Kraken verboden

Kraken wordt verboden. Daar ziet het sterk naar uit nu een meerderheid van de Tweede Kamer hier morgen vermoedelijk mee gaat instemmen. Dat is een markant besluit. De geschiedenis van het gedogen van sommige kraakacties gaat terug naar de jaren zeventig. Een parlementaire meerderheid vindt woningnood kennelijk nu geen geldig excuus meer om het kraken van panden – toegestaan na één jaar leegstand – nog langer te tolereren.

Het is het einde van een cultuur waarin de overheid toestond dat burgers het recht in eigen handen namen. Of, zoals D66-leider Pechtold – tegenstander van het kraakverbod – het noemde: een „burgerlijke correctie” van laakbaar gedrag van onroerend goedeigenaren en een passieve overheid.

Het komende besluit is ook een, schaars voorkomend, bewijs dat het dualisme nog bestaat. Het betreffende wetsvoorstel was een initiatief van twee regeringsfracties, CDA en ChristenUnie, en oppositiepartij VVD. De derde regeringsfractie, PvdA, verzette zich, anders dan haar geestverwante ministers in het kabinet, tegen het kraakverbod, maar maakte er terecht geen breekpunt van.

Het kraakverbod is gerechtvaardigd. Kraken is in strijd met het eigendomsrecht en krakers nemen ruimte in beslag die bij een eerlijke verdeling zou toevallen aan woningzoekenden die wel het geduld opbrengen om op hun beurt te wachten. Krakers dringen voor.

Maar een groot probleem is kraken niet. Amsterdam telt naar schatting 200 tot 300 kraakpanden en de rest van Nederland 150. Het wetsvoorstel lijkt zo op het aanleggen met een geweer op een mug – wat aan de principiële juistheid van het kraakverbod niet afdoet.

Het echte probleem vormt echter de leegstand. Behalve woningen, bedrijfsgebouwen en winkels staat vooral kantoorruimte leeg: 4,5 miljoen vierkante meter eind 2008. Er zijn berekeningen die uitwijzen dat de bewoners van een stad als Leeuwarden daarin zouden passen.

Het wetsvoorstel biedt gemeenten meer instrumenten om fermer tegen leegstand op te treden, niet alleen bij woningen maar ook bij kantoren die tot woonruimte zouden kunnen worden omgebouwd. Maar het opmerkelijke is dat juist veel gemeenten, waaronder de vier grote steden, niet zitten te wachten op een instrument als een leegstandsverordening.

Dat heeft ermee te maken dat kraken – of de dreiging daarvan – nu eenmaal een effectiever en sneller middel is om leegstand te bestrijden dan het afleggen van de legale maar omslachtige weg. Een ander punt is dat het voor gemeenten, ondanks de leegstand, financieel nog altijd aantrekkelijk is om grond aan projectontwikkelaars uit te geven.

De praktijk zal dus moeten uitwijzen of de nieuwe wet werkt. Of het kraakverbod door politie en justitie te handhaven is. En of gemeenten adequaat optreden tegen leegstand.

Daar is alle reden voor: langdurige leegstand is eigenlijk uitlokking van het misdrijf dat kraken straks in alle gevallen volgens het Wetboek van Strafrecht zal zijn.