Meeslepende televisie vereist de juiste vorm

Na de vierde (en laatste) aflevering van The New York Connection (AVRO) en de vijfde van Beagle, in het kielzog van Darwin (VPRO/Teleac) heeft geen van beide prestigieuze non-fictieseries gebracht wat je ervan had mogen verwachten.

De zoektocht, met schrijver Dirk van Weelden als gids en Roel van Dalen als regisseur, naar sporen van Nieuw Amsterdam in het huidige New York voegde wel wat informatie toe aan alle eerdere reportages over de Hudson-herdenking, maar trapte ook veel open deuren in. Het was vooral saai en weinig geïnspireerd.

De wekelijkse update van de wereldreis van de clipper Stad Amsterdam vindt tot nu toe ook al geen meeslepende vorm om de kijker deelachtig te maken van de opwinding van de opvarenden. Het best lukt dat nog als er wordt teruggegrepen naar oorspronkelijke bronnen over de echte reis van de Beagle. Maar de met veel poeha gebrachte wetenschappelijke experimenten worden niet goed toegelicht en de aandacht voor grote en kleine problemen onderweg (een griepaanval, regen in plaats van stof, zeeziekte) is willekeurig en onvolledig. Mijn nieuwsgierigheid of er soms ook op de motor wordt gevaren, kan ik slechts bevredigen dankzij een logboek in de VPRO Gids. Het antwoord is overigens positief.

Goede televisie is ook een kwestie van vormgeving en gevoel voor drama. Ik heb de afgelopen week heel wat uitstekende voorbeelden gezien van pregnante momenten in fictiefilms en documentaires.

De in mondkapjes en andere beschermende kleding gestoken meisjes in een Thaise garnalenpellerij in Keuringsdienst van waarde (RVU) bijvoorbeeld. Ze voerden een verplicht ergonomisch dansje uit en leken ineens verschrikkelijk op hun product.

Of de fotograaf Erwin Olaf in de aan hem gewijde documentaire van Michiel van Erp, On Beauty and Fall (NPS). Hij ziet eruit als een personage in zijn eigen reeks Grief – verdriet in een kale kamer – wanneer hij vertelt dat hij het eind van zijn longemfyseem niet lijdzaam wil afwachten, maar dat hij er pas kan uitstappen, als zijn moeder er niet meer zal zijn.

Ik werd ontroerd door de allochtone Rotterdamse gymnasiaste in Mirjam Bartelsmans documentaire De nieuwe elite (NPS), die vertelde dat ze nog nooit van een gymnasium had gehoord, maar geprikkeld was geweest door de mededeling dat je daar talen kon leren die niemand meer sprak.

Maar het allermooist was de korte speelfilm Maite was hier (NPS/VARA/VPRO) van Boudewijn Koole, net bekroond met een Gouden Kalf voor het beste tv-drama. Elk shot van cameraman Melle van Essen is magisch, in deze verkwikkend onsentimentele vertelling over een tienermeisje met kanker. Onrealistisch echt.

Kijk ook op nrc.nl/mediablog