'Heren van de thee' soms wat grof in de mond

Theater Heren van de thee door Hummelinck Stuurman. Gezien 10/10 Leidse Schouwburg. Tournee t/m 7/2. Inl: toptheater.nl***

„Vrouwenkiesrecht? Mannen kunnen niet baren, vrouwen kunnen niet kiezen”, zegt rechtlijnige Rudolf in Heren van de thee. Het toneelstuk, gebaseerd op de bestseller van Hella Haasse uit 1992, gaat over het koloniale gezinsleven op een afgelegen theeplantage in Nederlands-Indië aan het begin van de twintigste eeuw.

De toneelbewerking van Ger Thijs is hier en daar wat grof gebekt. „In de uitgewoonde buik van mijn moeder was niet genoeg materiaal over om hersenen van te maken”, is ook niet bepaald een Haasse-zin. Maar juist dit soort aanpassingen haalt het verhaal naar nu en maakt het levendig.

De moeizame verhoudingen tussen mannen en vrouwen – mannen tobben over zaken, vrouwen over vruchtbaarheid – is van alle tijden, de vooroorlogse koloniale omgeving dient vooral om deze op scherp te zetten. De Nederlanders in het stuk kwamen naar Indië om het geluk te vinden en goed te doen, en eindigen ongelukkig, strevend naar eigenbelang. Indië vergroot hun isolement. „Het klimaat hier is goed voor thee, niet voor mensen.” Hardwerkende Rudolf (hulde aan Cees Geel) wordt flink tegengewerkt. Vrouw Jenny (Nienke Römer) lijdt onder het succes dat hij ten koste van alles nastreeft. Helaas zet Römer de weg naar haar zenuwinzinking niet overtuigend neer. Ze gaat ineens sneller praten en gebaren. Is zij dus gek?

Haasses Heren van de thee is overbevolkt, die van Thijs gelukkig niet. Een groot aantal personages heeft hij geschrapt, zodat het op het toneel overzichtelijk blijft. Maar het blijft opletten met al die dubbelrollen. De jonge Martin Willem Duijn speelt eerst Jenny’s vader en daarna geloofwaardiger de zoon. Dic van Duin speelt zowel Ru senior als oom Karel. Met zijn dictie en flair is bijna alles wat hij zegt geestig. Op een donkere, gedragen toon: „Móói al die tradities, maar ook héél verwarrend. Als je Rudolf roept, staat half Java aan je stoel.”

Het doeltreffende decor van stoelen in een halve cirkel van bamboestammen, de koloniale kleding , en de broeierig geluidscollage van Harry de Wit (krekels, vogels, regen) ondersteunen de sfeer van het oude Indië wonderwel.

Heren van de thee – het laatste deel van Thijs’ koloniaal vijfluik over ons Indië – is keurig en conventioneel als de hoofdpersonen zelf. En gelukkig maar, een nieuwe jas had de heren slecht gepast.