Één beeldje van Blokkermaakt nog geen boeddhist

Het boeddhisme wortelt in Nederlandse samenleving.

Is het ook terecht dat de boeddhistische omroep per jaar 2 miljoen euro krijgt?

Een boeddhistische omroep, een eigen uitgeverij en een collectieve zorgpolis. „Het boeddhisme probeert te wortelen in de Nederlandse samenleving”, zegt Francisca Boel, voorzitter van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN). En dat gaat goed, vindt ze.

In 2000 erkende de overheid het boeddhisme als levensbeschouwelijke hoofdstroming en bezit de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) een licentie. Sinds vorig jaar geldt de BUN officieel als ‘boeddhistische zendende instantie’ en mag de unie ook geestelijke verzorging aanbieden in gevangenissen.

De ambitie reikt verder. Binnen drie jaar moet er een universitaire opleiding voor boeddhistisch geestelijk verzorgers komen. In Rotterdam wordt gewerkt aan oprichting van een boeddhistisch hospice, in Amsterdam aan een boeddhistische basisschool.

Met de zogenoemde boeddhistenpolis is de unie drie jaar geleden van de financiële ondergang gered. Ongeveer 80 procent van de inkomsten, ongeveer 20.000 euro per jaar, krijgt de unie van Zilveren Kruis Achmea. In ruil daarvoor moet de collectieve zorgpolis worden gepromoot. Van de leden ontvangt de unie jaarlijks nog geen 5.000 euro contributie.

Dat werpt de vraag op hoeveel mensen de BUN eigenlijk vertegenwoordigt. En op basis van welke aanspraken kreeg de BOS de afgelopen negen jaar zendtijd?

Deskundigen zijn het erover eens dat het aantal boeddhisten in Nederland nauwelijks is vast te stellen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek acht de groep te klein om te meten of zelfs maar te ramen.

In 1996 sprak de BUN zelf van 33.000 boeddhisten, drie jaar later waren dat er ineens 125.000. In een ‘zelfevaluatierapport’ uit 2008 rept de BOS van een achterban van ruim 250.000 boeddhisten. Op de zogenoemde achterbandag, begin deze maand in de Amsterdamse nachtclub Escape, suggereerde de omroepstichting dat de aanhang nog vele malen groter is. Drie miljoen Nederlanders zouden immers een boeddhabeeldje in huis hebben.

Tegelijk zegt BUN-voorzitter Boel dat ze zich alleen verantwoordelijk voelt voor de 39 aangesloten gemeenschappen, die niet meer dan 20.000 leden tellen. „Het aantal boeddhisten in dit land is voor ons niet te onderzoeken”, zegt Boel. „Dat is ook niet mijn taak.”

Tot op basis van de achterban zendtijd wordt geclaimd. Volgens de Mediawet moet de koepelorganisatie representatief zijn voor een behoorlijke achterban van een religieuze hoofdstroming.

Toen de BUN in 1999 zendtijd op radio en televisie aanvroeg, weigerde het Commissariaat voor de Media de aanvraag te honoreren omdat het twijfelde aan de omvang van de achterban. Toen de BUN naar de rechter stapte en een aanhang claimde van 480.000 personen die „daadwerkelijke affiniteit hebben met het boeddhisme”, ging het Commissariaat overstag – nadat het de claim had teruggebracht tot 120.000.

Dit jaar kreeg de Boeddhistische Omroep Stichting 21 uur televisie- en 65 uur radiozendtijd, evenveel als de Joodse Omroep en minder dan de hindoes (OHM). De kosten – bijna 2 miljoen euro per jaar – komen voor rekening van de overheid. De kijkcijfers lopen de laatste jaren overigens terug, van gemiddeld 66.000 in 2006 tot 57.000 kijkers in 2008.

Het ministerie van Justitie heeft nagelaten claims over de achterban te toetsen voordat zij de BUN in november erkende als ‘boeddhistische zendende instantie’. Nu werken er drie boeddhistisch geestelijk verzorgers in de gevangenissen – ondanks twijfel of daar vraag naar is. Justitie wil verder geen commentaar geven.

Uit een brief van hoofddirecteur van de Dienst Justitiële Inrichtingen, Peter van der Sande, blijkt dat de toekenning van de licentie doorslaggevend was. Van der Sande schrijft: het oordeel van het Commissariaat van de Media was „voor Justitie voldoende garantie om ervan uit te gaan dat de BUN aan de representativiteitseisen voldoet”.

Het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), dat in oktober 2007 werd erkend als officiële islamitische zendende instantie, is door Justitie wel door de mangel gehaald, vertelt Nora Asrami van het CMO. „Het was een zeer ingewikkelde procedure. Bij de boeddhisten ging het waarschijnlijk makkelijker omdat ze kleiner zijn. En het zijn toch witte geïntegreerde Nederlanders, die weten hun weg meestal wel te vinden.”

Het nieuwe hoofd van de boeddhistisch geestelijk verzorging, oud BUN-voorzitter Varamitra (voorheen Theo Alkemade), verklaarde dit verschil in behandeling vorig jaar in het boeddhistische radioprogramma De Middenweg zo: „Boeddhisten, daar hebben ze iets zoiets van, dat zijn allemaal van die aardige mensen, die maken ook geen problemen, dus dat vinden we politiek niet interessant. (...) Er is ook geen druk vanuit de Tweede Kamer, bijvoorbeeld dat er een opleiding komt voor boeddhistische geestelijk verzorgers, terwijl toen het over die imams ging, de hele Kamer daarbij betrokken was.”

Dat heeft alles te maken met politieke incorrectheid, zegt Kamerlid Boris van der Ham (D66). „De PVV, die Kamervragen stelde over de imams, scoort toch beter met moslims dan met boeddhisten.”