Het gevaar van maggiblokjes

soepgroentenEén van de dingen die je eigenlijk altijd in huis moet hebben is bouillon. Liefst in vier soorten: kippenbouillon, groentebouillon, runderbouillon en visbouilllon. Het is zo makkelijk om even een scheutje bouillon te doen bij iets dat een saus moet worden. Kippe- en andere bouillonblokjes zijn meteen zo bouillonblokjes-achtig: hevig van smaak, vaak met een rare bijsmaak (zeepsop) en flink zout. Dat wil je niet.

Voor gewoon snelle saus kan een gewoon maggiblokje best dienen – als je wat fijngehakte uitjes bakt en daar een maggiblokje en wat water bij doet, even laten sudderen, scheutje room erbij en dat geheel bij de braadjus van je vlees, heb je een makkelijke en geschikte saus. Uitjes en champignons met een paddestoelenbouillonblokje geven een lekkere eenvoudige paddestoelensaus. Soms gebruik ik ook wél het paddestoelenbouillonblokje maar niet de champignons voor een saus, dan is de paddestoelensmaak niet overheersend maar de smaak is beter, voller, dan van de meeste groente- of kippenbouillonblokjes.

Dan liever gewoon maggi, al zitten in die blokjes ook weer minder geslaagde toevoegingen. E621 vooral, mononatriumglutamaat, de stof die de volle smaak geeft en die de insulineproductie flink verhoogt. Er is wel reden om zuinig te zijn met bouillonblokjes. Dagelijks gebruik is niet erg verstandig.

Aanleiding temeer om zelf bouillon te maken en die in kleine porties in te vriezen. Het handigst is een paar grote bakjes, van een halve liter ongeveer, en een paar van ongeveer de helft. 2,5 dl is bijna altijd genoeg voor een saus en anders zit je weer met zo’n plas ontdooide bouillon waar je niets mee doet.

Het bekende invriezen in ijsblokjeshouders is ook een goed idee, maar dat heeft alleen zin voor sterk geconcentreerde bouillon oftewel fond. Nu bijna iedereen Italiaans kookt of boers of Thais of mediterraan, gebruik je zo’n fond niet meer zo vaak. Toch is het geweldig om te hebben als je een serieuze Franse periode doormaakt.

Nu eerst maar eens groentenbouillon, dat is zo’n handig iets dat je overal bij kunt gebruiken. Ik geef hoeveelheden voor 1 liter, maar niemand verhindert iemand om er vele meer van te maken natuurlijk. Integendeel zou ik zeggen.

Groentebouillon om in te vriezen

  • 4 el olijfolie
  • 1 ui, in stukken
  • 1 kleine prei, in stukken
  • 75 g selderieknol in blokjes
  • 2 flinke wortels , in stukken
  • 1 stengel bleekselderij, in stukken
  • 2 rijpe tomaten, in stukken
  • ½ venkelknol, in stukken
  • 3 takjes tijm
  • klein bosje peterselie
  • 1 laurierblaadje (liefst vers)
  • 6 zwarte peperkorrels
  • 1 el sojasaus (ongezoet)

Verwarm de olijfolie in een ruime pan, alle groenten plus het vocht moeten er in passen. Bak de groenten in de hete olie en roer ze zo’n vijf minuten om. Doe er dan de zwarte peperkorrels bij, een snufje zout, het laurierblad, de tijm, de peterselie en anderhalve liter water. Breng langzaam tot tegen de kook aan, schuim af, voeg de sojasaus toe en laat op een laag vuur, eventueel met een plaatje, zo’n veertig minuten trekken.

Proef de bouillon – ze moet vooral geurig zijn, niet heel hevig van smaak. Je wilt hem nu niet volop zoutmaken, want dat is lastig als je een saus wilt maken die al zoute dingen bevat en bovendien kook je de bouillon dan in, dat maakt hem ook zouter. Zout kan altijd nog.

Zeef de bouillon en vries hem in of bewaar hem in de ijskast – niet langer dan een week, in de nulgraden la twee weken.