Prijs voor economie gaat weer naar VS

De Nobelprijs voor economie is toegekend aan de Amerikanen Elinor Ostrom en Oliver Williamson.

Dit heeft het Nobelcomité vanmiddag in Stockholm bekendgemaakt. Met de toekenning van de prijs aan Elinor Ostrom (1933) wordt de Nobelprijs voor economie voor de eerste keer toegekend aan een vrouw. De economen krijgen de prijs voor hun analyse van het bestuur van ondernemingen, waarbij Ostrom vooral aandacht heeft gevraagd voor de uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Oliver Williamson (1932) wijst op de grenzen van de macht en invloed van bedrijven.

De toekenning van de prijs aan de Amerikanen bevestigt de Amerikaanse dominantie in de economische wetenschap. Het rijtje laureaten wordt gedomineerd door Amerikanen. Meer dan 70 procent van hen werkte aan een Amerikaanse universiteit op het moment dat ze de prijs wonnen. Vorig jaar werd de Nobelprijs toegekend aan de Amerikaan Paul Krugman.

De Nobelprijs voor economie is niet, zoals de andere Nobelprijzen, vastgelegd in het testament van de Zweedse industrieel Alfred Nobel, maar in 1968 door de Zweedse centrale bank geïntroduceerd. De bank levert het prijzengeld van omgerekend 1,1 miljoen euro.