West-Friese flandrien rijdt laatste grote koers

Wielrenner Steven de Jongh neemt morgen afscheid in de herfstklassieker Parijs-Tours. In 15 jaar als prof won hij 45 wedstrijden. „Acht renners als Steven en je hebt een superploeg.”

Bettini juicht te vroeg: De Jongh is hem te vlug af. (Foto AFP) Dutch cyclist Steven De Jongh (L) wins ahead of Italian Paolo Bettini (R) the Kuurne-Brussels-Kuurne cycling race 29 February 2004. AFP PHOTO BELGA/BENOIT DOPPAGNE AFP

Op een donkere decemberochtend 1998, vlak voor Sinterklaas, rijden de wielerprofs Michael Boogerd en Steven de Jongh zoals altijd om exact negen uur weg uit hun appartementencomplex in het Belgische Essen. Koud? Nou en? Handschoenen? Schei uit. Sneeuw onderweg? Trainen! Tot na een paar uur tussen de vallende vlokken middenin het bos plotseling een klap klinkt. Sneeuw in De Jonghs derailleur, die in het achterwiel is geklapt. Gebroken spaken, aanslepend wiel? „Doorrijden!”

Morgen begint De Jongh (35) in de herfstklassieker Parijs-Tours aan de laatste grote wedstrijd van zijn carrière. Aan het eind van de Ronde van Frankrijk, zijn zesde, kondigde hij wegens privéomstandigheden zijn afscheid aan. Op nationaal kampioen Koos Moerenhout en Servais Knaven na is hij de laatste van de zogenaamde ‘patatgeneratie’ die stopt. Aanvankelijk werd de Nederlandse renners in de jaren negentig gebrek aan karakter verweten, later sloegen ze terug met mooie successen. De Jongh – die in 1995 met een ritzege in de Ronde van Polen debuteerde bij TVM, vanaf 2000 reed voor Rabobank en de laatste vier jaar uitkwam voor Quickstep – won in vijftien seizoenen liefst 45 wedstrijden.

Hoe slechter de omstandigheden, hoe beter De Jongh. Voor hem geen lange broek of mouwen. Met een gewicht van 76 kilo bij een lengte van 1.76 meter kon hij niet alleen goed over de kasseien fietsen, hij had ook een extra laag tegen de kou. „Als je dan terugkomt, heb je een enorm voldaan gevoel. Vooral als je onder de douche staat en je lichaam begint helemaal te gloeien. Heerlijk, echt heerlijk! Een soort verslavend gevoel.”

Zijn mooiste zege behaalde hij in het barre openingsweekeinde van maart 2004. De Omloop Het Volk zaterdag afgelast vanwege kou en sneeuw, zondag herkansing in Kuurne-Brussel-Kuurne. Samen met trainingsmaat Maarten den Bakker, ook niet bang voor kou en kasseien, komt De Jongh in de kopgroep. Hij hoort de Italiaanse toprenner Paolo Bettini tegen diens ploegleider zeggen dat hij gaat winnen. Had hij gedacht! Den Bakker trekt de sprint aan, De Jongh schiet erlangs en wint. „Ik klop daar Bettini in zijn Italiaanse kampioenstrui. Die finishfoto, die vind ik echt mooi.”

Een jaar eerder won hij al de E3-Prijs, een zeker in Vlaanderen hoog aangeschreven semiklassieker. Ook hier extra heroïek: met kapotte schoen reed hij over de kasseienklimmetjes Tichem en Vossehol, om in de finale de sprint te winnen van Steffen Wesemann en Stijn Devolder. Een dag later was buurman Boogerd de sterkste in de Brabantse Pijl. „Stond het maandag ineens vol met camera’s”, vertelde Boogerd in zijn biografie Boogie. „Je had ineens oranje gekleurde pagina’s in de kranten. Onvoorstelbaar, die beleving in Vlaanderen.”

De Jongh, gezegend met een sterke eindsprint, vond in het wielergekke Vlaanderen grote waardering. „Ik stond er vaker in de kranten dan in Nederland.” Hij behaalde er jaarlijks een mooie zege. Naast de E3-Prijs (2003) en Kuurne-Brussel-Kuurne (2004) won hij de Schaal Sels (2002), Nokere Koerse (2005), ritten in de Driedaagse van de Panne (2003 en 2006), de GP Briek Schotte (2007) en opnieuw Kuurne-Brussel-Kuurne (2008), na een sprint à deux met Sébastian Langeveld.

Bij zijn eigen overwinningen groeide De Jongh de laatste jaren uit tot wegkapitein bij de Quickstepploeg van kopman Tom Boonen. „Geef me acht renners als Steven en we hebben een superploeg”, looft ploegleider Wilfried Peeters. Zelf lacht hij als ploeggenoten hem een flandrien noemen, naar de beroemde Vlaamse wielerhelden van weleer.

Een flandrien uit West-Friesland, waar De Jongh ooit als schaatser begon in de gewestelijke ploeg met latere toppers Jakko-Jan Leeuwangh en Barbara de Loor. En waar hij als jochie van dertien plotseling zijn vader verloor, die omkwam na een ongeluk met de racefiets. Jaren later viel hij emotioneel in de armen van zijn moeder, toen hij op de sterfdag van zijn vader onder barre omstandigheden Veenendaal-Veenendaal won.

Schaduwkanten maakte hij ook mee. Bij zijn Tourdebuut in 1998 werd zijn TVM-ploeg verdacht van epogebruik. Renners werden door de politie verhoord en vluchtten naar huis zodra de Tour op Zwitsers grondgebied was, ploegleider Cees Priem en ploegarts Andrei Michailov werden gearresteerd. Bewezen werd er niets. Ook Quickstep kreeg de laatste jaren te maken met dopebeschuldigingen. De Jongh durfde als een van de weinigen Boonen de waarheid te zeggen over diens cocaïnegebruik. Hij mag zich nog altijd tot de inner circle van de kopman rekenen.

De Jongh, die in de toekomst waarschijnlijk ploegleider wordt, zal niet ‘afgeven’ voordat de laatste meter erop zit. Hij won onlangs het Kampioenschap van Vlaanderen en reed vorige week nog een dag volop in de aanval in de kleine rittenkoers Franco-Belge. Morgen kan het hem in Parijs-Tours niet koud en nat genoeg zijn. „Ik heb nog nooit gedacht: had ik maar een vak geleerd.”