljoen euro. Alleen bij zedendelinquenten en moordenaars is Moria wat ‘terughoudend’, aldus directeur Stuart.

Goessens is bijna nooit bang in huis, zegt ze. „Ik heb één keer gehad dat een jongen met een afgebroken trapspijl voor me stond. Toen grepen de andere jongens ook in. Als je aan Lilian komt, dan kom je aan hen.”

Op de binnenkant van haar kastdeur hangen groepsfoto’s met boeventronies. Ze zijn genomen bij St.-Sauveur-le-Vicomte in Normandië. Ieder jaar mag een groepje mee op excursie naar de oorlogsgraven. Goessens: „Vooraf kijken we dan Saving Private Ryan. Nou, dat maakt indruk, hoor. Deze jongen, Edwin, die had nog nooit de zee gezien en sprong er zo in. De rest van de dag liep hij in natte kleren.”

Een paar jaar geleden kwam Edwins overlijdensbericht. Het enige wat Goessens kwijt wil, is dat hij zwaar verslaafd was.

„Sommige oud-bewoners sturen ons later nog een geboortekaartje”, vertelt Teun Lans (50), die als ‘arbeidstoeleider’ de bewoners aan werk helpt. „De meeste jongens in huis hebben nul eigenwaarde. Als je ze verantwoordelijkheid geeft, krijg je respect terug. Een aantal ervaart zulk soort contact voor het eerst.”

Een ‘zachte aanpak’ vindt Lans het niet. „Het is helemaal niet soft” – huisregels zijn huisregels, geldt bij Moria. De ‘zachte kracht’, dat vinden medewerkers beter klinken.

Lans was tien jaar politieagent. Nu probeert hij de jongens in huis aan werkervaring te helpen. Het gaat goed. Dertien van de vijftien jongens werken bijvoorbeeld als glazenwasser, hovenier of in de bouw. Sindsdien zijn de urinecontroles in huis ook minder vaak positief, zegt Lans.

Aannemer Alwin Willems heeft zeker vijftig ex-gedetineerden als leerling gehad. „Ik weet wat het is om in een hokje geduwd te worden”, vertelt hij in zijn kantoor in Nijmegen. „Ik ben dyslectisch en moest als kind naar een LOM-school. Mijn broer op het gymnasium schreef voor mij mijn liefdesbrieven. Ik dacht dat ik dom was.”

Ondanks de subsidie vindt Willems werken met ex-gedetineerden niet goedkoper. „Als je bedenkt hoeveel tijd je al kwijt bent met regelen. Kijk, ik geloof hierin. Ik heb jongens zien binnenkomen met één oog die kant en één oog die kant op, nog net geen lijmzak onder hun neus. En ze bloeiden helemaal op.”

Michael (22) en Dianello (29) staan te roken voor het kantoortje van Het GOED, een kringlooporganisatie op het terrein van het Nijmeegse grofvuilbedrijf. Ze halen spullen bij mensen op en brengen ze naar een verkooppunt.

Michael heeft indrukwekkende tatoeages. Hij heeft drie jaar vast gezeten in Roermond, vertelt hij. „De eerste keer weer zelf naar de supermarkt, dat was wel gek. Al die mensen.” Volgende maand is hij klaar om zelfstandig te gaan wonen. Hij wil in de bouw gaan werken. Hij zegt dat hij „rustiger” is geworden.

Dianello heeft net een contract bij Het GOED gekregen. Hij hoopt zijn dochters van drie en acht jaar snel weer te kunnen zien. De ruzie met hun moeder is bijgelegd. Als Dianello lacht, zie je een rijtje gouden tanden. Hij zat 22 maanden vast in Den Haag en Rotterdam.

Waarvoor eigenlijk?

Stilte.

„Een schietpartij”, zegt Dianello met grote ogen alsof hij het zelf niet kan geloven.

„Een overval”, zegt Michael, en bloost.

Arbeidstoeleider Teun Lans grijpt in. „Jullie hebben er moeite mee het te vertellen, hè. Dat is positief. Dat betekent dat je bezig bent met je toekomst.”

Michael kijkt licht verbaasd op naar Teun. „Zo had ik het nog niet bekeken”, zegt hij.

Dianello had er deze week bijna uitgelegen, vertelt trajectbegeleider Herman Smit, terug in Het Heidehuis. Er had een vrouw bij hem op de kamer geslapen. Dat mag niet. En ze is in verwachting van zijn kind.

„Nou kerel, wat ga je eraan doen?” vroeg Smit hem. Ik breng haar boven wel een boterhammetje met hagelslag, zei Dianello – overstuur. Smit: „Nee, dus. Dat is de moeder van je kind, zeiden we. Haal haar naar beneden, stel haar netjes voor en ontbijt samen. Dianello komt uit een Antilliaanse machocultuur. Dit soort dingen moet hij leren.”

Het is half zes. De keuken stroomt vol met jongens die terugkomen van hun werk. Jesper (25) en Brian (20) koken samen, want dat is goedkoper. Braadworst, aardappelen en boontjes, morgen wordt het boerenkool.

Danny (20) maakt bijna altijd macaroni, vertelt hij. Macaroni met wat? „Met macaroni.”

Danny heeft niet zo veel wensen, net als de andere jongens in het Het Heidehuis. Ze leren geduld te hebben, stapje voor stapje aan zichzelf te werken. Ook al hebben andere jongens van hun leeftijd misschien meer opgebouwd. Als je ze vraagt wat ze in de toekomst willen, zeggen ze: een woning en een baan. Dat is het. En dat is al heel wat.

En een mooie auto?

„Waarom?”, zegt Danny, die eerst keurig zijn mond leeg eet. „Ik heb al in de mooiste auto’s rondgereden. Ik zat niet voor niets in de gevangenis.”

Wat was de allermooiste?

„Een zwarte Mercedes CLK.”

Hoe lang heeft hij die gehad?

„Een avond.”