Ehsan Turabaz, opbouwwerker en koppelaar voor Afghanistan

Het recente Nederlandse besluit om na 2010 echt uit Afghanistan weg te gaan, zal Ehsan Turabaz diep hebben getroffen. Maar de honorair consul blijft bruggen slaan.

Kenmerkende drukte in de ontvangstruimte van de ambassade. Eén bezoeker komt uit het groepje receptiegangers en stapt op de nieuwkomer af. De armen worden gespreid, een innige omhelzing volgt. Ehsan Turabaz, honorair consul van Afghanistan in Rotterdam, begroet zijn zoveelste kennis.

De ‘ Afghaanse hug’ is een bekend tafereel in het Haagse diplomatieke cocktailcircuit. Daar is inmiddels iedereen vertrouwd met de aanwezigheid van Turabaz. Het valt pas op als hij er níét is. Ehsan Turabaz (50) is namelijk overal. Van een receptie op de Duitse ambassade, direct door naar een bijeenkomst bij de Nigerianen, nog net op tijd aan tafel bij zijn Rotaryclub in Den Haag. „Of hij soms een tweelingbroer heeft”, krijgt hij vaak te horen. „Hij kent echt God en iedereen”, zegt Europarlementariër Hans van Baalen (VVD).

Van ‘zijn’ Afghanistan een vreedzaam en welvarend land maken, dat is het grote streven van de Afghaanse Nederlander, dan wel Nederlandse Afghaan, Ehsan Turabaz. Hij is er dag en nacht mee in de weer. Zijn specialiteit: mensen aan elkaar koppelen. De juiste mensen kennen is een basisvoorwaarde om in contact te komen met een samenleving als de Afghaanse, die is gebaseerd op connecties en ingangen. Turabaz heeft daarin een spilfunctie. Ondernemers interesseren voor investeringen in Afghanistan, bedrijven in Nederland interesseren voor Afghaanse producten, ontwikkelingsprojecten propageren, uitwisselingsprogramma’s voor studenten stimuleren – als in Nederland het woord Afghanistan valt en het gaat over de opbouwmissie, dan volgt al gauw de naam van Ehsan Turabaz. ‘Mister Afghanistan’ in Nederland, ‘Mister Netherlands’ in Afghanistan.

De methode-Turabaz; dat is ‘even’ minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) tijdens een receptie aanschieten, dat is ‘even’ met minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) oplopen naar de Tweede Kamer, dat is ‘even’ de ambtenaar die met de zaak bezig is apart nemen, en dat is heel veel bellen, heel veel mailen en oneindig veel circuleren, tot aan het hockeyveld van zijn zoon.

Doorgaans is honorair consul een erefunctie. Turabaz daarentegen is zo actief dat hij regelmatig wordt gezien als de officiële Afghaanse vertegenwoordiger. Maar daarvoor heeft het land een consul-generaal in Den Haag.

Een „geboren netwerker”, noemt de één Ehsan Turabaz. „Een heer met een hoofdletter H”, zegt de ander. Wie met hem te maken heeft, roemt zijn gedrevenheid, persoonlijkheid en overtuigingskracht. Hier is sprake van een in alles geslaagde allochtoon.

Het verhaal over Ehsan Turabaz is het verhaal van de naar Nederland gevluchte 21-jarige Afghaanse student die razendsnel in zijn nieuwe land integreerde en daar nu alle wegen kent en bewandelt. Als pleitbezorger van de Afghaanse zaak, als adviseur voor migranten, en als manager bij Inter Ikea Systems in Delft, want er moet ook ‘gewoon’ gewerkt worden.

Een netwerker pur sang. Zoals zijn vroegere landgenoten tapijten weven, weeft Ehsan Turabaz aan zijn netwerk, schreef een tijdschrift voor exportbedrijven uit ontwikkelingslanden. De talrijke visitekaartjes in zijn werkkamer in Den Haag zijn het stille bewijs. En anders is er nog altijd zijn cv met 25 nevenfuncties. Lid van het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering, adviseur Afghanistan bij buitenlandinstituut Clingendael, lid van de selectiecommissie rechterlijke macht, lid van de buitenlandcommissie van de VVD, lid van de raad van advies van hulporganisatie Plan Nederland – het is maar een greep.

In dezelfde Haagse werkkamer, „de Afghaanse kamer”, zegt hij zelf, hangen drie foto’s onder elkaar: Ehsan Turabaz met Mohammed Zahir Shah, de laatste koning van Afghanistan, Ehsan Turabaz met de huidige Afghaanse president Hamid Karzai en Ehsan Turabaz met de Zweed Ingvar Kamprad, oprichter en eigenaar van Ikea: leven en geschiedenis van Ehsan Turabaz in één oogopslag.

Het Kabul van zijn jeugd was zoals beschreven in Khaled Hosseini’s bestseller De vliegeraar. De straten waar Amir en Hassan, de hoofdpersonen uit dit boek, opgroeien, waren ook de straten van Ehsan Turabaz. Daar proefde de jonge Ehsan aan de ontluikende moderniteit, toen hij op de lagere school als een van de eerste jongens op een meisjesschool belandde. Hij komt uit gegoede familie. „Zijn grootvader, een generaal, was een beroemdheid”, weet Jamred Jamshed, consul-generaal van Afghanistan in Den Haag. Zijn vader, die vlak na de Tweede Wereldoorlog als één van de eerste buitenlanders in München enige jaren economie studeerde, was een hoge ambtenaar in Kabul. Zelf begon Ehsan Turabaz in 1978 aan de Universiteit van Kabul de studie rechten en politieke wetenschappen. Totdat de Russen door de straten van Kabul liepen, de communisten aan de macht kwamen en het bewind repressiever werd. Eind 1980, kort voor hij voor militaire dienst werd opgeroepen, vluchtte hij op advies van zijn ouders naar het Westen. De Verenigde Staten waren het doel, maar Turabaz bleef bij een tante in Eindhoven ‘hangen’ nadat de VS de grens voor Afghanen hadden gesloten na een dodelijke aanslag op de Amerikaanse ambassadeur in Kabul.

Turabaz kreeg in Nederland de status van politiek vluchteling. „Toen waren die nog welkom”, zegt hij. Nadat hij drie maanden Nederlands had geleerd in Utrecht, hing hij met een beurs politieke wetenschappen studeren aan de Vrije Universiteit, en na zijn kandidaats internationale betrekkingen in Leiden. Aan de Vrije Universiteit ontmoette hij onder anderen de huidige vicepremier en PvdA-leider Wouter Bos die, zo weet Turabaz nog, hem enkele achtergronden van het vrouwelijk emancipatiestreven bijbracht.

Studiegenoot Ronald Goldberg uit Leiden, werkzaam op het ministerie van Buitenlandse zaken, herinnert zich vooral nog het „bijna vloeiend Nederlands” dat Turabaz sprak. „Ongelooflijk, hij was nog geen jaar in Nederland.”

De inmiddels tot Nederlander genaturaliseerde Turabaz had één grote wens: diplomaat worden. Op Clingendael deed hij in 1988 en 1989 dezelfde cursus als het befaamde en prestigieuze ‘klasje’ van Buitenlandse Zaken.

Paul Bekkers, ambassadeur in Maleisië, zat in dat klasje: „Toen wij nog aan onze opleiding moesten beginnen, was Ehsan al diplomaat.” Toch werd Turabaz niet toegelaten tot de buitenlandse dienst. De politieke situatie in Afghanistan was té gevoelig.

Hij ging aan de slag als beleidsmedewerker bij de katholieke ontwikkelingsorganisatie Cebemo, waar hij zijn latere vrouw Marie José Alting von Geusau ontmoette. Na een kleine twee jaar werd hij trainee bij Ikea. Hij werd al snel ‘gespot’ voor het carrièretraject bij het woonwarenhuis en is nu manager international sales bij Inter Ikea Systems in Delft.

De minister van Buitenlandse Zaken van Ikea, noemt hij zich wel gekscherend. Eén van zijn belangrijkste taken is het beschermen van de naam Ikea in landen waar het bedrijf nog niet is gevestigd. Evengoed ontvangt hij een groep jonge ambtenaren uit Delft om te vertellen over één van de grootste werkgevers uit hun stad.

Volgens voorzitter Bernard Wientjes van werkgeversorganisatie VNO/NCW past Ikea prima bij de persoon Turabaz. „Het is een modern bedrijf dat maatschappelijk ondernemen hoog in het vaandel heeft staan. Ik merk dat hij daar trots op is.” Namens Ikea is Turabaz lid van VNO/NCW.

Wientjes kent Turabaz echter vooral als degene die na het begin van de Nederlandse militaire missie in Uruzgan (2006) het bedrijfsleven uit Nederland probeerde te interesseren voor investeringen in Afghanistan. „Hij kwam naar mij toe en zei: je moet een keer naar Afghanistan, want zonder economie wordt het nooit een veilig land.” Samen met onder anderen Dick Berlijn, toen nog commandant der strijdkrachten, Jan Kamminga namens de metaalwerkgevers, Elco Brinkman van de bouwwerkgevers, Jan Bout van ingenieursbureau Royal Haskoning en Ehsan Turabaz reisde Wientjes in 2007 naar Afghanistan. „Hij heeft daar toen van alles voor ons georganiseerd. We hebben een aantal zeer goede gesprekken gehad.”

Het leidde tot oprichting van de Werkgroep Economische Wederopbouw Afghanistan, die Nederlandse projecten op het gebied van bijvoorbeeld landbouw, irrigatie en energie coördineert en met ontwikkelingsgeld subsidieert. Het gaat allemaal „heel moeizaam” en „stap voor stap” erkent Wientjes. „Maar er gebeurt in elk geval iets aan opbouw.” En, zo staat voor hem vast, Ehsan Turabaz is nog altijd „de drijvende kracht” achter de activiteiten van de werkgroep.

Hans Blankenberg, tot deze zomer ambassadeur in Kabul, onderschrijft dit. „Hij is zeer rijk aan ideeën en steekt enorm veel energie in het op de kaart zetten van Afghanistan”, laat hij weten uit Ethiopië, waar hij nu ambassadeur is. Bij zijn vertrek uit Afghanistan stuurde Blankenberg een brief aan de Afghaanse ambassadeur in Brussel – het land heeft geen ambassade in Nederland – waarin hij Turabaz uitvoerig prees. „Bij diverse gelegenheden heeft hij de Nederlandse ambassade in Kabul geholpen bij het openen van deuren”, schreef hij. Maar als een rechtgeaard diplomaat weet Turabaz grenzen in acht te nemen. Blankenberg: „Hij ging nooit op onze stoel zitten.”

Dat is ook de ervaring van Hans van Baalen, nu lid van het Europarlement, maar tot medio dit jaar de belangrijkste Afghanistan-woordvoerder van de VVD in de Tweede Kamer. „Hij dringt zich nooit op de voorgrond. Ehsan adviseert, legt uit, beschrijft de positie van president Karzai, durft te zeggen welke dingen niet goed lopen en kan zo duiden wat er echt aan de hand is in Afghanistan.”

Turabaz en Van Baalen zijn partijgenoten. Als lid van de partijcommissie Buitenlandse Zaken diende Turabaz de VVD regelmatig van advies. Van Baalen: „Toen wij in 2007 als fractie moesten beslissen of we akkoord zouden gaan met verlenging van de missie in Uruzgan, hebben we veel aan hem gehad. Levert die missie daar nu wat op, was de vraag. Wat is de positie van de gouverneur in Uruzgan? Ehsan kon dat uitleggen. Hij kende de posities van de stamhoofden, wist duidelijk te maken dat de Afghanen wel degelijk het verschil zien tussen een Amerikaanse en een Nederlandse militair. Aan hem heb je meer dan aan al die deskundigen die hun wijsheid ook maar uit de krant halen.”

De afgelopen weken was er discussie of Nederland na 2010 met militairen in Uruzgan moet blijven. Een ruime meerderheid van de Kamer, inclusief de VVD, oordeelde dat de Nederlandse regering onverkort moet vasthouden aan het besluit van twee jaar geleden: Nederland moet na 2010 definitief weg.

De diplomaat Turabaz weet dat hij zich niet moet uitlaten over deze politiek gevoelige materie. Maar iedereen die hem kent, weet dat hij diep ongelukkig is over de Kameruitspraak. Het zal hem er niet van weerhouden zich in te blijven spannen voor zijn geboorteland. Een Ikea-vestiging openen in Kabul is te hoog gegrepen, erkent hij. Maar het zou al heel wat zijn als in Afghanistan voor Ikea geproduceerd kan worden.

En Ehsan Turabaz zelf? Treedt hij ooit nog eens in de voetsporen van zijn ouders en voorouders om een rol te spelen in Afghanistan? Ambassadeur Blankenberg: „Afghanistan zou zich gelukkig mogen prijzen als een inventieve, gedreven, vaderlandslievende man als Ehsan in het land verantwoordelijkheden op zich zou nemen. Maar hij kan beter dan wij doorgronden of en wanneer de omstandigheden daarvoor gunstig zijn.”

Als de vraag zich ooit aandient, staat Ehsan Turabaz voor een dilemma. Want hij is natuurlijk wel diep geworteld geraakt in Nederland. Daarom antwoordt hij diplomatiek: „Dat moeten we tegen die tijd maar zien.”