'Annie M.G. Schmidt blijft koningin'

Schrijver Abdelkader Benali verzorgde in anderhalve maand een opvallend multiculturele en politiek correcte bloemlezing van Nederlandse kinderliteratuur.

Tussen de vijftig en honderd kinderboekjes bestudeerde hij dagelijks, met daarin gemiddeld zestig verhalen. Ze varieerden van stichtelijke vlugschriften uit de negentiende eeuw en premature schrijfsels van Anne Frank tot de eigentijdse pubersoaps van Carry Slee. Schrijver Abdelkader Benali (33) vatte de geschiedenis van de Nederlandse kinderliteratuur samen in de bloemlezing De Nederlandse kinderliteratuur in 100 en enige verhalen.

Benali maakte het boek op verzoek van Prometheus, in samenwerking met de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Anderhalve maand bewoonde de schrijver er een kamertje en neusde dagelijks in de archieven. „Een prachtige kans; ik kon nieuwe dingen ontdekken, en oude herbeleven: wat deed die leeservaring destijds met me? Welk gevoel maakte het los? Ik wist opeens weer precies waar ik was toen ik Hans Andreas’ verhaal De wijze vis las, en wat ik daar toen bij voelde.”

Bij zijn selectie liet Benali zich leiden door „verrassing, spontaniteit, een leuke stijl, plezier in de taal.” Dat is niet altijd terug te zien, vooral in het eerste deel van het boek, bij de wat stugge, stichtelijke parabels De jonge beer en De aap in de stad en weer thuis, beiden van onbekende schrijvers uit de negentiende eeuw. Benali: „Nee, de echt goede kinderliteratuur begint hier pas in de jaren vijftig. Dan gaan ook echte goede schrijvers, die eerder volwassenenliteratuur schreven, zich bezig houden met kinderboeken. Maar dit boek moest ook een historisch overzicht zijn. In die zin is het ook een weergave van hoe er in de loop der tijd over kinderen werd gedacht. Die verhalen uit de negentiende eeuw zijn pedagogisch van aard, ze beschouwen het kind nog als woest en kwaadaardig. In de loop der tijd zie je dat schrijvers veel dichter bij het kind komen te staan.”

Literair gezien de meest schrale tijd waren de jaren dertig. „Misschien had het te maken met de crisis. Er was wel veel productie, maar allemaal sjablonen, er was weinig origineel en alles werd met haast geschreven. Het enige verhaal uit die tijd dat ik leuk vond was Pech van Anthony Cornelis Christiaan de Vletter. Daar heb ik ontzettend om moeten lachen.”

Het meest geroerd was Benali door de verhalen van de Turkse schrijver Halil Gür, de eerste migrantenschrijver die in het Nederlands publiceerde. „Die ontdekte ik tegen het eind van mijn onderzoek en dat was een waar cadeau. Hoe Gür sinds de jaren tachtig over zijn kindertijd schrijft is prachtig en ontroerend, dat zou iedereen moeten lezen.”

Met de keuze voor de Turkse schrijver, en de opname van verhalen van Anne Frank, Snezana Bukal en Marion Bloem is de selectie opvallend politiek correct. Dat heeft hij niet bewust gedaan, zegt Benali, „maar bij mijn persoonlijke voorkeur is mijn afkomst natuurlijk vanzelf van invloed”. Wat dat betreft is het verrassend dat in de bloemlezing geen Nederlandse kinderverhalen van Marokkaanse schrijvers zijn opgenomen. „Dat wilde ik wel, maar ik heb van Marokkaanse schrijvers in Nederland geen verhalen kunnen vinden. Had ik romans verzameld, dan was het anders geweest.”

Gisteren is het eerste exemplaar van de bloemlezing uitgereikt aan succesauteur Carry Slee. Van Slee, wier werk niet bekend staat om literaire kwaliteit, is ook een verhaal in de bundel opgenomen. „Een exponent van deze tijd”, zegt Benali over die keuze. „Echt een verhaal van nu. Slee schrijft goede dialogen en maakt knap gebruik van straattaal.” Hoewel Benali genoot van elk kinderverhaal, blijft Annie M.G. Schmidt volgens hem „de koningin.”

Lees het blog dat Benali bijhield op nrcboeken.nl