Een aanklacht tegen uitbuiting

Anno 2009 had Multatuli opiniestukken kunnen schrijven, of was hij politicus.

Maar hij schreef de Max Havelaar, morgen 150 jaar geleden voltooid.

Een boek is jarig, morgen. Sterker nog: hét boek is jarig – Max Havelaar, of De koffij-veilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij. Kortweg: ‘de Max Havelaar’, voltooid op 13 oktober 1859 en half mei 1860 verschenen.

De Max Havelaar is alles tegelijk: prachtig geschreven en geraffineerd gecomponeerd, satirisch én poëtisch, onthullend in feiten en uiteindelijk bloed-spuwend kwaad van toon. Allemaal waar. Maar noem de Max Havelaar nóóit een ‘roman’ of ‘een mooi boek’. Eduard Douwes Dekker (1820-1887, schrijversnaam: Multatuli) heeft de Max Havelaar niet voor de mooiigheid geschreven. Het is, typeerde hij zelf in een brief aan zijn vrouw Tine, ‘een beschouwing vol verschrikkingen, het is een aanklacht, het is een bevel!’

Afgezien van de bijbel staat de Max Havelaar als enige boek in de ‘Canon van de Nederlandse geschiedenis’. Dat de bijbel daarin voorkomt, verbaast niet. Zonder bijbelkennis valt er vaak weinig te snappen van literatuur, schilderkunst, oorlog, domineesgedrag of koopmansgeest. Maar waarom staat Max Havelaar op eenzame hoogte naast de bijbel?

Kasten zijn er volgeschreven over het unieke karakter van het boek en de gevolgen die het heeft gehad. Maar misschien valt er méér te verhelderen door de 150 jaar oude ‘Max’ te verplaatsen naar het heden. Wie zou Eduard Douwes Dekker zijn geweest als hij nú had geleefd? En met welke middelen zou hij zijn strijd hebben gestreden?

Multatuli (Latijn voor ‘ik heb veel gedragen’) was een man met een missie. Hij was ambtenaar in de kolonie Nederlands-Indië. Hij bond de strijd aan tegen uitbuiting van de Javaanse bevolking, maar zijn directe collega’s – naast en boven hem – wilden niks weten van zijn scherpslijperij. Multatuli manoeuvreerde zichzelf daardoor buiten de heersende orde, raakte zijn baan kwijt en bespeelde daarna meesterlijk de publiciteit om alsnog zijn gelijk te halen.

Het is een gewaagde vergelijking, maar toch: dit doet denken aan Geert Wilders, ooit Tweede Kamerlid voor de VVD, daar uitgerangeerd wegens solistisch drammen en vervolgens maker van een korte documentaire, Fitna, om zijn boodschap erin te rammen bij het brede publiek. Het doet ook denken aan Ayaan Hirsi Ali, eveneens ex-VVD, mediagenie en (scenario-)schrijver, onder meer van de film Submission. Ook die film was – net als het boek Max Havelaar – bedoeld als aanklacht tegen kwalijke praktijken.

Er zijn meer moderne geestverwanten. Multatuli wilde een klokkenluider zijn. Hij was zoals een ambtenaar van de Europese Commissie, Paul van Buitenen, die eind jaren negentig zakkenvullerij aan de kaak stelde. Als financieel controle-ambtenaar schreef Van Buitenen daarover onthullende rapporten.

Zijn bazen ‘beloonden’ hem met overplaatsing naar een onbeduidende afdeling. Vervolgens stelde de weggepromoveerde ambtenaar zich verkiesbaar in het Europees Parlement om het gesjoemel van binnenuit te bestrijden, en werd gekozen. Hij nam er deze zomer gefrustreerd afscheid, want hij wist uiteindelijk weinig te bereiken. Corruptie en machtsmisbruik zijn taaie monsters om te verslaan.

De levens van Eduard Douwes Dekker en Paul van Buitenen vertonen opvallende gelijkenissen. Ze bijten zich vast in een kwaaie zaak, ‘het volk’ juicht hen toe, maar de elite zit achter dikke muren, waar moeilijk doorheen te beuken valt.

In deze tijd had Multatuli vertrouwelijke informatie kunnen lekken naar de pers, hij had opiniestukken in kranten kunnen schrijven (na verschijning van de Max Havelaar deed hij dat volop), hij had in de politiek kunnen gaan (wat hij wilde).

Maar eerst deed hij iets veel geslepeners. Hij schreef een boek dat hij de vorm gaf van een wolf in schaapskleren. Letterlijk noteerde hij hierover, opnieuw in een brief aan zijn vrouw Tine: ‘Als ik had uitgegeven: Klacht tegen het Indische Bestuur, dan had niemand mij gelezen. Ik laat de lezers nu lang in de waan dat zij een half grappige, half ernstige vertelling lezen, en pas als ik hen aan het lijntje heb, kom ik uit de hoek met de hoofdzaak.’

Niet voor niets voert Multatuli in de eerste hoofdstukken van zijn boek de koopman Batavus Droogstoppel op: een herkenbare figuur voor de lezers omstreeks 1860, raak getypeerd als een intens burgerlijke, godvrezende maar niets en niemand ontziende zakenman – zó waren hun manieren in die tijd.

Wie nu, om lezers te amuseren, een Batavus Droogstoppel wil parodiëren, zou vanzelf uitkomen bij een geheel ander type zakenman: DSB-topman Dirk Scheringa. Een nuchtere Noord-Hollander schopt het van politie-agent tot multimiljonair door ‘de kleine man’ op slinkse wijze geld uit de zak te kloppen. En hij sust zijn geweten door zijn vermogen deels te steken in een museum, een voetbalclub en andere vormen van ‘brood en spelen’ voor het volk.

Een verhaal om van te smullen. Maar dát is niet het verhaal dat Multatuli wilde vertellen.

De vertelling van Eduard Douwes Dekker heeft een structuur die nauwelijks geëvenaard is. Vanuit vier verschillende perspectieven vertelt hij zijn verhaal, en ook weeft hij er gedichten en andere verhalen doorheen. Het lijkt een chaos. Maar toch – wie blijft lezen, en zich niet laat afschrikken door de soms nauwelijks te volgen uitweidingen, begrijpt aan het slot dat alles in het boek een doel en betekenis heeft gehad om die ene boodschap uit te schreeuwen: ‘DE JAVAAN WORDT MISHANDELD!’

Leeft er op dit moment een Nederlandse schrijver met zoveel talent in stijl en compositie, met zoveel engagement voor de nog altijd actuele strijd tegen uitbuiting en andere vormen van unfair trade en met zoveel mediagenieke uitstraling? Weinig namen dringen zich op.

Misschien moeten die namen ook niet onder de literaire schrijvers worden gezocht; Multatuli wilde dit tenslotte zelf ook niet zijn. Laten we hem eerder vergelijken met podiumkunstenaars.

Analyseer bijvoorbeeld de teksten van Youp van ’t Hek. Dan is te zien hoe hij in zijn programma’s vaak alle kanten uitwaait, zwartgalligheid in hilariteit verpakt – en er niet voor terugschrikt aan het einde van zijn shows de moraalridder uit te hangen.

Of vergelijk Multatuli met de beste programma’s van Freek de Jonge (De Komiek, De Tragiek, De Mars): eveneens een ‘Multatuliaanse’ wildwaterbaan van verhalen en associaties, soms poëtisch, vaak rauw – maar in de kern altijd kwaad op mannen met macht en met minachting voor zwervers en andere dak- en weerlozen.

Morgen 150 jaar geleden voltooide Eduard Douwes Dekker zijn boek van Bijbelse statuur. Herdenk hem niet in stille aanbidding – maar val aan, en volg hem.

NRC-redacteur Gijsbert van Es werkt aan een hertaling en bewerking van de ‘Max Havelaar’, die deze winter verschijnt bij NRC Boeken.