Dit gaat dus helemaal nergens over

Sinds vorige week kunnen we stemmen op het irritantste woord van 2009. Ik zeg: doen!

Het kan altijd erger. Schreef ik vorige week nog dat er mensen zijn die als begroeting hallootje of hallootjes gebruiken, er zijn ook mensen – zo verzekerden mij diverse lezers – die besluiten met tot zientjes. Zo schreef een lezeres: „Sinds jaar en dag ben ik bekend met de uitdrukking hallootjes. In de jaren negentig woonden wij in Rotterdam en daar hadden wij een heel vriendelijke buurman die een gesprek steevast afsloot met: nou, tot zientjes hè. Dit vonden wij zo’n bizarre uitdrukking dat we tegen elkaar hallootjes begonnen te roepen, later uitgebreid tot hallootjes de klootjes.”

Hallootje is trouwens internationaal verbreid: in Duitsland zeggen ze vaak Hallöchen of Hallöchen Popöchen (zoiets als ‘hallootje billetje’). In Vlaanderen kennen ze saluukes, een begroeting die bij sommigen veel ergernis wekt.

Sinds vorige week is het trouwens mogelijk om te stemmen op het irritantste woord van 2009 (op http://irritantstewoord.nl/). Dit is een initiatief van Ben van Balen. Van Balen schrijft in een weblog getiteld Irritaal wekelijks over ergerniswekkend taalgebruik. Hij heeft ook een boek uitgebracht met die titel.

Was de winnaar van vorig jaar – met ruim drieduizend stemmen – ik heb zoiets van, als irritantste woorden en uitdrukkingen van 2009 zijn onder meer genomineerd: ‘ik zeg: doen’, ‘uitrollen’, ‘een stukje’, ‘ik irriteer mij aan’, ‘zeg maar’, ‘dat gaat helemaal nergens over’, ‘helemaal leuk/goed’, ‘dat is (niet) mijn ding’, ‘de kids/kiddoos’, ‘(ja) duh’, ‘naar de mensen toe’, plus de trits ‘doei, doeidoei’ en ‘doedoei’.

Stemmen kan tot 1 december.

Lang niet alle door Van Balen genomineerde woorden en uitdrukkingen zijn overigens nieuw. Een stukje gaat bijvoorbeeld al ruim een halve eeuw mee. Zo had Daan van der Vat het al in 1955 over „een stukje primitief proza” en schreef Anne H. Mulder in hetzelfde jaar in een roman: „Ook dit is een stukje vrijheid.”

Ook de fout zich ergens aan irriteren is al zo oud als wat.

Maar veel doet dit er niet toe. Talloze mensen ergeren zich nu eenmaal groen en geel aan het taalgebruik van anderen, en in Ben van Balen hebben zij een medestander. „Aanvankelijk was ik bang over te komen als een zeikerd of door alle irritaties te verzuren”, schrijft Van Balen in het ontwapenende voorwoord bij zijn boek. „Ik vind dat ik nog niet verzuurd ben, maar er zijn wel mensen die me een zeikerd vinden, of vinden dat ik me druk maak om niets. Daar heb ik geen probleem mee, want ieder ervaart taal op zijn eigen subjectieve manier en ieder mag daar zijn mening over geven.”

Mij lijkt op zijn eigen subjectieve manier een beetje dubbelop, maar erg storend is het niet.

Het zou trouwens onzin zijn om te beweren dat het taalgebruik van anderen mij nooit stoort of ergert. Over het algemeen probeer ik mij zo min mogelijk te ergeren – want zonde van de tijd –, maar soms is er geen houden aan. Zo heb ik, met Van Balen, een uitgesproken hekel aan woorden als demonstructie (een mengeling van demonstratie en instructie) en concullega (van concurrent en collega). Ook aan woorden als oudkomers (gevormd naar het voorbeeld van nieuwkomers), consuminderen en nakeurspelling heb ik een uitgesproken hekel.

Niet dat het ook maar iets helpt, maar ik denk dat ik dit jaar maar eens ga stemmen.

Bij Uitgeverij Van Dale is vorige week van Ewoud Sanders het Modern Bargoens woordenboek verschenen (240 pag., € 22,90).