Niemand wil probleem DSB oplossen

De grote Nederlandse banken voelden er dit weekend niets voor om DSB over te nemen. De kans op reputatieschade is groot. En de Nederlandse staat redt alleen systeembanken.

De strijd om het voortbestaan van DSB Bank is gestreden.

Elf dagen geleden nam de toezichthoudende Nederlandsche Bank een ongebruikelijke maatregel. De centrale bank verkondigde op 1 oktober in een persbericht dat er met de solvabiliteit en liquiditeit van DSB Bank niets mis was. Oftewel: de bank had genoeg kapitaal om verliezen op te vangen en genoeg geld achter de hand als klanten hun spaargeld wilden opvragen.

Maar vanochtend vroeg dezelfde Nederlandsche Bank aan de Amsterdamse rechtbank om DSB Bank uitstel van betaling te geven. Bij banken heet dat officieel dat de noodregeling van kracht wordt.

Heeft de centrale bank het probleem van DSB Bank onderschat? Is hier sprake van falend crisismanagement doordat de twijfel over de financiële positie van de bank steeds onduidelijker werd?

De uitspraak van De Nederlandsche Bank over de adequate financiële positie van DSB Bank elf dagen geleden ging ver. De centrale bank laat zich nooit uit over individuele banken. Sterker nog: de wet verbiedt het om vertrouwelijke feiten over het toezicht op banken naar buiten te brengen.

Kennelijk achtte de centrale bank zich daar op 1 oktober toe gedwongen om de paniekerige sfeer rond de bank te bezweren. Minister Bos (Financiën, PvdA) had net sommige van de provisies van DSB Bank „idioot” genoemd. Voorzitter Pieter Lakeman van de Stichting Hypotheekleed, die gedupeerde klanten van de bank vertegenwoordigt, had die ochtend spaarders opgeroepen hun geld weg te halen, zodat de bank failliet zou gaan. De website van DSB Bank raakte overbelast. Door hackers, zoals DSB Bank zegt. Of door een stroom van klanten die spaargeld wilden weghalen.

Als spaarders massaal hun rekeningen gaan opzeggen bij een bank, dan zit die bank onmiddellijk met een financieringsprobleem. De bank heeft dringend geld nodig om haar spaarders te betalen. Het financiële systeem komt anders plat te liggen, want alle banken zitten aan elkaar verknoopt in een systeem waarin ze allemaal aan elkaar lenen en aan het eind van de dag alles vereffend moet zijn.

De bank met geldproblemen zal heel snel beleggingen moeten verkopen of een beroep doen op andere banken om daar geld te lenen. De laatste kans: extra geld lenen bij De Nederlandsche Bank. Daarmee is de crisis een feit, maar vooralsnog achter de schermen.

Het financieringsprobleem zal snel structureel opgelost moeten worden. De centrale bank kan in de tussentijd niet anders proberen dan paniek onder spaarders en andere geldschieters te bezweren.

Daarmee moet zij tijd kopen, tijd om een oplossing te vinden. Die oplossing kan zijn: de bestaande aandeelhouders onder druk zetten om extra kapitaal te storten. Zoiets probeerde De Nederlandsche bank enkele jaren geleden toen de kleine bank Van der Hoop een vermogenstekort had. Voor eigenaar Dirk Scheringa lastig, want bijna al zijn vermogen zit al in zijn bank.

Andere oplossing: een kapitaalkrachtige bank vinden die de probleembank wil overnemen. Maar DSB Bank is om meerdere redenen voor individuele banken geen aantrekkelijke partij om over te nemen. Sommige banken, zoals de Rabobank, zullen vrezen dat Neelie Kroes als Europees Commissaris voor Mededinging problemen gaat maken omdat hun marktaandelen te groot worden. Andere, zoals ABN Amro moeten juist op last van Kroes onderdelen verkopen.

Extra complicatie: de vrees voor reputatieschade en schadeclaims van klanten. Alle ontevreden klanten zullen zich via hun stichtingen met hun claims gaan wenden tot de nieuwe eigenaar. Niemand wil Pieter Lakeman achter zich aan hebben. De kans op reputatieschade is groot. Alle banken zullen zich het lot van het Belgische Dexia herinneren, dat Bank Labouchère kocht en daardoor alle claims van Legiolease over zich heen kreeg. Met de ambities van de Belgische bank om een grote speler te worden in Nederland is het daarmee, zacht gezegd, nooit meer iets geworden.

Een theoretische volgende optie: als individuele banken niet willen, kan de staat de laatste redder in de nood zijn. Zoals vorig jaar bij ABN Amro en Fortis. Maar dat waren banken die cruciaal zijn voor het financiële systeem. Als die om zouden vallen, zou heel het financiële stelsel in Nederland in elkaar storten. Die positie heeft DSB Bank niet. Voor minister Bos is het niet te verkopen om de bank van Dirk Scheringa met belastinggeld te hulp te schieten, en daarmee indirect ook zijn voetbalclub AZ en zijn Museum voor Realisme.

Nu worden de opties schaarser. Wat kan nog? Een groep van banken vinden die de probleembank wil overnemen.

Vorig jaar riep toenmalige minister Hank Paulson van Financiën de bestuursvoorzitters van alle belangrijke Amerikaanse banken in één kamer van de centrale bank in New York bij elkaar op een vrijdagmiddag en gaf ze de opdracht een oplossing voor de bijna failliete zakenbank Lehman Brothers te vinden. Hij maakte duidelijk dat hij zelf niet met belastinggeld te hulp zou schieten. Ze kwamen er niet uit, de maandag erop was Lehman bankroet.

Iets vergelijkbaars is afgelopen weekeinde bij DSB Bank gebeurd: Rabobank, ABN Amro, ING, Fortis en SNS zouden samenwerken om DSB Bank een nieuwe start te geven. Maar dat mislukte. Mede vanwege de claims.

Dan rest De Nederlandsche Bank niets anders dan de zogeheten noodregeling bij de rechter aan te vragen, waarmee het doodvonnis getekend wordt voor een bank. Wat voor gevolgen dat zal hebben – voor spaarders, voor hypotheeknemers, voor andere banken – is nog niet duidelijk.

De ondergang van DSB Bank maakt duidelijk dat twee jaar na het uitbreken van de kredietcrisis en een overrompelende serie reddingsacties voor banken in binnen- en buitenland er nog geen vanzelfsprekende manier is gevonden om een probleembank onder controle te krijgen. Centrale banken en ministers van Financiën hebben de afgelopen periode wel de nodige oefenstof gehad. Zij zijn zelfs al bezig gestructureerde lessen te trekken. Bos gaf op de G20-bijeenkomst in Pittsburgh vorige maand aan dat Nederland het voortouw neemt in de discussie over crisismanagement. In Nederland mogen de bewindvoerders laten zien hoe verdere chaos kan worden voorkomen.