'Wij hebben onmiddellijk de stoomboot gekaapt'

Twee films met een hoofdrol voor Sinterklaas beconcurreren elkaar dit najaar – met en zonder bekende Nederlanders. „Wij denken echt dat we het beter kunnen.”

De pepernoten liggen nog maar nauwelijks in de winkel of de eerste sinterklaasfilm draait al in de bioscoop. Dit jaar beconcurreren maar liefst twee film-Sinten elkaar. De echte, en, nu ja, de ‘echte’.

Deze week ging Sinterklaas en de verdwenen pakjesboot van sinterklaasaficionado Martijn van Nellestijn in première. Vorige jaar bracht hij met Sinterklaas en het geheim van het grote boek de Sint voor het eerst grootschalig in de bioscopen en trok daar in totaal zo’n 300.000 bezoekers mee. Ja, voor het eerst, want: „Het paard van Sinterklaas is natuurlijk een fantastische film, maar die gaat niet echt over Sinterklaas’’, aldus Van Nellestijn.

Volgende week volgt Sinterklaasjournaal: de meezing movie, waarin ook de bekende tv-Sint zijn overstap naar het witte doek maakt. Op televisie heeft het Sinterklaasjournaal inmiddels gezelschap gekregen van De club van Sinterklaas (RTL 4) en Slot Marsepeinstein (Nickelodeon). En dan zijn er nog de sinterklaasfeesten, die concurrerende commerciële omroepen in het Rotterdamse Ahoy en de Jaarbeurs in Utrecht organiseren.

Sint is big business. Het lijkt wel alsof er een heuse sinterklaasoorlog gaande is, vooral nu sinterklaastijd door de vroege bioscoopreleases de hele herfst zal duren.

Dat kan niet anders, beklemtonen distributeur E1 Entertainment (van de Pakjesboot) en producent Pieter Kuijpers van Pupkin Film (verantwoordelijk voor het Sinterklaasjournaal) eensgezind: „Om uit de kosten te komen heb je de herfstvakantie nodig, daarna kunnen kinderen alleen maar in de weekenden en op vrije middagen naar de film, en na 5 december is het in één klap afgelopen.’’

Ondanks zijn populariteit als oer-Hollandse volksheld, heeft Sinterklaas, anders dan bijvoorbeeld de Kerstman in de Amerikaanse film, nooit een echte filmster kunnen worden. De eerste keer dat hij een filmrol speelde was in het rond pakjesavond gesitueerde volwassenendrama Makkers staakt uw wild geraas (1960) van Fons Rademakers. Dick Maas is naar verluidt nog steeds bezig met een horrorfilm rondom een psychopathische Klaas en natuurlijk was er Alles is liefde (2007), een romantische komedie in de sinterklaastijd.

Waarom er nu opeens zo’n hausse aan sinterklaasfilms is, weet Ajé Boschhuizen, eindredacteur van het Sinterklaasjournaal en initiatiefnemer van de bioscoop-spin-off eigenlijk ook niet. „Ik heb gewoon gewacht tot ik een goed idee had. Bij mij broeide al een tijdje het plan om meer met Sinterklaas te doen. Dat is ontstaan vanuit de gedachte dat vroeger iedereen naar het buurthuis ging om de Sint te zien, samen te zingen en daarna een mandarijn mee kreeg. Ik wilde een vergelijkbaar evenement maken. Niet zo grootschalig als die Ahoy-feesten, die bovendien behoorlijk aan de prijs zijn. Dus dat werd een film, een meezingfilm, zodat iedereen lekker mee kan blèren, met de bioscoop als modern buurthuis.”

Dat al die echte Sinten en hulpsinterklazen maar verwarrend zijn voor de allerjongsten denk hij niet: „Ook toen er nog geen televisie was, had je in elke supermarkt en op elke straathoek een Sinterklaas. En ik heb niet het idee dat kinderen daar zo van in de war raakten.’’ Maar Van Nellestijn, die het immers met een andere ‘echte’ Sint moest doen („Wij halen Sint uit Spanje’’) houdt daar wel nadrukkelijk rekening mee: „De Nederlandse Sinterklaas heeft een bepaalde uitstraling, van de stof en de kleur van zijn mantel, tot zijn baard en staf. We brengen de Sint zoals kinderen hem overal zien, niet met een goedkope baard, en met een handgemaakte staf. Die heeft een soort vogelbekje aan het einde van de krul. Het gaat om dat soort details.’’ Die hang naar authenticiteit heeft ervoor gezorgd dat Van Nellestijn voor zijn film meteen de boot huurde waarop de tv-Sint gewoonlijk in Nederland aan komt varen: „We hebben meteen de stoomboot gekaapt.”

Elkaar een beetje vliegen afvangen hoort erbij. Het Sinterklaasjournaal heeft misschien de echte Sint, de Pakjesboot de echte boot. Kreeg het Sinterklaasjournaal een budget van tegen de 600.000 euro bij elkaar, dankzij onder meer een bijdrage van het Filmfonds, de rebellen van de Pakjesboot deden het dankzij veel vrijwilligers en sponsors met 350.000 euro („Maar wel met een duikboot- en een helikopterscène”, aldus Van Nellestijn). Doen in de Pakjesboot Gerard Joling en Frans Bauer mee, dan strikt het Sinterklaasjournaal Dries Roelvink. Volgens Sinterklaasjournaalproducent Pieter Kuijpers is dat laatste echt een knipoog naar de andere sintfilmers: „Behalve Roelvink zitten er bij ons geen andere bekende Nederlanders in. Sinterklaas en de Zwarte Pieten zijn de enige bekende, eh…, Spanjaarden.”

Hij heeft nooit overwogen om, vanwege de concurrentie, dan maar geen sinterklaasfilm te maken. „Wat kun je doen? Zeggen: er is al een film, dus dan doen we het maar niet? Dan laat je Sinterklaas over aan een stelletje goedwillende amateurs. Wij denken echt dat we het beter kunnen. Het Sinterklaasjournaal is ook ooit bedacht om de kwaliteit van de traditie te bewaren. Bovendien heb je het over verschillende doelgroepen. Het hangt er maar net vanaf naar welke televisiezender kinderen en hun ouders kijken. Volgens mij zijn er meer dan genoeg kinderen in Nederland om ruim een half miljoen bezoekers te trekken, voor beide films bij elkaar.”