Alsof Barack Obama nog niks heeft bereikt

Obama zou te weinig hebben bereikt om de Nobelprijs te verdienen.

Klopt niet. Zijn prestatie is dat hij een oproep tot samenwerken heeft verspreid.

Afgelopen vrijdag werd president Barack Obama om zes uur ’s morgens wakker gemaakt door zijn woordvoerder Robert Gibbs. ‘Je hebt de Nobelprijs voor de Vrede gewonnen,’ deelde Gibbs hem mee. Nog voor Obama het nieuws tot zich door had kunnen laten dringen, kwamen zijn dochters Sasha en Malia binnen: ‘Papa, je hebt de Nobelprijs voor de Vrede gewonnen. En het is Bo’s verjaardag!’ Bo is de hond die de Obama’s eerder dit jaar cadeau kregen van de recent overleden senator Ted Kennedy. De opmerkingen van zijn dochters brachten de situatie naar Obama’s eigen zeggen ‘meteen weer in perspectief’.

Er is de afgelopen dagen veel gezegd en geschreven over de toekenning van de Nobelprijs aan Barack Obama. Kort samengevat vinden zijn tegenstanders dat hij nog niet voldoende heeft gepresteerd. Maar is dat wel zo? En past de toekenning niet juist precies in de doelstelling van het Nobel Comité? Die doelstelling luidt immers dat de prijs gaat naar ‘de persoon die het meeste heeft gedaan of betekend voor de bevordering van broederschap tussen naties, voor de afschaffing of vermindering van legers, en voor het houden en promoten van vredescongressen.’ Met name in die eerste categorie heeft Obama het afgelopen jaar flink aan de weg geprobeerd te timmeren.

Natuurlijk, er is veel aan te merken op het buitenlandbeleid van Obama. Zo dreigt de oorlog in Afghanistan een gebed zonder einde te worden en heeft hij bijvoorbeeld nog niets kunnen bereiken in het Israëlisch-Palestijns conflict. Maar de Nobelprijs is hem niet alleen toegekend voor wat hij nog moet bereiken, maar ook voor wat hij al bereikt heeft. En dat is bovenal een nieuwe filosofie van samenwerking voor, in en buiten Amerika, iets waar hij in zijn campagne voor het presidentschap al mee begon. ‘Er zijn geen Democratische staten, er zijn geen Republikeinse staten, er zijn alleen de Verenigde Staten van Amerika’, zo sprak hij zijn landgenoten al in 2004 toe. Hij stelde van confrontatie naar coöperatie te willen gaan. Maandenlang werd er gesproken over Obama’s streven naar ‘bi-partisan’ samenwerking. Hij reikte de hand aan de Republikeinen. Het was een boodschap die om te beginnen de interne verdeeldheid in Amerika aan moest kaarten.

Maar Obama ging verder. Ook buiten de VS probeerde hij al voordat hij president was het belang aan te geven van het werken met woorden in plaats van wapens. In Berlijn sprak hij honderdduizenden mensen toe en deed een oproep om de muren tussen rassen en stammen, tussen autochtonen en immigranten en tussen christenen, moslims en joden te slechten.

Met zijn uitspraken zette Obama zich af tegen het adagium van president Bush, dat je ‘of voor, of tegen ons’ was. De wereld in Bush’ ogen was heel zwart-wit verdeeld: er was slechts goed en kwaad. Hij sprak voortdurend over de ‘Axis of Evil’: Iran, Noord-Korea en Irak. Zij waren degenen tegen wie gevochten moest worden in de ‘War on Terror’.

Obama’s boodschap was diametraal tegenovergesteld aan die van Bush. Obama sprak over de noodzaak tot samenwerken om problemen op te kunnen lossen. Hij wilde wél praten met Iran en Noord-Korea en werd dan ook niet voor niets tot de man van de hoop en verandering bestempeld in zowel binnen- als buitenland. In juli bewees een peiling van het Pew Global Attitudes Project dat het aantal mensen in het buitenland dat Amerika positief waardeerde onder Obama met tientallen procenten was gestegen.

Het Nobel Comité was duidelijk. Voorzitter Jagland sprak de hoop uit dat de prijs een katalysator zou zijn voor Obama’s boodschap. Hij gaf aan dat het comité zelf geïnspireerd was geraakt door de speech die Obama in juni in Caïro gaf over de islam, door zijn uitspraak dat hij alle nucleaire wapens de wereld uit wil, door zijn inzet om klimaatverandering tegen te gaan – waar Obama eerder dit jaar 80 miljard dollar voor uittrok – en door zijn steun aan de Verenigde Naties in woord en daad.

Met name in dat laatste heeft de kersverse president laten zien flinke stappen te willen zetten. Hij was onlangs de eerste Amerikaanse president die de VN Veiligheidsraad voorzat, die prompt de VS-resolutie om alle kernwapens de wereld uit te krijgen unaniem steunde. Ook betaalde de VS voor het eerst sinds 1999 voor het lidmaatschap van de VN, inclusief alle achterstallige betalingen. En passant sloot Obama de VS aan bij de Mensenrechtenraad. En dat allemaal op één vergadering.

Eerder al had Obama aangekondigd Guantanamo Bay te sluiten, de Amerikaanse troepen terug te trekken uit Irak. In juli sloot hij een bilateraal akkoord met de Russische president Medvedev om het aantal kernwapens te verminderen. Tevens steunde Obama een declaratie waarin de decriminalisering van homoseksualiteit werd aangekondigd en doneerde hij geld aan een VN-agentschap dat vrouwen die abortus overwegen met raad en daad bijstaat.

‘Gefeliciteerd met uw Nobelprijs voor de Vrede – ga hem nu verdienen,’ zo vatte filmmaker Michael Moore alle ophef op positieve wijze samen. Obama zelf herkende zich in die boodschap. ‘In de geschiedenis van de Nobelprijs voor de Vrede hebben we kunnen zien dat de prijs niet alleen wordt uitgereikt voor het bereikt hebben van specifieke doelen, maar ook om momentum te geven aan het bereiken van nog niet behaalde doelen. Daarom zal ik deze onderscheiding accepteren, als een oproep om in actie te komen.’

Obama is in essentie een diplomaat. Het gevaar van diplomatie is dat niet iedereen wíl praten. Maar laten we er – in vredesnaam – alsjeblieft mee beginnen.

Kirsten Verdel is oud-stafmedewerker van Barack Obama en auteur van het boek ‘Van Rotterdam naar het Witte Huis’.