Nieuwe elite komt van de straat

De culturele voorhoede van Rotterdam bevindt zich niet in de schouwburg maar is diep genesteld in de armere wijken van de stad, betoogt Dominic Schrijer.

In het debat over de stad Rotterdam als laboratorium wordt tot nu toe een beperkte invulling gegeven aan het begrip elite. Het lijkt erop of die culturele elite alleen bestaat uit bezoekers van de schouwburg en de Doelen. Deze beperkte invulling ontneemt ons het zicht op de enorme dynamiek in de stad. Ik spreek liever van een culturele voorhoede. Dan ontstaat een veel interessanter beeld van Rotterdam.

Traditiegetrouw is de culturele sector wat afstandelijk en weinig betrokken bij debatten over de toekomst van de stad. De kunstenaar zwoegt eenzaam in zijn atelier. Kunstinstellingen programmeren voor een kleine bovenlaag.

Dat beeld verschuift echter. Kunstenaars verlaten hun geïsoleerde plek, vestigen zich in wijken en engageren zich met bewoners. Tegelijk zijn partijen (scholen, bedrijven, woningcorporaties, stadsplanners) in de wijk zich meer bewust van hun wederzijdse afhankelijkheid om problemen te lijf te gaan. Niemand kan vanuit eigen kaders oplossingen bieden.

En daar waar mensen uit hun institutionele kaders treden en met elkaar coalities sluiten, ontstaan bredere verhaallijnen en wenkende toekomstperspectieven. Hier is kunst in staat om onverwachte verbindingen te leggen en synergie te brengen tussen groepen die elkaar nauwelijks kennen. Kunst gaat dan dwars door alle linies heen en bindt partijen. Niet alleen verrijkt de kunst de praktijk, ook andersom vindt inhoudelijke en artistieke vernieuwing plaats dankzij interactie.

Was verheffing er vroeger op gericht om het volk op het niveau van de elite te krijgen en vertelde de expert de leek hoe hij moest handelen, nu gaat het om een wederzijds commitment en erkenning van elkaars deskundigheid.

Goede voorbeelden hiervan zijn onder meer te vinden in Rotterdam-Zuid. Voor dit kwetsbare stadsdeel is in 2006 door gemeentebestuur, woningcorporaties, bedrijven, scholen en bewonersgroepen een pact gesloten om hardnekkige en complexe problemen aan te pakken en achterstanden weg te werken: het Pact op Zuid. Bovenop sociale, fysieke en economische maatregelen is een groot cultureel programma opgezet. Sprekende voorbeelden hiervan zijn het Pendrecht Theater, het Theater Zuidplein en Stichting B.A.D.

In de naoorlogse wijk Pendrecht heeft theatermaker Cees Bavius een leegstaande supermarkt omgebouwd tot het Pendrecht Theater. Aan de hand van verhalen van bewoners heeft hij scripts geschreven over het verleden, het heden en de toekomst van de wijk. De bewoners zelf zijn acteurs en vormen het publiek. Met het theater brengt Bavius een sociaal proces op gang waarin hij de sociaal-democratische idealen van de ontwerpster van de wijk (stedebouwkundige Lotte Stam-Beese) verbindt met de actualiteit van verlies en verlangen naar een betere toekomst. Zo vertelt het echtpaar Pesik in de serie Monologen op indringende wijze over de door hen ervaren discriminatie toen ze als jong Indisch stel in de jaren zestig in Pendrecht kwamen wonen.

Een ander mooi voorbeeld is het Theater Zuidplein uit 1953. Tot twintig jaar terug was dit een succesvol regiotheater voor de witte bevolking. Todat het middenklassepubliek verhuisde en de bezoekersaantallen afnamen. Het roer ging drastisch om. De programmering en prijsstelling zijn afgestemd op de nieuwe bewoners. Personeel en raad van toezicht werden een afspiegeling van de bevolking. Kennis van de wensen van jongeren wordt opgedaan door als een erkend leer-werkbedrijf voor zeventig leerlingen per jaar te fungeren. Voor ouderen kwam het middagtheater. Inmiddels komen er tachtigduizend bezoekers per jaar, waarvan de helft met internationale roots en de helft jonger dan 28 jaar. Het theater wordt nationaal erkend als toonaangevend in het realiseren van diversiteit en heeft recent uit handen van minister Plasterk (Cultuur, PvdA) de KoplopersTop 2009 ontvangen.

Tot slot vind je in Oud Charlois een van de grootste artistieke broedplaatsen van ons land. Het kunstenaarscollectief B.A.D, vijftien jaar geleden begonnen vanuit een gekraakt schoolgebouw, heeft een actieve rol gespeeld bij het binnenhalen en binden van tweehonderd beginnende en gevestigde kunstenaars uit binnen- en buitenland. Door deals te sluiten met woningcorporaties en lokale overheid, beschikken zij over betaalbare woon- en werkruimte in afgeschreven panden. Onderdeel van de afspraken is dat in gezamenlijkheid projecten met buurtbewoners worden opgezet. Zo werd een verwaarloosd schoolplein samen met de buurt omgebouwd tot een semi-openbaar binnenterrein. Door het nabouwen van een hangplek, voelden jongeren zich welkom en werd de overlast opgelost.

Dit zijn voorbeelden van Zuid, maar in de stad is op veel meer plekken nieuwe energie ontstaan. De culturele voorhoede die ik zie is open, betrokken bij de eigen omgeving, interactief, begaan met de stadsproblematiek en gericht op duurzaamheid. Hun vitaliteit laat zien dat er met plezier en lol aan de stad kan worden gewerkt. Deze voorhoede bevindt zich niet op het schouwburgplein of op de Koopgoot, maar is diep genesteld in de armere wijken van de stad en verdient het commitment en de steun van politici en bestuurders.

Dominic Schrijer (PvdA) is wethouder Werk, Sociale Zaken en Grotestedenbeleid in Rotterdam en verantwoordelijk voor vernieuwingsproject Pact op Zuid.