Buikschuiver

Diego Maradona zoog op zijn rozenkrans. De parels zwommen in zijn mondvocht terwijl het kruisje bungelde tegen zijn kin. De officiële speeltijd was voorbij. De Argentijnse bondscoach moest er straks aan geloven: zijn kop ging op het hakblok.

De regen viel met bakken uit de hemel in Buenos Aires. De grasmat van het stadion lag vol plassen. Het stond 1-1; Peru bleek een taaie tegenstander en vooral een sta-in-de-weg voor kwalificatie voor het WK.

Aan de zijlijn deed Maradona een schietgebedje. Na vier verloren partijen moest er gewonnen worden. Hij had zijn elftal omgegooid, ervaren krachten moesten de jonge Lionel Messi bijstaan.

Wat deed Maradona zichzelf aan? Zo’n buitensporig goede voetballer moest geen coach willen zijn van het nationale elftal. Die moest op de achterbank van een goedverende auto – met de broekriem los, zigzaggend tussen lege champagneflessen door – van feest naar feest gereden worden.

Maradona zat in de stromende regen in een trainingspak naar een hopeloze wedstrijd te kijken. Hij bleef zuigen op de ketting van Zijn Allergrootste Vriend.

In 1982 vertrouwde hij het Argentijnse blad El Gráfico toe bevoorrecht te zijn: „Maar alleen omdat God dat gewild heeft. Omdat God me zo goed laat spelen. Daarom sla ik altijd een kruis als ik het veld betreed.”

God had het druk, dit weekeinde. In België gaf hij Dick Advocaat een kontje, in Moskou kregen de Duitsers de zegen en trok hij een lange neus naar Guus Hiddink. Moest hij nou echt die snuivende laaielichter uit Argentinië een handje helpen?

Maradona kon in zijn gloriedagen met een vanzelfsprekendheid de bal opeisen. Hij zette zijn kompas richting vijandelijk doel en was niet meer te stuiten. Heel Argentinië keek tijdens de wedstrijd tegen Peru naar Messi: hij moest zijn land op sleeptouw nemen.

Messi speelde hopeloos. Maradona nam het hem na afloop niet kwalijk: „Ik maak me geen zorgen om Messi. Als het vroeger nat en winderig was, raakte ik ook geen bal.”

In de extra tijd kwam een half mislukte voorzet aan in het strafschopgebied van de Peruanen. Martin Palermo kreeg zijn voet ertegen. 2-1 voor Argentinië.

Maradona holde het veld op. Met het dikke lijf nam hij een aanloop, liet zich voorover vallen en gleed meters door op het veld. Een schitterend uitgevoerde buikschuiver. Armen ietsjes omhoog, benen koddig in een knik en de buik deed verder het werk.

Het trainingspak zoog zich vol met regenwater. Toen Maradona opstond, moest hij de broek ophouden. Als een bouwvakker die niet wil dat we zijn bilnaad zien.

Iedereen begon te janken. Een tikje overdreven. De Argentijnen zijn er nog niet. Ze moeten woensdag tegen Uruguay, met Luis Suarez in de spits. Die kan ook zo mooi huilerig kijken. En lachen, als hij, pief-paf-poef, de bal in het doel schiet.

Het Argentijnse team ging na afloop om Maradona heen staan. Hij kreeg alle lof toegezwaaid. God stond erbij en keek ernaar.

In het leven van Maradona is de afstand tussen hemel en hel met een simpele steekpass te overbruggen. Eén beweging met de linkervoet is afdoende.

Pelé is verworden tot een bobo voor Rio. Johan Cruijff durft niet meer langs het veld te staan.

Maradona zoog ondertussen op Gods rozenkrans en gleed als winnaar over het gras.

Ach, verschil moet er zijn.