Niet alle moslims Arabier

De Koran is geschreven in het Arabisch, Mohammed was een Arabier en de islam ontstond op het Arabisch schiereiland. Maar binnen een eeuw na de dood van de profeet strekte het gezagsgebied van zijn opvolgers zich al uit van de Atlantische Oceaan tot Centraal Azië. Sindsdien is het geografische zwaartepunt van de islam verschoven naar het oosten.

Toch associëren veel westerlingen ‘moslim’ nog steeds met ‘Arabier’. We weten intussen beter. Eén op de vijf islamieten woont in het Midden-Oosten en zestig procent woont in Azië. Deze cijfers staan in het rapport Mapping the global Muslim population, het verslag van drie jaar onderzoek door het Pew Research Center, een onafhankelijke ‘fact tank’ die zetelt in Washington DC.

Er zijn inmiddels 1,57 miljard moslims, dat is 23 procent van de wereldbevolking (6,8 miljard zielen). Ter vergelijking: de christenen van de wereld zijn met 2,25 miljard. De grootste moslimgemeenschap woont in Indonesië (203 miljoen), gevolgd door Pakistan (174 miljoen) en India (160 miljoen). Deze drie landen leveren jaarlijks dan ook de grootste contingenten pelgrims naar Mekka.

Het rapport bevat nog een paar verrassingen. Twintig procent van de moslimsis een minderheid in eigen land. De grootste islamitische minderheden leven in India, China (22 miljoen) en Rusland (16,6 miljoen). In Rusland wonen meer moslims dan in Libië en Jordanië samen. De moslims van Europa zijn met 38 miljoen gelovigen de negende moslimgemeenschap van de wereld, na Turkije (71 miljoen) en nog vóór Algerije (34 miljoen). Demografen in islamitische landen maken geen onderscheid tussen soennieten en sjiieten. Daarom is het lastig om die getalsverhouding precies te bepalen. De onderzoekers van Pew houden het erop dat 10 tot 13 procent van alle moslims sjiiet is; bijna allemaal in Iran, Irak, Pakistan en India.

Maha Azzam, een islam-expert die verbonden is aan de Britse denktank Chatham House, spreekt van een ‘uitmuntend onderzoek dat een genuanceerd beeld geeft van de islam’. Maar ze waarschuwt: ,,Elk rapport kan alarmbellen doen rinkelen in de hoofden van bepaalde mensen. Zij zien de aantallen en denken: ‘Allemachtig, wat zijn het er veel!’. Het hangt af van de lezer.”

Dirk Vlasblom