Wie debatteerden er deze week en waarover?

De Westerschelde. Met.: Van Peel ( havenwethouder Antwerpen) en o.a. Tweede Kamerleden Koppejan (CDA) en Blom (PvdA). Locatie: Waterschap Zeeuwse Eilanden. Door: PZC, ma. 5 oktober.

Het Westerscheldedebat heeft meer weg van een duel tussen de aanvoerder van het Nederlands verzet en de standvastige verdediger van Belgische belangen. Twee verschillende types ook: de een aanvallend, getergd, soms op het randje van het betamelijke en constant balancerend tussen Zeeuwse belangen en die van zijn CDA. De ander diplomatiek, zorgvuldig zijn woorden kiezend, alsof een verkeerd woord een zekere nederlaag inhoudt.

Ad Koppejan, Zeeuw, en Kamerlid (CDA), speelt een thuiswedstrijd. De Zeeuwen in de zaal zijn net als hij tegen ontpolderen als compensatie voor het uitdiepen van de Westerschelde. Hij krijgt bovendien steun van Kamerleden Van der Staaij (SGP) en Neppérus (VVD) vanuit het publiek.

Marc van Peel, Vlaming en havenwethouder van Antwerpen, moet het alleen doen.

Hij wil dat Nederland zo snel mogelijk begint met het uitdiepen van de Westerschelde zodat de grootste containerschepen hun weg via de Zeeuwse wateren naar zijn haven kunnen volbrengen. De zaal lijkt op een klein stadion, met een hoge tribune en aan weerszijden spandoeken.

Koppejan begint strijdbaar en spreekt al snel in de wij-vorm. „Het behoort niet tot onze cultuur om land onder water te zetten.“

Van Peel reageert kalm op de vraag van de debatleider of het debat niet te veel door emoties word beheerst. „Ik schrik van de agressiviteit in Vlaanderen. Op straat, op sites, de gevoelens zijn zeer bits.“ De zaal is stil als Van Peel spreekt. Dat is anders bij Koppejan. Er klinkt hard boegeroep als hij de milieubeweging de schuld geeft van de dreigende ontpoldering. „Het is waar!“ schreeuwt hij daar tegenin.

Het wordt geleidelijk grimmiger in de zaal. Een aantal boeren laat zich steeds nadrukkelijker horen. Van Peel blijft evenwel rustig. „Ik bedank voor de rol van buitenlandse vijand. Ik heb gewoon een afspraak met Nederland. Het staat notabene in een verdrag .“ Hij groeit in zijn rol en krijgt applaus als hij zegt te hopen dat de twee landen als bevriende buren uit dit duel komen.

Langzaam dringt tot het publiek door dat dit helemaal geen eerlijk duel is. Dat Nederland allang heeft verloren. In maart 2005 om precies te zijn. Hun aanvoerder Koppejan kan nog zo hard roepen dat de ontpoldering niet door zal gaan, het kabinet, en dus ook het CDA, had zich toen al verplicht tot het verdiepen van de Westerschelde en het ontpolderen van de Hedwigepolder.

Ja maar, sputtert Koppejan tegen, we hebben er toentertijd in een side letter op aangedrongen dat het kabinet ook naar alternatieven kijkt.

Als het verlies duidelijk wordt, neemt ook de eensgezindheid af. VVD, SGP, de Zeeuwse boeren en de milieubeweging zijn allemaal tegen ontpolderen. Sterker: een Kamermeerderheid is tegen ontpolderen.

Maar Blom (PvdA) wijst hen en Koppejan er fijntjes op dat de strijd gestreden is.

„We hebben reeds met ons volle verstand ingestemd met dit verdrag.“

Het officiële advies van het kabinet moet dan nog volgen, maar Koppejan trekt zich al terug. Hij zal eerst met de fractie overleggen, mocht het kabinet tot ontpoldering besluiten. Alle handen gaan in de zaal omhoog tegen een volgende verdieping.

Dit nooit meer, is de stemming. Van Peel blijft ook nu kalm. „Het zou wel heel dom van me zijn om nu om een volgende verdieping te roepen.“ Hij weet wel beter.

Een vrouw uit het te ontpolderen gebied waarschuwt nog voor rellen, en een harde strijd, maar Van Peel leunt tevreden achterover.

De Nederlanders zijn geen team, ziet hij, ze zijn hopeloos verdeeld. Later die week bevestigde het kabinet die gedachte