Snoepgoed voor kind en volwassene

De Kinderboekenweek lijkt het juiste moment om op de overeenkomsten tussen ‘Zoete mond’ en ‘Kameleon’ te wijzen.

Op het Konijnenstrand, Praia da Coelha in Portugal afgelopen vakantie viel het me op. Ik las de pas verschenen vuistdikke roman Zoete mond van Thomas Roosenboom. En ik had me net daarvoor even verdiept in de 60-delige jeugdboekenserie de Kameleon, omdat volgende maand, op 24 november, herdacht wordt dat de auteur van die reeks, Hotze de Roos (1909-1991), dan honderd jaar geleden in Langezwaag werd geboren.

Natuurlijk. Zoete mond is een roman voor volwassenen. Over een eenzame dierenarts, die na een persoonlijke crisis in een dorp aan een rivier gaat wonen, en daar alleen nog kinderen helpt, die met hun al of niet zieke dier bij hem komen. En de Kameleon is een reeks kinderboeken, over een tweeling, zoontjes van een smid, die met hun motorboot de Kameleon avonturen beleven op het Friese meer bij hun dorp.

De verschillen lijken groot. Maar gaandeweg begon het een sport te worden overeenkomsten te zoeken. Ik stip ze hieronder aan.

Jaren-vijftigsfeer. Zoete Mond (ZM) vangt aan in de jaren vijftig, de naoorlogse stijve wederopbouwsfeer; dat is ook de tijd en de sfeer waarin in de eerste Kameleon-boeken (Kam), verschenen tussen 1949 en 1990, spelen.

Dorp aan ’t water. Zowel ZM als Kam hebben een oer-Hollandse setting: ze spelen in een dorp aan het water, en de buitenwereld lijkt ver weg. De stad, met studenten, is in ZM en Kam vreemd, bedreigend.

Zeilboot in nood. In ZM zit een belangrijke scène over een zeiltocht, waarbij de hoofdpersoon, Rebert van Buyten, in nood komt. In de Kam wemelt het van de zeilboten met zondagszeilers in nood die door de twee hoofdpersonen Hielke en Sietse Klinkhamer, met hun Kameleon gered worden. De Roos kon die scènes van zeilboten in nood compacter beschrijven dan Rosenboom.

Stijl. Toen ik de volgende zin in ZM (pagina 475) las, dacht ik: dit lijkt de Kameleon wel. Als de practical joker in ZM weer een stunt uithaalt op het dorpsplein, lezen we: ,,Mevrouw Duk kwam nu ook even kijken: ze schudde het hoofd om zoveel gekkigheid, zei dat het prachtig was, en ging weer naar binnen.”

Grappenmakers. Een oubollige grappenmaker en fantast, Jan de Loper, speelt een hoofdrol in ZM. Zo ook in de Kam. Daar speelt de boerenknecht Gerben Zonderland, de rol van practical joker die, net als Jan de Loper, graag de politie en de autoriteiten met zijn stunts bij de neus neemt en graag de krant haalt.

Kleur en identiteit. In zowel ZM als de Kam zijn kleur en identiteit nauw verweven. Wit is essentieel in ZM, de hoofdpersoon wil blanco worden, verdwijnen in het niets, ontsnappen als de witte walvis, terwijl rood (laarsjes, lippen, roodborst) de kleur van leven en verlangen zijn. Voor de Kam is de veranderlijke kleur van de boot essentieel. Hielke en Sietse kunnen streken in hun boot uithalen, zonder dat die herkend wordt; hun boot is naar de kleurverwisselende hagedis genoemd.

Perpetuum mobile. In zowel ZM als in het deel De Kameleon altijd paraat! wordt eindeloos gemijmerd en vergeefs geknutseld aan een eeuwig bewegende machine, een perpetuum mobile.

Magische stormen. De boot de Kameleon krijgt zijn motor door een storm, de witte walvis in ZM breekt los tijdens een storm. Stormen zorgen voor magische veranderingen in het plot van ZM en Kam.

Eenzaamheid. Hier verschillen ZM en de Kam: de hoofdpersoon van ZM verdwijnt in zijn eenzaamheid. Terwijl de hoofdpersonen van de Kam zo zijn ontworpen dat ze de eenzaamheid opheffen: het is een tweeling, die alles samen doet.