Voor Armeniërs lonkt een mooi einde aan een wrede eeuw

Turkije en Armenië tekenen vandaag in Zürich een protocol dat moet leiden tot herstel van de diplomatieke betrekkingen en heropening van de grens. In de Armeense wijk Kumkapi in Istanbul kijken de bewoners uit naar het betere leven dat deze verandering belooft.

Armeense kinderen rusten in de pauze tussen de lessen in hun geïmproviseerde school in Istanbul. In de Turkse stad leven tienduizenden illegale immigranten uit Armenië. Foto AFP Armenian immigrant children sleep during recess time at their improvised school in Istanbul on September 28, 2009. After fleeing a crisis in their homeland, thousands of Armenians defied their fears and moved illegally to Turkey to seek their fortunes in Istanbul. With the current link between Turkey and Armenia they now express hope that they can emerge from the shadows and live a more normal life. AFP PHOTO / MUSTAFA OZER AFP

In deze dagen van druk diplomatiek verkeer en van mannen in pakken die op plekken hier ver vandaan spreken over „een historische doorbraak in de relatie tussen Turkije en Armenië”, doen zij er niet toe. De veertigduizend illegale Armeniërs in de achterstandswijk Kumkapi in Istanbul zijn van economische noch politieke betekenis, de facto statenloos, de facto waardeloos. De Armeniërs van Kumkapi, zo wil een rijke Armeense zakenman in vertrouwen wel kwijt, „zijn irrelevant in dit hele, grote geopolitieke spel. Heus, geloof me.”

En toch meent de Armeense Larisa Hamoyan, 62, en al tien jaar illegaal in deze miljoenenstad, dat vandaag ook haar geschiedenis wordt herschreven. De protocollen die de ministers van Buitenlandse Zaken van Turkije en Armenië ondertekenen in het Zwitserse Zürich en die moeten leiden tot het herstel van de diplomatieke betrekkingen tussen de twee landen, veranderen niet de wreedheden begaan tegen haar familie. Maar wel haar toekomst. En haar denken over die afgelopen eeuw.

Ze geeft een rondleiding door de eeuwenoude straten van Kumkapi. De buurt verandert aan het eind van de week in een open bazaar waar Koerden, Irakezen, Afghanen en Somaliërs onder tentzeil hun waren verkopen. De Armeniërs bestieren de stalletjes achteraan, vol rookworsten, mierzoete desserts en goedkope textiel met etiketten in het Armeense schrift.

Larisa Hamoyan doet een greep in de grote stapel granaatappels uit Jerevan, de hoofdstad van Armenië. „De granaatappel is het symbool voor ons Armeniërs. Maar ook voor onze nieuwe kansen. Als de grens straks opengaat kost deze granaatappel nog maar de helft van de prijs. De reis tussen Jerevan en Istanbul wordt uren verkort en de belasting die we nu tweemaal moeten betalen op de alternatieve route door Georgië valt ook weg. Dat noem ik een grote verandering.”

Die grenzen gaan voorlopig nog niet open. De ondertekening van de protocollen is het begin van een politieke strijd. Het verdrag zal door beide parlementen moeten worden geratificeerd. De grote partijen in Armenië beloven niet dwars te liggen, maar de nationalistische oppositie in Turkije, MHP en CHP, maakt de borst nat.

De belofte dat de grens met Armenië twee maanden na ratificatie zal opengaan, vinden de nationalisten verraad aan de Turkssprekende broeders in Azerbajdzjan. Turkije sloot de grens met het christelijke Armenië in 1993 uit woede over de troepen die Jerevan stuurde om Armeense opstandelingen bij te staan in Nagorny-Karabach, dat op Azerbajdzjaans grondgebied ligt.

Die oorlog had grote gevolgen voor Larisa Hamoyan. Het conflict bracht een einde aan haar bestaan als grenshandelaar. Tussen 1990 en 1993, toen na de val van het Sovjetrijk de grenzen met Armenië voor het eerst sinds het begin van die eeuw open waren, verkocht ze Armeense waren op de markten in Kars en Van, in Oost-Turkije. In de oorlog raakte haar broer zwaar gewond als soldaat in Nagorny-Karabach. Hij was de reden dat ze voorgoed naar Istanbul vertrok, om een behandeling van zijn lamme benen te kunnen bekostigen.

Kumkapi werd haar toevluchtsoord en haar gevangenis. Wie eenmaal het leven als illegale immigrant verkiest, kan niet meer terug. De Turkse grenswachten rekenen tientallen euro’s voor elke dag die je te lang in de republiek blijft.

Als actrice en mededirecteur van een cultureel centrum leerde ze de Armeens-Turkse schrijver Hrant Dink kennen. Ze klopte bij hem aan voor hulp aan straatkinderen. Ze las zijn stukken over de „gebeurtenissen van 1915”, zoals de Turken het noemden. „Hij durfde het woord genocide in de mond te nemen. Ik wist niet wat ik las.”

In dat jaar werd het geboortedorp van haar grootouders in de Oost-Turkse provincie Sassun omsingeld door Koerdische milities. Mannen werden op de grond gelegd en in brand gestoken. Anderen werden neergestoken, met zwaard of bajonet. Slechts tientallen van de vijftienhonderd dorpelingen wisten te ontkomen. Niet haar grootvader. Niet een aantal van zijn broers en zussen. Haar grootmoeder wist naar Armenië te ontvluchten. Een deel van haar familie bleef in Anatolië en bekeerde zich tot de islam. Vijftig jaar later pleegde haar oom zelfmoord, „omdat hij het andere geloof niet meer kon verdragen”.

In Zürich zal vandaag niet over 1915 worden gesproken. In het protocol staat alleen de belofte dat een historische commissie, bestaande uit experts uit beide landen, zich zal buigen over de vraag of er sprake was van genocide. In de afgelopen weken demonstreerden honderden Armeniërs op verschillende plekken in de wereld tegen die knieval voor de Turken. In Beiroet, Parijs en Los Angeles. Maar niet in Kumkapi.

Daar zegt Larisa Hamoyan dat het verleden minder belangrijk is dan de toekomst. „Laten we eerst de grenzen openen en de levens van nu verbeteren. Daarna kunnen we altijd nog over het verleden praten. De Turken zullen ons leed erkennen, uiteindelijk wel. Dat kan niet anders.”

Hrant Dink werd in 2007 vermoord voor zijn vastberaden overtuiging dat de geschiedenis verteld moest worden. Een nationalist schoot hem neer op de stoep van zijn Turks-Armeense krant Agos.

De slecht verlichte huiskamer van Larisa Hamoyan hangt vol met afbeeldingen van de schrijver. Met rode harten omlijste portretten, bidprentjes en gedichten van hem, over hem. Alsof hij hier ligt opgebaard. Ze bladert door een plakboek met nog meer foto’s van Hrant Dink. „Ze zouden de grens op de negentiende januari moeten openen”, zegt ze dan. „Zodat zijn sterfdag een nieuw begin wordt in deze geschiedenis.”

Op de dag dat de grens opengaat zou ze eerst naar Armenië gaan om het graf van haar grootmoeder te verplaatsen naar haar geboortedorp in het oosten van Turkije, zoals oma’s laatste wens was. En dan zou ze daar een reisbureau beginnen zodat ze alle Armeniërs kan laten zien waar haar familie vandaan komt. „Niet om dat land weer op te eisen, maar gewoon om dat land te kunnen laten zien.” Dat zou ze een mooi einde vinden van die wrede eeuw.