Poëzie in laatste Muziekdagen

Eigentijds Nederlandse Muziekdagen. Gehoord: 10/10 en 11/10 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. Radio 4: 12/10 en 14/10.***

Muziek en poëzie hebben een eeuwenoud verbond. Tijdens de Nederlandse Muziekdagen, die dit weekend door bezuinigingen voor het laatst plaatsvonden, bleek echter dat hun samengaan lang niet altijd vanzelfsprekend is.

Programmeur Micha Hamel bracht in het kleinschalige programma meer lijn aan dan vorig jaar, terwijl hij nog steeds recht deed aan de Nederlandse veelzijdigheid. Ook was er een goede balans tussen jong talent en meer gevestigde namen.

Voor het thema had hij allerlei gelegenheidsduo’s van dichters en componisten gesmeed. Een geslaagd resultaat was Operator van componist Florian Maier en dichter Saskia de Jong, uitgevoerd door het Radio Filharmonisch Orkest. Duister maar humoristisch popliedjes-Engels klonk gefluisterd en vervormd in een verontrustende, door death metal beïnvloede orkestrale klankwereld.

Componist Bob Zimmerman schreef muzikale associaties bij de dichterlijke associaties die Ramsey Nasr eerder noteerde na het zwelgen in andere muziek. Op papier een mooie wederkerigheid, die Zimmerman weliswaar vakkundig uitwerkte, maar ook wat kabbelend. Minder geslaagd: dichteres Astrid Lampe die met plechtstatige declamatie de gonzende, traag verglijdende noise-texturen van Peter Adriaansz Werk #44 reduceerde tot behang.

Bij het Metropole Orkest was het vooral lachen geblazen. Muzikaal interessant was de Grande scène dramatique van Loek Dikker (muziek) en Allard Schröder (tekst), met een volle, symfonische klank vol referenties aan het verleden. Willem Breuker componeerde een ware circusact op een tekst van Hamel: een dichter liet zich, als allegorie voor het scheppingsproces, letterlijk doorzagen door een toverfee.

Het Nieuw Ensemble speelde een dubbelconcert: allereerst de juryselectie van vijf werken voor de Henriëtte Bosmansprijs voor jonge componisten. Die ging uiteindelijk naar de Engelsman Hilary Jeffery voor een conceptueel sterk, maar structureel toch wat stuurloos werk voor uitsluitend strijkersflageoletten (hoge boventonen). De publieksprijs was voor de Nederlander Lucas Wiegerink, die met Broken Lines een teer en aarzelend begin liet uitmonden in onder meer, een ferm rollende pianosolo.

Knap klonken ook de op oosterse leest (en poëzie) geschoeide Spring at Enoshima (2005) van Wim Laman, en Hamels vederlichte Gong (2000) op tekst van Lucas Hüsgen), beide met de fantastische sopraan Lenneke Ruiten.