Flirt Wilders valt slecht in FNV

FNV-voorzitter Agnes Jongerius heeft een uitnodiging van PVV-voorzitter Geert Wilders voor een gesprek vanmorgen afgewezen. Over verdere omgang met de PVV zouden de 19 bondsvoorzitters van de grootste vakcentrale zich eind van de middag in een spoedoverleg in Amsterdam beraden. Binnen de FNV is onenigheid over mogelijke samenwerking met de PVV.

De ambtenarenbond Abvakabo heeft Jongerus teruggefloten en aangedrongen op het spoedoverleg van de federatieraad, na uitlatingen over samenwerking met de PVV van FNV-voorzitter Agnes Jongerius. Zij suggereerde zaterdag in een vraaggesprek met de Volkskrant dat ze samenwerking met de PVV wenselijk vond om verhoging van de AOW-leeftijd te voorkomen. Een groeiend deel van de FNV-achterban bestaat uit PVV-stemmers, blijkt uit de jongste peiling van TNS Nipo. 17 procent van de FNV-aanhang zou nu op de PVV stemmen tegen 5 procent in 2006.

Tot nu toe heeft de PVV – die niets wil weten van een flexibele AOW waar de FNV voor staat -„elke toenadering afgehouden”, zegt Jongerius in het gesprek. „Totdat op Prinsjesdag PVV-Kamerlid Tony van Dijck me op straat aansprak en zei dat we snel eens moeten praten. [...] er komt absoluut een gesprek.” Die uitspraken van Jongerius was de Abvakabo-afdeling Amstel-Kennemerland het helemaal niet eens. „Met een club als de PVV praat je niet. Dat is een racistische organisatie”, reageerde secretaris Peter de Pagter zondag meteen en drong aan op een spoedberaad van de FNV-bonden. „De PVV is no go area voor ons”, schreef AbvaKabo-voorzitter Edith Snoey vorige week nog op haar weblog in reactie op „verschillende verontruste reacties van leden en collega’s”. Wilders zei vanmorgen in een reactie alleen met Jongerius te willen praten over „gezamenlijk verzet” tegen de hogere AOW-leeftijd.

Een woordvoerder van de FNV zei vanmorgen dat er „absoluut geen sprake is van samenwerking met de PVV”. Wel is de FNV „bereid te praten met iedereen”, omdat de vakcentrale een politiek ongebonden belangenbehartiger is, laat het federatiebestuur weten.

„We zijn niet tegen een politieke lobby in de Tweede Kamer om ons AOW-plan te bepleiten”, zei Abvakabo-voorzitter Snoey vanmorgen desgevraagd voor het spoedberaad met de federatieraad. „Daarbij moet met alle fracties gepraat worden, ook met de PVV. Er is immers geen sprake van een cordon sanitaire rondom Wilders.” Maar de politieke lobby moet worden overgelaten aan medewerkers binnen de vakbond die praten met medewerkers van Wilders, vindt Snoey.

„Agnes Jongerius die gaat praten met Geert Wilders is voor ons uit den boze. Dat zou een heel verkeerd signaal afgeven. Dan zal Wilders waarschijnlijk de lachende derde zijn. Laat staan dat we verder gaan samenwerken met de PVV.”

De onrust binnen de eigen gelederen tekent de verdeeldheid binnen de achterban van de FNV, die traditioneel uit veel meer PvdA-stemmers bestond.

Volgens de jongste peiling van TNS Nipo kreeg de PvdA bij de Tweede Kamer-verkiezingen van 2006 nog een derde van de FNV-stemmen, maar dat is nu teruggevallen naar 17 procent. Evenveel als het aantal FNV’ers dat op de PVV stemt. De SP kan volgens Nipo rekenen op 16 procent van de FNV’stemmen.

In een gesprek vorige maand met NRC Handelsblad zei Jongerius over de PVV: „Wij zijn politiek neutraal. Ik ga ervan uit dat onze achterban een dwarsdoorsnede is van het politieke spectrum. Als de PVV groeit, dan groeit die dus ook onder onze leden.”

Volgens Snoey ligt dit „heel gevoelig. Wij zijn als FNV niet neutraal. Ons gedachtengoed behelst dat wij niemand op basis van afkomst of etniciteit uitsluiten. Dat doet Wilders wel.”

Abvakabo-secretaris De Pagter blijft van mening dat er „überhaupt niet met de PVV moet worden gesproken. „De omgang van de PVV met buitenlanders is racistisch”, zegt De Pagter. Hij pleit ervoor dat de PVV op de FNV-lijst wordt gezet van organisaties waarmee de vakcentrale geen zaken doet. Deze lijst, waarop diverse extremistische organisaties staan, wordt jaarlijks bijgewerkt.

Hij heeft er geen probleem mee dat PVV-aanhangers lid zijn van de FNV. „We zijn een democratische organisatie. Maar als een lid van ons iemand beledigt met racistische uitlatingen en werkgevers treden daartegen op, moeten wij die werknemer dan gaan helpen? Die vraag moeten we ons als vakorganisatie stellen”, vindt De Pagter.