Melissen doodt de illusies in 'Eyolf' van Ibsen

Theater Drenkeldode van het Onafhankelijk Toneel. Gezien 9/10 OT-Theater, Rotterdam. Tournee t/m 16/12. Inl: www.ot-rotterdam***

Geil en gevaarlijk loert Rita de zaal in, haar bruine billen in een wit onderbroekje geperst. Ze moet gedekt, maar welke man is mans genoeg voor zo’n grote vrouw? Zeker niet haar echtgenoot, een typische idealistische Ibsen-sukkel. In De kleine Eyolf van Henrik Ibsen is hoofdpersoon Rita een jaloers, temerig trutje. Maar in de bewerking die het Onafhankelijk Toneel maakte, onder de titel Drenkeldode, wordt zij gespeeld door Romana Vrede, de Grace Jones van Rotterdam. Met haar bruine spierballen en haar harde, kortaffe tekstbehandeling, maak ze de jaloezie van Rita veel gevaarlijker.

De spelers staan op een kronkelige steiger boven een blauw zeil dat de peilloos diepe fjord verbeeldt. De mensen in Drenkeldode streven naar de totale liefde, de ongedeelde liefde. Als een jongetje in de fjord valt en verdrinkt, vallen ze allemaal. De ouders kunnen niet meer samenleven. De zus en haar aanbidder kiezen noodgedwongen voor de halve liefde. Helaas zijn niet alle spelers zo sterk als Romana Vrede. Werkelijk treuren om hun lot lukt daarom niet.

Regisseur Mirjam Koen heeft het stuk drastisch ingekort, wat niet altijd zonder schade is verlopen. Ibsen was een nauwkeurig plottenbakker. Je kunt niet straffeloos hakken in zijn stukken. In de subplots blijven in deze versie wat te kort afgeknipte eindjes hangen.

De ontstane ruimte wordt benut voor een waardevolle eigen toevoeging. Langs de kant staat Beppie Melissen met twee camera’s en microfoons. In de rol van de Rattenvrouw, een sprookjesfiguur die de jongen naar de diepte sleurt, interviewt zij de andere personages. Schijnbaar terloops haalt ze met spottende, halve vragen het zelfbedrog van de mensen onderuit. Zij is een boze spotgeest die alles van waarde kapot maakt. Maar ze is ook een nuttige doder van illusies, die een nieuw begin mogelijk maakt, in de naakte waarheid.

Dat past mooi bij zowel Ibsens stuk als het werk van Koen. Dat laatste gaat vaak over ontgoochelen.