Zie: bloed aan een snavel

Nooit zijn zoveel vogelsoorten te zien als tijdens de vogeltrek. Tips voor de aanschaf van een verrekijker.

Zul je net hebben. Juist nu de vogeltrek op volle sterkte is, zijn mijn twee verrekijkers in het ongerede geraakt. Een kleine Spaanse (8×20) valt uiteen en een loodzware Russische (7×50) is helemaal dof gekeken. Hoogste tijd voor een nieuwe. Waaraan moet je denken bij de aanschaf van een goede vogelkijker?

Vergrotingsfactor

Met verrekijkers is het net als met spionagesatellieten: voor het betere speurwerk is beeldsterkte minder belangrijk dan je denkt. Die spionagesatellieten kunnen misschien wel zo scherp ‘zien’ dat ze de baardharen van Osama bin Laden kunnen tellen. Maar daarmee vind je hem nog niet. Het is alsof je met een vergrootglas op zoek bent naar een mier. Die neemt onder de loep monstrueuze proporties aan, maar als je het beestje moet zoeken in een voetbalveld, dan schiet je met die loep niks op.

En zo is het dus ook met verrekijkers en vogels. Je kúnt met een telescoop op een halve kilometer afstand een druppel duivenbloed aan de snavel van een slechtvalk zien hangen. Maar waar vind je een slechtvalk? Je kunt beter met het blote oog alert zijn op zenuwachtig vliegende duiven. Daarna speur je met de verrekijker naar de jagende valk. Pas als hij gaat zitten, heb je wat aan een telescoop.

Aangezien een hoge vergrotingsfactor ten koste gaat van het overzicht, leent een verrekijker met een vergrotingsfactor van tussen de zeven en de tien zich het best voor het vinden en identificeren van vogels.

Lichtsterkte

Naast de vergroting is ook de lichtsterkte van belang: hoe meer licht door de verrekijker het oog binnenkomt, hoe contrastrijker en kleuriger het verre beeld op het netvlies overkomt. De kerngetallen van de verrekijker – bijvoorbeeld 7×50 of 8×42 of 10×32 – vertellen iets over de lichtsterkte en daarmee over de beeldkwaliteit. Het klinkt allemaal erg wiskundig, maar verkopers van verrekijkers grossieren nu eenmaal in dergelijke getallen – en een gewaarschuwd koper telt voor twee. Het eerste getal is de vergrotingsfactor. Het tweede getal staat voor de diameter van de voorste lens, het objectief: hoe breder, des te meer lichtinval. Wanneer je het tweede getal door het eerste deelt, dan krijg je de waarde van de zogeheten uittredepupil. Hoe hoger dit getal, des te meer lichtinval. Daarmee is niet alles gezegd over lichtsterkte. Ook de kwaliteit van het oculair, de lens dichtbij het oog, heeft daarop invloed.

De hoeveelheid licht die binnenkomt, zegt ook iets over de mogelijkheid om de verrekijker bij invallende duisternis of in een donker bos te gebruiken. Die wordt uitgedrukt in het zogenoemde schemergetal, dat de wortel is van de vermenigvuldigde kerngetallen. Hoe hoger het schemergetal, hoe beter je nog uilen en vleermuizen kunt zien.

Tot zover de theorie. Schemergetallen en andere schijnnauwkeurige kwantificering kunnen niet op tegen een veldproef, een kijker aan het oog. Bij de Vogelbescherming, waar ze meer dan tachtig types verrekijkers in het winkelassortiment hebben, zijn ze bereid om vier verrekijkers voor zware veldproeven mee te geven. Het is een arbitraire keuze, maar wel representatief voor de breedte van de markt. Op naar de Praambult.

Die Praambult, een uitkijkpost op een heuvel aan de rand van de Oostvaardersplassen, is voor verrekijkertesters wat Schietkamp ’t Harde is voor artilleristen: je hebt er een ruim ‘schootsveld’ en aan doelen is nooit gebrek. Ook nu niet: duizenden ganzen begrazen de grasvlakte, zilverreigers schrijden door het riet, wolken putters waaien van struik naar struik. En geloof het of niet, maar er zit ook een jonge zeearend in de top van een dooie boom zijn verregende verenjas droog te wapperen. Het beest blijft uren zitten niksen, fungerend als hét referentiepunt voor de verschillende kijkers.

www2.verrekijkershop.nl www.vogelbescherming.nlwww.verrekijkerwinkel.nl