Veel ervaring private equity VS

Vasthoudender beleggers, rijpere activiteiten en krachtige obligatiemarkten zijn een paar redenen waarom de Amerikaanse private equity er beter voorstaat dan de Europese.

Europeanen zijn trots op hun geschiedenis. Maar op het terrein van de private equity zijn het de Amerikanen die de meeste ervaring hebben. Firma’s als Alchemy Partners en Permira behoren tot de Europese bedrijvenopkopers die door de financiële crisis zijn gedwongen hun managementteams en fondsen te herschikken.

Ook Amerikaanse firma’s kennen zo hun problemen, maar de krachtiger obligatiemarkten, vasthoudender beleggers en rijpere activiteiten zijn een paar van de redenen waarom de Amerikanen in een betere vorm verkeren.

De meeste grote Amerikaanse firma’s zijn al betrekkelijk lang actief en hebben eind jaren tachtig al eens een crisis van de bedrijfstak doorstaan. Kohlberg Kravis Roberts (KKR) bestaat al sinds 1976, Blackstone werd in 1985 opgericht en Carlyle een paar jaar later. Zelfs vóór de recente crisis hadden ze al zware momenten meegemaakt.

Op een enkele uitzondering zoals Candover na – dat niet aan de problemen heeft weten te ontsnappen, ondanks zijn bijna 30-jarige geschiedenis – zijn de Europese firma’s meestal jonger. John Moulton, die wordt beschouwd als een veteraan van de sector, heeft Alchemy Partners in 1997 opgezet. Guy Hands begon Terra Firma in 2002, nadat Nomuras’s Principal Finance Group was afgesplitst. En Permira haalde zijn eerste pan-Europese fonds binnen in 1996.

Misschien als gevolg van hun betrekkelijk recente ontstaan waren sommige Europese firma’s nog steeds zeer afhankelijk van hun individuele oprichters – hetgeen ze persoonlijk duur is komen te staan. Moulton moest onlangs aftreden na openlijke onenigheid met zijn partners over de strategie van Alchemy. Hands is opgestapt als topman van Terra Firma, hoewel hij is aangebleven als president-commissaris en hoofd beleggingen.

Damon Buffini, de president-commissaris van Permira, heeft in juni eveneens bekendgemaakt dat hij zou opstappen om weer een gewone partner te worden. De topmannen van de Amerikaanse private-equityfirma’s zijn daarentegen allemaal op hun post gebleven.

Dat is voor een deel de weerspiegeling van rijpere activiteiten, waardoor hun managementgelederen tijdens de bloeiperiode van de financiële markten konden worden versterkt. De aanstelling door Blackstone van Tony James als met de dagelijkse gang van zaken belaste topman onder oprichter Stephen Schwarzman is een goed voorbeeld daarvan. De Amerikaanse bedrijvenopkopers hebben de schade wellicht ook beter weten te beperken, in eerste instantie naar hun beleggers toe en daarna ook in de richting van de beleidsmakers en het grote publiek. Hun Europese collega’s zijn met veel meer kritiek overladen.

Amerikaanse firma’s hebben in hun bezit verkerende bedrijven ook sneller uit de problemen gekregen door herfinanciering te zoeken op de zich herstellende obligatiemarkten – ook al is dat soms een dure liefhebberij. De Amerikaanse markt voor obligaties met hoge rendementen heeft dit jaar tot nu toe bijvoorbeeld zes maal zoveel uitgiften gezien als de West-Europese markt, aldus onderzoeksbureau Dealogic. In 2008 werd in Europa voor het armzalige bedrag van 820 miljoen dollar aan hoogrenderende obligaties uitgegeven, tegen 39 miljard dollar in de VS. Weliswaar is de markt voor bedrijfsovernames met geleend geld in de VS altijd groter geweest dan die in Europa, maar tussen 2005 en 2007 niet meer dan 61 procent, volgens schattingen van Dealogic.

Amerikaanse firma’s hebben ook manieren gevonden om hun bankleningen te herschikken. Europese bedrijven vinden dat veel lastiger. Terra Firma kibbelt nu bijvoorbeeld met Citigroup over een poging de schulden van muziekconcern EMI te saneren.

Amerikaanse bedrijvenopkopers lijken ook hun beleggers beter in de hand te hebben. Neem Cerberus, de opkoopfirma die diverse noodlijdende investeringen heeft gedaan, waaronder een belegging van 1,1 miljard dollar in Chrysler, de autoproducent die vervolgens kopje onder ging.

Maar zelfs zijn meest in de problemen geraakte fondsen bestaan nog steeds. Een deel van de reden is dat nogal wat beleggingsgeld afkomstig is van topmanagers van Cerberus zelf. Maar zelfs als daarmee rekening wordt gehouden, hebben Amerikaanse firma’s minder moeite gehad dan de Europese om beleggers onder de duim te houden.

Daar staat tegenover dat Permira zijn beleggers vorig jaar bijvoorbeeld moest toestaan hun toekomstige toezeggingen aan een fonds met 40 procent te verminderen, toen een grote belegger, SVG Capital, zelf krap bij kas kwam te zitten.

Sommige Amerikaanse firma’s veren zelfs weer helemaal op. KKR staat op het punt een fusie met zijn in Amsterdam genoteerde fonds af te ronden als stap op weg naar een beursnotering in New York. De beurskoers van Blackstone is sinds februari ruim verdrievoudigd.

Uiteraard zou dit alles nog in zijn tegendeel kunnen verkeren - zeker als de portefeuilles van Amerikaanse firma’s het op onzekere markten zwaarder te verduren krijgen dan verwacht. En beleggers zijn nog steeds onrustig. Maar voorlopig lijkt het erop dat de betrekkelijk stabiele private-equityfirma’s in de VS een minder moeizame koers hebben weten te varen dan hun Europese branchegenoten. Het is een zeldzame geschiedenisles van Amerika aan het oude Europa.

© Breaking Views. Vertaling: Menno Grootveld