Altijd in de aanval, voor cliënten of het algemeen belang

Pieter Lakeman heeft meer ervaring met rechtszaken en claims dan de meeste van zijn tegenstanders. Hij doet het al meer dan dertig jaar. Hoe werkt de ‘methode-Lakeman’?

Pieter Lakeman (67) is een van de beste onofficiële barometers van de stand van de economie. Jaren hoor je niets van hem. Dan gaat het goed met de economie. Maar dan opeens is hij terug. Dat is het signaal dat de economie en het bedrijfsleven in zwaar weer verkeren, dat klanten zich gedupeerden voelen, dat beleggers zich misleid vinden.

Lakeman maakte naam in de jaren zeventig, toen de economie verslechterde. Hij won een rechtszaak over de jaarrekening van voedingsbedrijf KSH: die deugde niet. In 1978 ging KSH bankroet.

Sindsdien is Lakeman op meer fronten en in verscheidene gedaanten actief. Hij heeft zijn eigen platform: de Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie, kortweg SOBI. Via SOBI verdient hij zijn geld. Dat gebeurt deels in de vertrouwelijke sfeer, bijvoorbeeld als hij ondernemingsraden, zoals die van zorgconglomeraat Meavita, adviseert over financiën, fusies en reorganisaties.

Lakeman heeft zijn bekendheid bij het grote publiek verworven dankzij een serie boeken, zoals Binnen zonder kloppen (1999), over de economische gevolgen van de Nederlandse immigratiepolitiek en 100 jaar Philips. De officieuze biografie. Maar bovenal is hij bekend dankzij zijn optredens, stellingnames en rechtszaken tegen accountants, managers en De Nederlandsche Bank.

Soms doet hij dat vanuit het algemeen belang, soms werkt hij in opdracht van een specifieke klant.

Met het oog op het algemeen belang heeft SOBI de afgelopen dertig jaar tientallen rechtszaken tegen bedrijven gevoerd, vooral omdat Lakeman vond dat hun jaarrekeningen niet deugden. In zijn eentje voorzag hij jarenlang de Ondernemingskamer van het Amsterdams gerechtshof, de aangewezen rechter voor deze conflicten, van nieuwe procedures.

Hij ageerde tegen de curatoren van conglomeraat Ogem die de top van het bedrijf lieten ‘wegkomen’ met een schikking wegens wanbeleid van ‘maar’ 1 miljoen gulden (450.000 euro). Hij kritiseerde De Nederlandsche Bank over haar falende toezicht bij de ondergang van de Tilburgsche Hypotheekbank in 1981.

In spraakmakende affaires, zoals DSB, klimt Lakeman voor zijn opdrachtgevers op de barricades. Hij heeft meer ervaring met rechtszaken en schadeclaims dan de meeste van zijn tegenstanders. Zijn favoriete manier van claimen: op het privé-adres van de betrokkene, zodat diens echtgenote bij de deurwaarder voor ontvangst moet tekenen. Dan weet zij meteen wat er op het spel staat.

Als zelfstandige zonder personeel valt hij onder geen enkele beroepscode en kan hij met zijn klanten afspraken maken over zijn aandeel in een geïnde schadeclaim (no cure no pay).

Lakemans eerste klant, op oudejaarsavond 1979, was Jan Poot, een projectontwikkelaar die een knallende ruzie had gekregen met verzekeraar Centraal Beheer over skiproject Valmorel. Ook in vervolgzaken was Lakeman adviseur van Poot, zoals in de strijd om de gronden van Poots beleggingsmaatschappij Chipshol rondom Schiphol. „Mijn langst levende cliënt”, zei Lakeman.

De afgelopen decennia heeft de ‘methode-Lakeman’ vorm gekregen. De methode heeft vaste elementen. De harde beschuldigingen. De dreiging met de rechter. Het mediaoffensief vol namen en feiten. Het zelfverzekerde, soms wat laconiek ogende optreden van Lakeman zelf. En de overdrijving.

Toen Lakeman in 2001 de jaarrekening van KPN bij de rechter ging aanvechten, kwalificeerde hij de cijfers niet als fout of ondeugdelijk, maar als ‘extreem misleidend’. Zijn stevige opinies resoneren in de media. Als voorzitter van de Stichting Hypotheekleed had hij DSB-klanten kunnen oproepen een klacht in te dienen bij financieel toezichthouder AFM, of zich aan te sluiten bij de stichting, maar nee: hij riep op tot faillissement van de bank door het spaargeld weg te halen. Resultaat: ruim 600 miljoen euro uitstroom. De Nederlandsche Bank én het ministerie van Financiën kondigden gistermiddag onderzoeken aan naar de gang van zaken bij DSB Bank. Ook de oproep van Lakeman tot een spaardersoproer zal daarbij aan bod komen.

Lakeman is voor de rechter nooit bang. In de jaren negentig werd hij veroordeeld wegens laster omdat hij de toenmalige president-directeur van Fokker beschuldigde van het aannemen van steekpenningen. Hij won in hoger beroep. Tien jaar eerder was hij wel het haasje. Hij had het stilzwijgen doorbroken dat de rechter hem had opgelegd in een zaak tegen een Japanse fabrikant van prefab woningen. Dat kostte hem 50.000 gulden (ruim 22.000 euro). Lakeman moest met de pet rond in zijn vriendenkring om de boete te betalen.