Geen `zwartste gym`

nrc.next besteedde aandacht aan de documentaire De nieuwe elite, waarin het Erasmiaans Gymnasium te Rotterdam wordt gepresenteerd als `het zwartste gymnasium van Nederland` (7 oktober, Uit). Wellicht geldt dit voor de strikt categorale gymnasia van Nederland, voor Rotterdam is dit statement onterecht. Op een kwartiertje afstand, direct aan het Zuidplein, ligt namelijk het Gymnasium Sint-Montfort, een grotendeels zelfstandig opererend gymnasium dat gelieerd is aan de scholengemeenschap Sint-Montfort. Toegegeven, de school is pas in 2008 gestart - Sint-Montfort zelf had wel al een gymnasiumafdeling, maar heeft deze nu verzelfstandigd - maar de cijfers liggen hier toch echt een stukje hoger. Negentig procent van de tweedeklassers is van allochtone afkomst, in de huidige eerste klas is de verhouding allochtoon-autochtoon fifty-fifty.

In het artikel wordt voorts gesteld dat allochtone leerlingen `de taal onvoldoende beheersen om ermee te kunnen spelen`. Dat klopt inderdaad in veel gevallen voor het Nederlands, maar daarmee wordt voorbijgegaan aan een ander aspect: de taal die van huis uit wordt gesproken. Een leerling die uitsluitend Nederlands heeft gesproken weet bijvoorbeeld niet beter dan dat er bepaalde en onbepaalde lidwoorden bestaan. Het gebruik van participia (deelwoorden) is bijna onbekend. Praat je over deze taalaspecten met leerlingen die van huis uit andere talen spreken, dan blijkt opeens dat dergelijke constructies ook toegepast worden in andere talen, waardoor hun begrip van de (Latijnse/Griekse) taal een sprong vooruit maakt. Ook cultuurhistorische achtergronden krijgen meer diepgang wanneer je die vanuit verschillende culturen kunt belichten. Met andere woorden: het lesgeven aan leerlingen uit verschillende milieus en culturen geeft een meerwaarde die je niet moet onderschatten.